You are on page 1of 39

Archasch fetisjisme

jwr47

Fig. 1: Philippe de Champaigne - Het avondmaal (1648)


Courtesy of Muse des beaux-arts de Lyon, foto van Rama (Wikipedia), publiek domein in de Verenigde Staten

Jezus is traditioneel in rood en blauw afgebeeld. De verrader Judas in geel (op de voorgrond aan de linkerzijde, met de geldbuidel in de handen). Aan de rechterzijde is wellicht ook Thomas met de twijfelende vinger aan de mond in geel afgebeeld. Philippe de Champaigne was kennelijk goed op de hoogte van de symboolcode van de middeleeuwse kledij en schilderkunst. In The Annunciation c. 1645, The Visitation, en in The Annunciation, 1644 wordt Maria consequent in rood en blauw afgebeeld. In de The Marriage of the Virgin1 wordt de zwangere bruid Maria in rood & blauw afgebeeld en de aanstaande echtgenoot in het geel.

Fig. 2: Philippe de Champaigne Het huwelijk van de Maagd (circa 1644)


Uploaded: Acacia217 (Wikipedia), publiek domein in de Verenigde Staten

1 File:Philippe de Champaigne The Marriage of the Virgin.jpg

In The Marriage of the Virgin (Raphael, 1504) is de middeleeuwse standaard kleurcode eveneens correct aangehouden breekt een van de omstanders daarbij een pijl over zijn knie.

Fig. 3: Het huwelijk van de Maagd (Raphael, 1504)


Uploaded: Sailko (Wikipedia), publiek domein in de Verenigde Staten

Archasch fetisjisme
Het archasch fetisjisme is een antipode voor het hedendaagse fetisjisme: het geloof dat natuurlijke voorwerpen en bijvoorbeeld ook kleuren bovennatuurlijke krachten zouden hebben. Waarom zou een lieveheersbeestje niet net als een ezel, een kat en een hond althans in het verre verleden met bovennatuurlijke krachten gezegend geweest zijn. Wellicht kan men het ook nog achteraf bewijzen. Het lieveheersbeestje Coccinella septempunctata stamt etymologisch van coccum af, dat in Exodus 25:4 letterlijk als bron voor de rode, goddelijke kleur wordt voorgeschreven. Dan is het ook geen wonder, dat het lieveheersbeestje (in het Frans Coccinelle genaamd) als aan God gewijd diertje moet worden beschouwd. Deze kever is dus een fetisj, waaraan eens bovennatuurlijke krachten toegeschreven werden. De hemelse God moet in het Nederlands als Dis, eventueel ook Dis of Dis gespeld worden. Alle klinkers worden lang en gescheiden uitgesproken, net als in het Latijnse woord dies, dat in het Nederlands tevens ter verduidelijking als dis2 mag (of moet?) worden gespeld. De naam voor de hemelse God is dus drieledig, waarbij de vocalen I, A en U een hoofdrol spelen. Het doel van de studie archasch fetisjisme is de speurtocht naar de IAU, IEU en IOU-kernen in de Archasche dialecten. Bij voorkeur zoek ik deze elementen in de dialecten uit Savoie, maar in enkele gevallen neem ik ook andere voorbeelden te hulp. De goddelijke naam bestaat voor een groot deel uit klinkers, omdat alleen deze vocale elementen lang en luid kunnen klinken. Oorspronkelijk omvatte de naam van de primaire drie klinkers I,A,U, maar later groeide het aantal tot 5 (AEIOU3) of 7 (4 respectievelijk in hoofdletters 5), of zelfs meer. Alle klinkers van een alfabet (naast AEIOU ook de ,H en Y of ) mogen daarom als fetisjen worden beschouwd. De niet-vocalen zijn slechts medeklinkers, d.w.z. bijzaak. Extreem belangrijke woorden bevatten IAU of lange reeksen klinkers. In het Griekse alfabet was deze elementaire triade gedefinieerd als I, A, .. Opvallend is, dat IA ook als vertaling voor het Tetragrammaton YHWH is toegepast6. Tot de elementaire fetisjen behoorden de primaire kleuren rood, blauw, geel en groen, die voor een gedeelte o.a. in Exodus 25:4 als goddelijke voorschriften voor de tempelbouw worden gespecificeerd. Herkenbaar zijn de rode kleurstof coccum en de purperslak murex. De derde kleurstof is in vertalingen en interpretaties onzeker vertaald. Tegenwoordig wordt de bijbehorende kleur als blauw vertaald, maar lange tijd is de kleurdefinitie geel toegepast. Het is merkwaardig, dat deze vertaalfout zovele eeuwen heeft bestaan. De yell is de oerschreeuw en moet eeuwigheid symboliseren. In het Frans is de schr eeuwende kleur jaune. Later is geel echter als een schreeuwende kleur in een negatieve hoek terechtgekomen.

2 Volgens het Witte Boekje mag in dis, en dus ook in disviering en disrede, eveneens gerust een verduidelijkend trema gezet worden, maar het officile Groene Boekje vermeldt alleen diesviering en diesrede. Bronvermelding: dies / dis, paella / palla | Genootschap Onze Taal 3 De lijfspreuk van de Habsburgse keizer Frederik III (1415-1493), deze omvat de vijf klinkers van het Latijnse alfabet in alfabetische volgorde. Deze reeks klinkers als een (ongedocumenteerde) afkorting voor een spreuk te beschouwen schijnt in het kader van dit onderzoek onzinnig te zijn. 4 AEEIOYO in the Nag Hammadi Library cited in Magic Words: A Dictionary 5 AEEIOYO Alpha, Epsilon, Eta, Iota, Omicron, Upsilon, Omega , from Magic Words: A Dictionary 6 The Hermetic Codex II - Bipolar Monotheism

In de ontwikkeling van de runenschrift wordt het -symbool tweemaal vastgelegd. In de oudere versie vertegenwoordigt de rune de lange klinker I, die wij al eerder in de godennaam IU-piter hebben ontdekt. De equivalentie van I en , die beide als ego-pronomina in het Engels, respectievelijk in de Scandinavische dialecten worden toegepast, kan ons overtuigen de *(h)waz/*ei(h)waz-rune als de belangrijkste rune te beschouwen. De correlatie tussen de I en heeft er wellicht toe geleid, dat de Engelsen uiteindelijk I (of Y) tot ego-pronomen gepromoveerd hebben. De belangrijkste runenschrift is AIFIK, dat overigens met een klinker A begint en met een klinker eindigt. Het grote aantal klinkers in alle uit AIFIK afgeleide woorden is opvallend. De Fconsonant gedraagt zich als een V/U, respectievelijk dubbele U (W) en kan als een half-klinker in het Angelsaksische euwin, euwinik, euwik, ewic (eeuwig) worden beschouwd. In de runenschrift wordt de eeuwigheid kennelijk door een reeks klinkers gesymboliseerd. Zelfs in het Nederlands is deze reeks nog zichtbaar: EEUWIGheid. In Lapland wordt de eeuwigheid overigens door de winternacht gesymboliseerd. Duidelijk is de correlatie tussen de woorden voor God, dag, donderdag, eeuwigheid en het egopronomen waarneembaar. Ook de woorden voor justitie, vroomheid, jeugd, vloek, het juk en spel behoren tot de woorden die gebruik maken van etymologisch fetisjisme. Deze correlaties baseren op fetisjisme, waarin de mens zijn ik (en een aantal van zijn elementaire gedragsregels) als in een woordspel probeert te doen gelijken op zijn Schepper. Het is een schepping in n enkel woord (het ego-pronomen). QED.

Runenschrift
De eenvoudigste toegang tot het fetisjisme wordt door de runenschrift gevormd, waarin losstaande elementen elk een eigen geschiedenis verhalen. Het oude Futhark is de oudste versie van de runenschrift en is van de tweede tot de achtste eeuw in gebruik geweest. Het alfabet bestaat uit 24 runen, die vaak in drie groepen van 8 runen worden opgedeeld. Met name de klinkers en wel in eerste instantie de archasche vocalen I,A,U en de worden in deze studie aan een nader onderzoek onderworpen.

I, A, U
U = Ur (u, Ur, ?*ruz), aangeduid door een min of meer op zijn kop staande letter V A = Ansuz (a, *ansuz) later ook toegepast voor de vocaal /o/ 7. De rune ziet er ongeveer uit als een Neo-Etruscan a ( ), of de Latijnse A (resp. aleph)8. I = Is (i, "ice", *saz), vertegenwoordigd door een rechte streep vergelijkbaar met I

IO als de Taxus-rune (venijnboom) 9 ?


Het -symbool symboliseert een groot aantal belangrijke elementen zoals eeuwigheid, wet, huwelijk, ego-pronomen, enzovoorts10. Deze rune behoorde ook al als tot de Elder Futhark runenschrift en is op de Kylver Stone met het alfabet [f]uarkg[w]hnijpzstbemldo afleesbaar. 11 = Yew (Taxus) ( or / o , "yew-tree, *(h)waz/*ei(h)waz ) De giftige Yew (Taxus / venijnboom) wordt soms met de wereldboom Yggdrasil in verbinding gebracht. De rune wordt meestal geassocieerd met de lange klinkers of , ergens tussen [i] en [e] of []. Een andere bron voegt daaraan voor het archasche Engels nog het element oh-rune ( o) toe, zodat de rune het gehele bereik klinkers , e, en o kan bestrijken. In deze context correleert het klinkersspectrum AEIO wellicht met het Griekse woordje of zelfs aion, dat etymologisch samenhangt met aei on (eeuwigdurend) [in Grieks: ].

A O, (Es), A
De Angelsaksische futhorc splitste de a-rune uit de oudere versie van de Futhark op in drie zelfstandige runen, die voor de Anglo-Friesische dialecten benodigd werden. Dit drietal runen luidt: s (transliteratie voor de o), sc "es" ( transliteratie voor de , "spear" ), ac "eik" transliteratie voor de a).

Om deze redenen kunnen wij de O- en E-klinkers als ondergeschikte elementen beschouwen. De equivalentie van I en , die beide als ego-pronomina in het Engels, respectievelijk in de Scandinavische dialecten worden toegepast, kan ons daarentegen overtuigen de *(h)waz/*ei(h)wazrune als de belangrijkste rune te beschouwen. De correlatie tussen de I en heeft er wellicht toe geleid, dat de Engelsen uiteindelijk I (of Y) tot ego-pronomen gepromoveerd hebben.

7 8 9 10 11

Runic transliteration and transcription bronvermedling: Ansuz Taxus baccata is de langstlevende plant in Europa. Yew werd ook als hout voor de bouw van longbows toegepast. (The Creation Legend encoded in a Singular Vowel) In many western, northern, and southwestern Norwegian dialects, and in the western Danish dialects of Thy and Southern Jutland, has a significant meaning: the first person singular pronoun I, and it is thus a normal spoken word; usually, it is written as when these dialects are rendered in writing.

Mythologie
In de Noorse mythologie wordt de wereldboom Yggdrasil gewoonlijk gesymboliseerd door een essenboom en de eerste man, Ask, is uit een es ontstaan12. ( Ask en Embla)

De oudere Futhark
Het proto-Germaanse klinkerssysteem was asymmetrisch en instabiel. Het verschil tussen de lange klinkers, die door e en werden vertegenwoordigd (soms aangeduid als *1 en *2) ging verloren. Het jongere Futhark heeft het onderscheid opgeheven en de letter E uiteindelijk geheel weggelaten13. De oorspronkelijke oud-Engelse namen voor de 24 runen van het oude Futharksysteem zijn min of meer bewaard gebleven in een oud Engels runengedicht14, dat in de achtste of negende eeuw is ontworpen. Tot de klinkers behoren o.a. ook E = Ehwaz, Horse (e, *ehwaz) O = Os (o/, "mouth", "Odin"),

Aangestipte runen u, k en i worden gelezen als y, g en e.

Extra runen zijn uitsluitend klinkers


Daarnaast levert het oud Engels runengedicht de namen voor vijf runen, die als Angelsaksische vindingen bekend staan en niet tot de Scandinavische of continentale traditie mogen worden gerekend. Alle vijf runen behoren tot de klinkers: Ac (a, "eik"), sc (, "es"), Yr (y , ??), Ior Ear (ea).

De AIFIK-rune
De belangrijkste runenschrift is AIFIK, dat overigens met een klinker A begint en met een klinker eindigt. Het grote aantal klinkers in alle uit AIFIK afgeleide woorden is opvallend. De Fconsonant gedraagt zich als een V/U, respectievelijk dubbele U (W) en kan als een half-klinker in het Angelsaksische euwin, euwinik, euwik, ewic (eeuwig) worden beschouwd. In de runenschrift wordt de eeuwigheid kennelijk door een reeks klinkers gesymboliseerd. Zelfs in het Nederlands is deze reeks nog zichtbaar: EEUWIGheid. In Lapland wordt de eeuwigheid overigens door de winternacht gesymboliseerd. Het Engelse woord ay, dat overigens geheel uit klinkers bestaat en eeuwig betekent, is wellicht afgeleid van het Scandinavische 15, dat in sommige dialecten ook als ego-pronomen in gebruik is. Daarom is dit ay misschien ook als basis voor het Engelse eo-pronomen (I) en voor de woorden ja (aye yes) respectievelijk negaties (nay no) toegepast.

12 13 14 15

Source: Ash tree Source: Ehwaz Old English rune poem See for details: for ternity - A World made of Word(s)

In Lapland correleren wellicht de nacht en de eeuwigheid omdat de Laplandse winters werkelijk een eeuwigheid duren. Dit geldt echter alleen voor het noordelijk gelegen Lapland. Voor AIFIK documenteert Udo Waldemar Dieterich16: eeuwig, IJslands: 17 (altijd), a ofwel (ai, adi, ad) duren, fi (tijd, levenstijd), Zweeds, Deens: evig (eeuwig), Gotisch: aivs (tijd, lange tijd), aiveins (eeuwig) Oud Hoogduits: io (altijd), ewa (lange tijd, contract, wet, huwelijk), Angelsaksisch: , ava, euwin, euwinik, euwik, ewic (eeuwig), Engels: ay (<ontbrekende uitleg> Altijd; eeuwig), Grieks: (<ontbrekende uitleg> altijd), Lapland: eke (de oudere oom), ekewes (eeuwig), ik (eeuwig), iko ('s nachts), ija (nacht), ekked (avond). Klopt het dat eeuwigheid en nacht en Ragnarckr correleren?) Aifik Jufur, Eeuwige God! Lapland: Ekewes Jubmel.

Fig. 4: AIFIK-Rune, gedocumenteerd door Udo Waldemar Dieterich (1844)

Tir, Tyr, Tiw


Een andere interessante rune is Tir. Deze rune Tir stamt kennelijk af van de Scandinavische vorm (Tr, de Angelsaksische Tiw). Er bestaat echter een oud-Engels woord, tr, dat men als Glorie, faam, roem vertaalt. Daarmee werd wellicht de oorspronkelijke God Tiw in verbinding gebracht. Overigens geldt in de spelling van de afgeleide namen de Y als equivalent met IU: IJslands Tiur, Zweeds Tjur, Deens Tyr.

16 Udo Waldemar Dieterich: Das Runenwrterbuch (1844) 17 Zie voor details: for ternity - A World made of Word(s)

Het jongere Futhark


Het jongere Futhark (Younger Futhark) runenschrift, dat over 16 letters beschikt, wordt eveneens in driegroepen opgedeeld. 1. De eerste groep (f, u, , , r and k) heet "Freyr's tt", 2. De tweede groep (h, n, i, a and s) heet "Hagal's tt" and 3. De derde groep (t, b, m, l and R) heet Tyrs tt"18.

18 Cipher runes

De hemelse god Dyaus


De bestudering van enkele Savoyse dialecten 19 levert een aantal interessante etymologische vondsten op. Het uitgangspunt is de goddelijke naam van de hemelse God, die in Indo-Europese traditie van Dyeus of Dyaus afstamt. Als basis voor dit onderzoek wil ik het Dictionnaire Franais Savoyard van Roger Viret toepassen, omdat de daarin behandelde dialecten in de bergregio zonder directe toegang tot de Middellandse Zee grote variaties opleveren. De dialecten van het Savoyaards zijn oud20: The antiquated character of the Savoyard patois is striking. One can note it not only in phonetics and morphology, but also in the vocabulary, where one finds numerous words and directions that clearly disappeared from French.[4] In het woord Dyeus, Dyous of Dyaus zijn alle klinkers lang en gesoleerd, zodat men het eigenlijk in het Nederlands als Dis, Dis of Dis moet schrijven. Ook de daarmee samenhangende woorden voor dag (het Latijnse dies) behoort als Dis te worden gespeld. Dit onderscheid kan in de Nederlandse spelling grafisch met een trema gedocumenteerd worden. In het Frans komt deze gescheiden uitspraak van drie opeenvolgende klinkers veel voor. In appendix 3 wordt onderzocht, hoe de omvorming van enkele IEU-woorden in Franse dialecten heeft plaatsgevonden. De overgang van EU -> IEU verschilt van I -> IU -> IEU, omdat de EUcombinatie in dem en mem in feite tot de religieuze fetisjen behoren en in tegenstelling tot andere toevallig ontstane vocale reeksen als gescheiden klanken uitgesproken moesten worden.

Dis, Dieu, Djo, Dju, Dz, Dzu...


Voor Dieu vindt men in het Dictionnaire Franais Savoyard de volgende informatie (waarin afgezien van de varianten voor Dieu alle irrelevante informatie is weggelaten.21): DIEU nm.: djeu, dj, djou, dju, djyu, dyeu, dye, dyo, dyou, DYU, dz, dzhyu, dzu. A1)) le bon Dieu : L'BON ~ dzhyunm. (081) / dzu /DYU/ Dyeu / Dyo. A2)) Dieu (dans les jurons22) : dyou, gu, gue, goura, ki, dzo, dzola, ble. A3)) l'enfant Dieu : l'fan Dyeunm. (228), l'fan Dyu (001). --R.1------------------------------------------------------------------------------------------------- anc. hindou : Dyaus [dieu du ciel] / g. Zeus/ l. Jupiter[pre de Jov] / norrois23 Tyr. ------------------------------------------------------------------------------------------------------In de dialecten van Savoye overweegt de schrijfwijze Dyu. Opmerkelijk is ook de DZ-varianten dz, dzhyu, dzu, die wellicht op de contacten met de Griekse kolonisten uit Marseille kan wijzen. De afkomst van Gu, gue, goura is voor mij nog onduidelijk, correleert misschien met God. Blue is m.i. alleen maar een klankassociatie in bijvoorbeeld Nom de Dieu Nom de Bleu. Van deze woorden pas ik er een paar toe als zoekwoorden (in ditzelfde document) om relaties met andere woorden te traceren. De eerste treffer is een een aan God gewijd diertje (bte Bon Dieu). Het wordt in het woordenboek niet nader aangegeven, waarom de Coccinella septempunctata, het lieveheersbeestje met de zeven punten, aan God gewijd werd, maar de samenhang laat zich verklaren. Vervolgens onderzoek ik of de kleuren nog andere verwijzen naar de naam van God.
19 Als basis voor dit onderzoek Dictionnaire Franais Savoyard van Roger Viret 20 Bron: Franco-Provenal language 21 Een gesorteerd en gecondenseerd extract van woorden uit het Dictionnaire Franais Savoyard is in appendix 1 opgenomen 22 Dit betreft het woordgebruik in krachttermen. 23 Le vieux norrois est une langue scandinave mdivale

Met God en het daglicht relateerde woorden zijn: BON-DIEU (LE), nm. Bon-Dy (L'), Bon-Dz (Le), adyu[adieu].

De pronomina possessiva
Vele pronomina (met name de pronomina possessiva24) werken met dezelfde patronen als de woorden voor God, d.w,z, zijn alle klinkers lang en gesoleerd, zodat met deze althans in gedachten met trema van hiaten kan voorzien: meus mes suus sus eius eus huius huic eius ei

Hiaat-woorden Ik reconstrueer een aantal woorden met hiaten door het invoegen van trema's: dis ( diu dag25) Duts en Dits ( van dit het volk, en diutisch) duden ( van dit het volk, en diutisch)

De weekdagen
De Savoyse kalender is als volgt samengesteld26: d'lion: lundi (maandag) d'mre: mardi (dinsdag) d'mcre: mercredi (woensdag) de diu: jeudi (donderdag) d'vindre:vendredi (vrijdag) d'sonde: samedi (zaterdag) d'minge: dimanche27 (zondag)

De donderdag is ongetwijfeld aan de lokale godheid Diu toegewijd, die is afgeleid van Dyaus. In de dialecten van Savoye overweegt de schrijfwijze Dyu. JEUDI nm. DeDYU, djou, dju, dezyeu, deje, dezye, d(e)zhou, d(e)zhu, dzhyu, dzou, dzye. A1)) le jeudi saint28: l(e) gran d(e)dyu [le grand jeudi], le dzhu s, l'dzhyu sin.

24 25 26 27 28

Latijn/Morfologie voornaamwoorden vergelijk: diurnus bij dag, dagelijks Parler savoyard Dominicus dies Witte donderdag

En ook het woord dag zelf correleert duidelijk met de woorden voor God: JOUR29 nm. Dzrt, dzo(r), dzort, zdor, zeur, zh, zhr, zhe, zheu(r), ZHr, zhr, zhrt, Zhoor, zhour, zor, R. l. diurnu. JOURNE nf.; journe de travail: dzorn, zdorn, zheurn, ZHORN, zhorniva, zorn. PIEUX30 (Latijn: pious).

Het woord voor vroom behoort eveneens tot de ieu-woorden. Bij de vloeken vinden wij een aantal woorden zoals bijvoorbeeld gu, gue, dat als bon dieu wordt uitgelegd. Ook het woord bonjour is kennelijk een verbastering van bon dyou ( de goede Dyous). JURON31 B2)) bon ~ dyu / dyou / zou / gu / gue [bon dieu], bon Dzu (083), bonjou(r) [bonjour] (dformation de bon dyou), non de bonjou[nom de bonjour], bont [bont] (dformation de bon Dye [bon dieu]); bon dyou d(e) bon dyou-n(228) ; vin dyou(001c,228), vin dyu, vin jou, vin zou, vin Dyou d(e) vin Dyou, mile dyou; bon san, bon Dyu d'bon Dyu, bon gu, d(e) bon gu [bon dieu de dieu = bon sang de bon sang], bon gue d'bon gue, bon dyou d(e) bon dyou (228), bont de bont (juron surtout fminin).

29 Dag 30 Vroom 31 vloek

Het ego-pronomen (JE, d, do, dye, dzeu, dzou, zde, ze, zou...)
Tot de Je-woorden behoort ook het ego-pronomen, dat in een groot aantal talen en Franse dialecten met Dieu en natuurlijk ook met de basiselementen van Jeudi en dus ook de woorden voor jour (dag) correleren: JE, J', pr. pers. sujet atone 1re p. sing.: DE, de (deu), d, d / d, do, dye, dzeu, dzou, zde, ze, zhe, zhou, zou, zounh.

In de dialecten van Savoye overweegt de schrijfwijze De, die duidelijk weinig correleert met Ego. Eerder kan men stellen, dat het ego-pronomen samenhangt met Dyu, Dieu of Dyaus, met name in de schrijfwijze dye, dzeu, dzou. Deze correlaties tussen de goddelijke naam en het ego-pronomen blijken duidelijk uit enkele voorbeelden: Frdric Mistral heeft in een gedicht Mirio het woord Iu voor het ego-pronomen ik en Diu voor God toegepast32. Antoine Hippolyte Bigot (1825 - 1897) heeft in een gedicht Fraternita het woord Yiou voor het ego-pronomen ik en Dou voor God toegepast33. In een andere uitvoering past de dichter het woord Ieu voor het ego-pronomen ik en Dieu voor God toe. Afgezien van de Franse dialecten kan men ook de naburige talen als voorbeelden voor dergelijke correlaties aanhalen34: In het Sardinische dialect Campidanese is (afgezien van het accent) het ego-pronomen du identiek aan het woord God Deu35. In het Roemeens is het ego-pronomen eu en de goddelijke naam Zeu. In het Italiaans io, respectievelijk Dio, op Sicilie iu, resp. Diu, in het Spaans yo, resp. Dios, in het Portugees eu en Deus. In het Romaans is het ego-pronomen "jau, waardoor men de bevolking de Jauer noemt. De naam correleert duidelijk met de PIE-naam voor de hemelse God Dyaus. In het Surselvisch jeu behorende bij de hemelse God Deus. Deze correlaties baseren op fetisjisme, waarin de mens zijn ik (en een aantal van zijn elementaire gedragsregels) als in een woordspel probeert te doen gelijken op zijn Schepper. Het is een schepping in n enkel woord (het ego-pronomen). In Het Ego-Pronomen de en de Goddelijke Naam in Het Savoyaards-Frans worden de regionale woorden voor het ego-pronomen met het woord voor God gecorreleerd.

32 33 34 35

Mirio (English Version) - A Provenal poem by Frdric Mistral Yiou & Dou im Dialekt der Umgebung von Nimes Etymology of the Ego-Pronoun (I) Spelling Thee, U and I: Etymology of the Ego-Pronoun (I)

Middeleeuwse kleurnamen
Rood
In de middeleeuwen heeft men wellicht de kermesluis als het in de bijbel voorgeschreven bronmateriaal voor de rode tempelkleur vermoedelijk met het lieveheersbeestje Coccinella septempunctata verwisseld. Bij de kermesluis36 wordt het pigment cochenille als volgt verkregen: Nadat de vrouwtjes hun eitjes als een laagje witte sneeuw op de bladeren van de kermeseik hebben afgezet sterven ze. De hulzen die als beschutting over de eitjes blijven liggen worden verzameld en gedroogd. Na het drogen wordt aan de hulzen een helderrode kleurstof onttrokken37. De naam Coccinella voor het lieveheersbeestje stamt van het Latijnse coccinus, en wel oorspronkelijk van het woordje coccum, dat letterlijk in de Bijbel als bron voor de door God voorgeschreven rode tempelkleur wordt genoemd. Wellicht heeft men in de middeleeuwen de Coccinella als correcte vertaling voor coccum in Exodus 25:4 beschouwd? Coccinella wordt in een aantal dialecten in Savoie een aan God gewijd diertje ( bte Bon Dieu) genoemd: COCCINELLE nf. ( manteau rouge ponctu de noir): bt' Bon Dyu [bte Bon Dieu] , btse bon dzu; btche bon Dyo.

Deze toewijding kan eigenlijk alleen maar op de basis van de Bijbelse vertaling (o.a. in Exodus 25:4) baseren, waarin het voor de tempelbouw voorgeschreven rood coccum alleen maar van de Kermesluis mag afstammen38. Ook in het Italiaans heet het lieveheersbeestje overigens coccinelle.

Blauw en Geel
Van die bronnen is mij al bekend, dat er in de middeleeuwen bij de interpretatie vertaalfouten zijn ontstaan39. Met name de kleur blauw is in talloze gevallen als geel vertaald. De oorzaak ligt daarbij in de interpretatie van de hyacint, aan wie een gele kleur i.p.v. blauw werd toegeschreven. In de afbeeldingen voor hyacint kan men zien, dat er inderdaad ook een aantal gele (en zelfs roze) varianten bestaan. De oudste bronnen, waarin de fout optreedt zijn de Delftse bijbel (1477) en de Liesveltbijbel (1542), waarin geel i.p.v. blauw toegepast wordt: Delftse bijbel (1477), overgenomen uit een Historische Bijbel (rond 1360): [3]Ende dit ist dat ghi ontfaen sult. Gout ende siluer ende coper [4]ende zide blaeu root gheel40 ende twewarf gheuerwet ende wit vlas. ende haer van gheyten. [5]ende weders vellen gheroot Ende blaeu vellen. ende hout van sethim... Liesveltbijbel (1542) gepubliceerd in Antwerpen, vertaald uit de Lutherse Bijbel: 3Ende dit is dat hefoffer dat ghy van hem nemen sult, gout, siluer, metael, 4geel side, schaerlaken, rosetroot, witte ghetweernde side, geyten hayr, 5roode rams vellen, hemelblau vellen, vueren hout,..
36 37 38 39 40 De Cochenilleluis, die karmijnzuur (Cochenille-rood) produceert Natuurinformatie - Cochenille Over de Vertaalfouten in Exodus 25-4 - Scribd Over de Vertaalfouten in Exodus 25-4 - Scribd Dit is een merkwaardige vertaling. Geel is kennelijk toegevoegd na rood in plaats van purper.

Correct is daarentegen de vertaling in de Leuvense Bijbel (1548) gepubliceerd in Leuven, geautoriseerd door de Kerk en vertaald uit de Vulgata: [3]Ende dit es tghene dat ghy nemen moet, Gout, ende siluer, ende metael [4]hemels blau sijde, purpur sijde, ende roode sijde twee-mael gheuerwet, ende wit lijnwaet, gheyten hayr, [5]ende rams vellen root gheuerwet, ende ianthinen vellen, ende sethim hout, De oorspronkelijke bron is de Vulgata 4e-5e JH. (gereconstrueerd): 3 haec sunt autem quae accipere debetis aurum et argentum et aes 4 hyacinthum et purpuram coccumque bis tinctum et byssum pilos caprarum 5 et pelles arietum rubricatas pelles ianthinas et ligna setthim Niet de kleuren zijn dus belangrijk, maar het materiaal (de hyacint, de purperslak en de coccum), die expliciet voorgeschreven worden. De coccum is de (rode) Cochenilleluis, die dus met wat goede wil ook als lieveheersbeestje (bte Bon Dieu) kon worden genterpreteerd. Dit leidt automatisch tot de vraag, of de twee andere kleuren blauw en purper, wellicht eveneens van expliciet genoemde biologische bronnen (de hyacint en purpura) moeten stammen. Van de purpura is duidelijk, dat daarmee de speciale purperslakken wordt aangeduid: de brandhoren (Bolinus brandaris), die door de Romeinen murex genoemd werd, en de verwante Hexaplex trunculus41. Men zou kunnen verwachten, dat in het Frans ook de Murex-slak een bte Bon Dieu respctievelijk de hyacint een aan God gewijd plantje moeten worden genoemd. De bte bon dieu wordt normaal gesproken vertaald als het onze-lieve-heersbeestje of (althans in bepaalde dialecten) kapoentje. In het Duits heet het kevertje echter Marienkfer en in het Engels ladybug, wat eerder een toewijding aan Maria aanduidt.

De Franse vertalingen van Exodus 25:4


In het Frans heb ik destijds ook een onderzoek naar mogelijke vertaalfouten gedaan 42. Het zijn echter relatief nieuwe vertalingen en de kans is groot, dat er in de middeleeuwen tijd (voor de schriftelijke vertalingen) al verkeerde interpretaties op basis van onbegrip bestonden. Die nieuwere Franse vertalingen behandelen de kleuren over het algemeen correct: La Bible du Semeur (BibleGateway) 3 Voici ce que vous accepterez en guise d'offrande: de l'or, de l'argent et du bronze, 4 des fils de pourpre violette, de pourpre carlate et de rouge clatant, du fin lin blanc et du poil de chvre, 5 des peaux de blier teintes en rouge, des peaux de dauphin et du bois d'acacia, Louis Segond (1871) 25:3 Voici ce que vous recevrez d`eux en offrande: de l`or, de l`argent et de l`airain; 25:4 des toffes teintes en bleu, en pourpre, en cramoisi43, du fin lin et du poil de chvre; 25:5 des peaux de bliers teintes en rouge et des peaux de dauphins; du bois d`acacia;

41 Bron: Purper (verfstof) 42 Over de Vertaalfouten in Exodus 25-4 - Scribd 43 Er wordt cramoisi (van de kermesluis) in plaats van l'carlate (scharlaken) toegepast.

Darby (1890) 25:3 Et c'est ici l'offrande leve que vous prendrez d'eux: de l'or, et de l'argent, et de l'airain; 25:4 et du bleu, et de la pourpre, et de l'carlate, et du coton blanc44, et du poil de chvre; 25:5 et des peaux de bliers teintes en rouge, et des peaux de taissons, et du bois de sittim;

Jaune
Het Franse woord voor de kleur geel is jaune. De dialectwoorden dzono correleren met dzu (God) en van alle Franse kleurwoorden correleert Jaune ongetwijfeld het sterkst met Diau, resp. Dieu. Ook met de weekdag Jeudi en de daarmee samenhangende godennaam Jeu (Dyeus, YHVH, IUpiter) lijkt jaune te correleren. JAUNE adj., roux : dzono / zhono / ZHNO, -A, -E. In de dialecten van Savoie is jaune echter geen geel, maar eerder rossig (roux), d.w.z. de min of meer oranje koperkleur die voor roodharig wordt toegepast. Geel is in feite in de ongeletterde middeleeuwse samenleving een negatief symbool, dat vooral voor verraders wordt toegepast45. Pas in de Renaissance wordt geel ook een negatief symbool voor de Niet-Christenen46 (zoals de Joden). Judas wordt vaak met rossig jaune (rood) haar afgebeeld47. Ter verduidelijking worden aan de gele mantel en rossige haarkleur ook wel de geldbuidel, de gesoleerde zitpositie aan de overkant van de tafel en het ontbreken van de nimbus aan toegevoegd om niets aan het toeval over te laten. Dit zijn vijf elementen, die voor de middeleeuwse gelovigen zo duidelijk spraken alsof het hem van de kansel werd gepreekt. Geel is de kleur van de hebzucht en lafheid48. In de kus van Judas (1304-1306) van Giotto di Bondone, draagt Judas een gele mantel49. De woorden geel en gillen zijn (analoog aan de Engelse equivalenten yellow respectievelijk yell) verwant. Geel is de schreeuwende kleur50. Omwille van het schreeuwen kan geel (yellow, jaune, Italiaans: giallo...) ook een religieuze betekenis hebben, omdat de goddelijke naam (althans bij de Joden slechts nmaal per jaar, op de grote Verzoendag) gedeclameerd mocht worden51. Oorspronkelijk was deze yell een oerschreeuw waarmee de godheid werd aangeroepen door de drie tot zeven klinkers (IAU, IAEHOUY) uit te schreeuwen. Het Nederlandse woord schr eeuw bevat het veelklinker woord eeuw, dat men ook als eeuwigheidssymbool ( aei52, aion53) kan interpreteren. Later is geel echter als een schreeuwende kleur in een negatieve hoek terechtgekomen.

44 45 46 47 48 49 50 51 52 53

De Darby-Bijbel vertaalt wit eveneens als een kleur voor katoen Yellow for Judas Yellow Giotto's The Kiss of Judas (1304-06) In het Engels heeft yellow een bijbetekenis laf. Yellow Yellow Yom Kippur aei (altijd) Eeuwig en aion

Paars
Het Nederlandse woord paars correleert met het Savoyse dialectwoord pers (blauw, azuur). A1)) bleu, azur : pers, -e, -e.54 Dit komt overeen met J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal55: paars bijv., Mnl. peers, uit Fr. pers, van Mlat. persum (-us) = perzikkleurig. In het Savoyse dialect wordt echter de kleur pers als blauw, azuur vertaald en dat is niet direct perzikkleurig. Al met al zijn de kleurendefinities dus analoog aan de Bijbelse vertalingen allerminst betrouwbaar.

54 Dictionnaire Franais Savoyard van Roger Viret, pagina 251 55 paars (kleur) - etymologiebank.nl

De kleuren van Tyrus


In November 2012 heb ik de handel in kleurstoffen van Tyrus onderzocht 56. Daarin wordt ook ingegaan op de oorspronkelijke Hebreeuwse uitdrukking voor het blauw, die in Clarke's commentaar op de Bijbel57 is gedocumenteerd: Blauw - techeleth, duidt algemeen een azuren hemelskleur aan, die in de Septuagint met , in in de Vulgata met hyacinthum, als hemelsblauw, donkerviolet wordt aangeduid. Purper - argaman, een dure kleurstof, die uit de purpura ofwel murex, een zeeslak wordt gewonnen58. Scharlaken - tolaath, dat betrekking heeft op de worm, die de kleurstof oplevert. Het woord wordt met shani verbonden, waardoor men aangeeft dat het tweemaal moet worden toegepast, d.w..z. dat de wol of algemeen het materiaal tweemaal moest worden ondergedompeld. In de Vulgata is de uitdrukking coccum bis tinctum, "tweemaal geverfd scharlaken;", zodat het scharlaken duidelijk een kleur en geen oppervlaktebehandeling (met de schaar aanduidt)59. Er is dus geen schijn van kans, die het geel als vertaling voor hyacinthum toelaat. Dit betekent niet, dat geel als archasche fetisj niet in gebruik is geweest. Goud, zilver en koper behoren immers ook tot de offergaven, die God van de gelovigen verwachtte. In Ezekil's klaaglied beschrijft de profeet de belangrijkste handelswaren en symbolische kleuren van de wereldhandel uit zijn tijd. Met name de kleuren hemelsblauw, purper en rood purper waren destijds de modekleuren. Modekleuren waren echter religieuze symbolen en verleenden de eigenaar bovennatuurlijke krachten. Destijds waren de kleuren dus fetisjen. Hemelsblauw, purper en rood purper hadden in de Bijbelse traditie een goddelijke symboolkracht. Alleen is het symbolisme vrijwel verloren gegaan. Purper behoort historisch gezien nog tot de keizerlijke of koninklijke kleuren. Rood, wit en blauw behoren in Europa tot de vlagsymbolen. Rood en blauw zijn ook de symbolen, waarmee men traditioneel mannelijk en vrouwelijk aanduidt60. Om de rol van purper en scharlakenrood in de Grieks/Romeinse samenleving te bestuderen onderwierp ik het werk Parallelle Levens61 van Plutarchus (rond 100AD) aan een nader onderzoek. Uit deze documentatie62 kan men het symbolisme in het kleurgebruik aflezen, dat in De kleuren en klanken van Tyrus nogmaals wordt beschreven. Romeinen en Grieken hadden purper voor de hoogste autoriteiten gereserveerd. Rood werd voornamelijk toegepast als fetisj voor de mannelijke kracht en macht. De navolgende Bijbeltekst63 documenteert de handelsbetrekkingen en handelswaar, die in de oudheid het profiel van Tyrus kenmerken. Gehandeld werd bijvoorbeeld in edelstenen, zilver, ijzer, tin, en lood, goud, slaven, koperen vaten, paarden, en ruiters, en muilezels, elpenbeen 64 en ebbenhout. Van alle handelspartners worden de belangrijkste soorten handelswaar opgenoemd.

56 57 58 59 60 61 62 63 64

De kleuren en klanken van Tyrus bron: Clarke's Commentary on the Bible geciteerd in Capita Selecta on Red and Blue Coloration voetnoot van Clarke: zie Plinius, Hist. Nat., lib. ix., c. 60-65, edit. Bipont. voetnoot van Clarke: zie ook Horatius, Odar., lib. ii., od. 16, v. 35. Godsdienstles 1954-1955 en De kleuren en klanken van Tyrus The Parallel Lives by Plutarch published in Vol. VI of the Loeb Classical Library edition, 1918 public domain Symbolism of Purple and Scarlet in Greek and Roman Societies Ezekil 27 - Nederlands - 1750 Dutch Staten Vertaling Bible (Copyright Public Domain) ivoor

Opvallend zijn de nauwkeurige specificaties van de kleuren rood, blauw, purper en wit, die in de geciteerde tekst gekleurd worden gemarkeerd. De hemelsblauwe65, respectievelijk blauwpurperen en roodpurperen dekens stammen van Cyprus. Het roodpurper stamt uit Aram (Syri), de blauwpurperen mantels uit Scheba, Assur en Kilmad. Merkwaardigerwijze wordt van de overige kleuren, afgezien van de edelmetalen goud en zilver, alleen nog wit genoemd in de witte wol uit Damascus. De kleuren groen, geel, oranje en andere opvallende kleuren van de regenboog spelen althans in de moderne Bijbelvertalingen geen rol in de handelsbetrekkingen van de Bijbelse handelsstad Tyrus. In de Luthervertaling en een groot aantal daarvan af te leiden vertalingen worden de handelswaren met geheel andere kleuren beschreven. De kleur blauw is geheel vervangen door geel66.

65 In de Luthervertaling, 1545 wordt de kleur blauw als geel vertaald: 7 Dein Segel war von gestickter seiden aus Egypten / das es dein Panir were / vnd deine Decken von geler seiden vnd purpur / aus den Jnseln Elisa. 66 Zie de uitvoerige beschrijving in De kleuren en klanken van Tyrus

Geluiden67
Het is opvallend, dat in het Frans diverse geluiden IAU en IOU-kernen bevatten. Men kan aannemen, dat de diersoorten, die goddelijke klanken kunnen opwekken, als fetisjen een bijzondere rol hebben gespeeld.

Het IAU-balken (ian, giegagen) van de ezel


Volgens Gerald Massey noemden de Egyptenaren de ezel Iu, Aiu, en Aai, waarin de elementaire diphthong IA tot uiting komt, die als grondslag voor de zevenvoudige 68 vocale klankenreeks geldt. In feite is de IU de basisklank in de naam van de Romeinse oppergod Jupiter, die eveneens in YHWH kan worden gedentificeerd. Uit: Ancient Egypt The Light of the World (Vol. 1-page 506) van Gerald Massey: De ezel en de jonge zonnegod werden allebei Iu genoemd. Iu was de zoon van Atum-Ra, en de zoon diens symbool in de dierenwereld. Iu, zoals deze god in Egypte genoemd werd, draagt in Phoenisisch en Hebreeuws de naam Iao. De Egyptenaar Clement van Alexandri spelde de naam Jehova als Iau. Iu is dus in het Egyptisch de ezel, Iao de naam van de god met de ezelskop en Iau is Jehovah. Epiphanius bevestigt dat de godheid Sabaoth met een ezelsgezicht wordt afgebeeld en noemt het de gnostische Sabaoth. Sabaoth was echter ook de Joodse God Iu, die IaoSabaoth genoemd werd. Om deze redenen is de ezel een heilig dier, dat het prototype van de goddelijke naam uitroept69: The Egyptians call the Ass by the name of Iu, Aiu, and Aai, three forms of one primary diphthong in which the seven vowel-sounds originated. Aiu or Iu with the A protheic shows the process of accretion or agglutination which led to the word Aiu, Iao, Ioa, Iahu becoming extended to the seven vowels finally represented in the fully drawn-out name of Jehovah, which was written with the seven vowels by the Gnostics. The animal with his loud voice and long-continued braying was an unparalleled prototype of the Praiser and Glorifier of the Gods or Nature-Powers. He uttered his vowel-sounds at the bottom and top of the octave which had only to be filled in for the Ass to become one of the authors of the musical scale. In China rijden de onsterfelijken op ezels70. Het duidelijkste geluid dat een ezel maakt is het balken, dat over een afstand van enkele kilometers te horen is. Het balken geeft informatie over de status van het balkende dier en kan bovendien de samenhang van de groep handhaven.

67 Lijst van dierengeluiden - Wikipedia 68 Een van de talen met zeven klinkers is het Albanees. Het Albanees heeft zeven klinkers: A, E, (de is een sjwa), I, O, U, Y. Klinkers kunnen lang of kort zijn, maar hier wordt meestal geen betekenisverschil mee uitgedrukt. Alleen bij de U en de Y kan de lengte van de klinker belangrijk zijn: de lange U en Y worden dan ook als UE resp. YE gespeld. ( Albanees) 69 Gerald Massey's Ancient Egypt (pagina 39 & 40) en Notes to Gerald Massey's Ancient Egypt 70 Ezel (dier)

Miauwen
Andere dieren die de goddelijke naam uitroepen zijn de katachtigen, die de letterlijk de vocale reeks IAOU miauwen: MIAOU onom., cri du chat, cri du chat en rut : myou // onom. Mo.

Piauler (kwetteren, piepen, schreeuwen) en vyou (janken)


De correlatie tussen de schreeuwende kleur Jaune en het Engelse yellow (met de schreeuw yell) en het Nederlandse geel (met de schreeuw gil) zijn al besproken. In de Franse dialecten zijn echter nog andere gelijkwaardige woorden te vinden. Voor het piepen en schreeuwen worden woorden toegepast, die op IOU baseren: PIOULER vi. fl. => Piauler. VYOU onom., viou, vyouvyou, viouviou, (bruit que font les pneus d'une auto qui prend un virage toute allure) : vyouvyou. Vyou en viou baseren op het janken van de slippende autobanden:

De rechtspraak (Justitie)
Tot deze categorie behoren echter ook een aantal IU-woorden. Dit blijkt uit de correlaties met de godennamen, bijvoorbeeld jujo en dzudz (voor het dialectwoord rechter). De variant Iuio bestat zelfs volledig uit klinkers. Al deze IU-woorden bevatten de IU-kern van Jupiter, maar zijn in feite oorspronkelijk op een drievoudige IOU-kern gebaseerd. De oppergod (Dyaus, Jupiter, resp. YHWH) was natuurlijk de god der gerechtigheid. JUBILATION nf. => moi, Joie. JUCHER71 => Percher. JUGE72 n. JUJO, -A, -E || mpl., dzudz. JUGER73 vt. JUJ (Met talloze verbuigingen....) JUSTE an., exact, prcis ; quitable, honnte : JUSTO, -A, -E || m., dzust. JUSTICE nf., for extrieur : dzustisse, JUSTISSE.

Juste en Justice schrijft men eveneens met Dz: dzust en dzustisse.

71 Hoog plaatsen 72 rechter 73 Rechtspreken

De overige IEU-, JE-, JOU- en IU-woorden


In de Franse dialecten zijn de IEU-woorden veel talrijker dan de IAU- en IOU-woorden. Tot de IEU-woorden behoren onder andere: Met de onthouding (vasten en vastentijd, en de ongetrouwde? jeugd) hangen de volgende woorden samen: JEUN74 () ladv. DYON, zhon. JEUNE an., adolescent ; jeune homme ; jeune fille : djwin-no (Dserts) / dwan-no / dywan-no / dzwno / jwan-no / jwno / jwin-no / jwno / zhouno (Houches) / zhwan-no / zhwno / zhwno / ZHWIN-NO / zwan-no / zwin-no / z(y)wan-no || dzwinh-n, dzwinh-n, ..., dzou-n || dv., zhwnozmpl., zhwnezfpl. (). - < afr. NDE. 11e s. jovene< vlat. *jovenis< clat. juvenis=> Fille, D. => Jeunesse, Jeunet. JENE75 nm., dite : dyon-no, zhon-no, zon-no , zhono (Arvillard), zhwno (BalmeSi.), jejunus [affam], D. => Jener. JENER76 vi. dzon-n, dyon-n, zhon-n, zon-n, indyon-n, R. Jene. JEUNESSE77 nf. (tat, priode de vie) : jwin-nssa, dywan-nssa, jwan-nssa, zhwnssa , R.2 Jeune. JEUNET78 an. => dwan-n, -ta, -e, R. Jeune. JEU79 nm. JE, dzw, jw, zw, zhw . JOUER80 vt. ; vi., jouer, s'amuser : djoug, doy / doh, dwh, d(y)wy, dzouy , jouh, zdoy, zheuy, zhy, ZHOY, zhyzh, zhweuy, zhwy, zhw, zoy, zholy. MIEUX81 VIEUX82: dit is wellicht als de ontkenning van jeugdig (niet jeugdig) te interpreteren. (mon-)SIEUR LIEU, milieu PIEU83 (in het dialect ook: morceau84) JOYEUX adj., gai: jwaye/ joyow, -za, -e ; golyu, -za, -e. - E. : Heureux.

Met het spel correleren de volgende woorden:

Tot de algemene woordenschat behoren:

74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84

nuchter vasten Vasten (ww.) jeugd piepjong spel Wagen, spelen, inzetten, bedriegen Het betere, het beste oud Paal, bed (nest) brok

Het woord juk is bij de Kelten wellicht als huwelijkssymbool toegepast85. JOUG86 nm. (en bois pour atteler les boeufs) : zha, zheu, zhe, zh, zhou, zhow, zeu, dz, R. l. jugum=> Joue.

85 Het juk wordt als huwelijkssymbool in de Germania van Tacitus beschreven. 86 Juk, Latijn: jugum

Appendix 1: Woordenlijst met IOU, IAU en IEU-kernen


De woorden zijn tenzij anders aangegeven overgenomen uit Dictionnaire Franais Savoyard. Om de documentatie overzichtelijker te maken zijn de plaatsnamen (en enkele andere gegevens) verwijderd, waar de woorden worden toegepast. Deze kunnen voor zover nodig in het dictionaire worden opgezocht.

IOU-woorden
CHIOUSE: excrment, fiente, crotte 87 FIOULE nm., fuel, fuel-oil, mazout : fyoulo. MILDIOU nm., maladie des feuilles ~ de la vigne et de la pomme de terre : MILDYOU. NIOULER: pleurer88 PIOULER vi. fl. => Piauler, parler d'une voix aigu (une pioule), se plaindre, rler RAVIOULE nf. fl., raviule, ravile => Pomme de terre. RIOUTE / RIOUTTE nf. fl. => Ptisserie. RIOULE (faire la): fte89 THIOU (LE), npr. masc., canal dversoir du lac d'Annecy et qui se jette dans le Fier : L'TYOU. THIOIS, parl entre Thionville et Maastricht, est souvent appel "francique mosellan90 VYOU onom., viou, vyouvyou, viouviou, (bruit que font les pneus d'une auto qui prend un virage toute allure) : vyouvyou. Vin(g)t DIOU91: mince, zut92 ZOUINS93: Personnage aimant paresser tout en se plaignant

JOU-woorden

87 88 89 90 91 92 93 94 95 96

JOUBARBE nf. : papakolonnm., rba de Sin-Joz. JOUDRON (LE) riv. le Zhoudron. JOUABLE94 adj. zhyblo / zhoyblyo, -A, -E. JOUE95 nf. ZHWA, zhw, zhw, jw, zva, - zhw< vlat. DEF *gauta< *gabita< pie. *gaba[jabot] => Abcs, JOUER96 vt. ; vi., jouer, s'amuser : djoug, doy / doh, dwh, d(y)wy, dzouy , jouh, zdoy, zheuy, zhy, ZHOY, zhyzh, zhweuy, zhwy, zhw, zoy, zholy.

Parler savoyard Parler savoyard Parler savoyard Vocabulaires et toponymie des pays de montagne Parler savoyard Vingt dieux, la belle glise ! Parler savoyard bespeelbaar wang Wagen, spelen, inzetten, bedriegen

JOUFFLU97 adj., potel : potu, -w, -w, potl, -, -, ryon, -da, -e[rond] (001) ; joflyu/ jouflu, -w, -w/ -weu. JOUG98 nm. (en bois pour atteler les boeufs) : zha, zheu, zhe, zh, zhou, zhow, zeu, dz, R. l. jugum=> Joue. JOUIR99 vi. (d'une terre, d'un bien, de sa retraite ...) : gdi, profit [profiter] JOUR100 nm. Dzrt , dzo(r), dzort , zdor , zeur, zh, zhr , zhe , zheu(r), ZHr, zhr, zhrt, Zhoor, zhour, zor, R. l. diurnu. JOURNAL nm. (de terre), mesureagraire valant en Savoie 2948,37 m ou 400 toises carres (Il correspond une journe de labour. L'hectare donc vaut 3 journaux et 156 toises) : zhornnm, zhorn, zeurn, zorn. JOURNAL nm. (papier journal) : zhorninv, zhorn / zheurn, pl. zhorny , zhornalo, pl. Zhorn, journaloinv, jornalo, pl. Jorn, journalo, pl. Journ. JOURNE nf. ; journe de travail : dzorn, zdorn, zheurn, ZHORN, zhorniva, zorn. JOUX nm. fl. => Fort. JOUXTE anc. prp. => Prs. JOUXTER vt. => Adjacent, Toucher ; joust, tosh, apandre. JOYAU nm. => Bijou. JOYEUX adj., gai: jwaye/ joyow, -za, -e ; golyu, -za, -e. - E. : Heureux.

IAU-woorden
ATTRIAU / atriau, nm., petit pt de forme arrondie // boulette lgrement aplatie DIAU nm. fl., diot => Saucisse101. HIAUTE (la) (ou Yaute) : Haute-Savoie102 MIAOU onom., cri du chat, cri du chat en rut : myou R. /// onom. Mo. NIAULE nf. => Eau-de-vie. PIAULE nf., chambre : pyla. PIAULER vi., ppier, pousser de petits cris plaintifs,

97 Met dikke wangen 98 Juk, Latijn: jugum 99 Genieten, klaarkomen 100Dag 101worst 102Parler savoyard

JAU-woorden
JAUGE103 nf. jja, zhzhe. JAUGER104 vt. JJ. JAUNTRE adj. zhnasso, -a, -e, zhnafu, -ou, -ou. Jaune, D. => Crotte105. JAUNE106 adj., roux : dzono / zhono / ZHNO/ zdno / jno, -A, -E.

IEU-woorden
AEUL (Grand-pre)107 ARTIEU108: orteil MIEUX109 VIEUX DYE, DIEU (MON-)SIEUR LIEU, MILIEU PIEU (morceau) BON-DIEU (LE), nm. Bon-Dy (L')(Albanais), Bon-Dz (Le) (Montagny-Bozel, COD.). adyu[adieu] (001). COCCINELLE nf. ( manteau rouge ponctu de noir) : perntanf. ; parpavoula(St-PierreAlb.), PArPYULAnf., paplyoula [belle dame] nf., parpyoula, R. Papillon ; bt' Bon Dyu [bte Bon Dieu] nf. (001), btse bon dzu; talyenm., btche bon Dyo. DIEU nm. : djeu, dj, djou, dju, djyu, dyeu, dye, dyo, dyou, DYU, dz, dzhyu, dzu. A1)) le bon Dieu : L'BON ~ dzhyunm. / dzu /DYU / Dyeu / Dyo. A2)) Dieu (dans les jurons) : dyou, gu, gue, goura, ki, dzo, dzola, ble. - E. : Diable, Sacr. A3)) l'enfant Dieu : l'fan Dyeunm, l'fan Dyu. --R.1------------------------------------------------------------------------------------------------- anc. hindou : Dyaus [dieu du ciel] / g. Zeus/ l. Jupiter [pre de Jov] / norrois Tyr. -------------------------------------------------------------------------------------------------------

103Peilstok 104Peilen, naar waarde schatten 105Keutel, drol 106Geel 107Zie Appendix II The Provencal Project: Mirio 108teen 109Het betere, het beste

JEU-woorden
JEU nm. JE, dzw, jw, zw, zhw. JEUDI nm. DeDYU, djou, dju, dezyeu, deje, dezye, d(e)zhou, d(e)zhu, dzhyu, dzou , dzye. A1)) le jeudi saint110: l(e) gran d(e)dyu [le grand jeudi] (001 | 002), le dzhu s (271), l'dzhyu sin. JEUN () ladv. DYON, zhon. JEUNE an., adolescent ; jeune homme ; jeune fille : djwin-no (Dserts) / dwan-no / dywan-no / dzwno / jwan-no / jwno / jwin-no / jwno / zhouno (Houches) / zhwan-no / zhwno / zhwno / ZHWIN-NO / zwan-no / zwin-no / z(y)wan-no || dzwinh-n, dzwinh-n, ..., dzou-n || dv., zhwnozmpl., zhwnezfpl. (). --R.1------------------------------------------------------------------------------------------------- < afr. NDE. 11e s. jovene< vlat. *jovenis< clat. juvenis=> Fille, D. => Jeunesse, Jeunet. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ JENE nm., dite : dyon-no, zhon-no, zon-no , zhono (Arvillard), zhwno (Balme-Si.), jejunus [affam], D. => Jener. JENER vi. dzon-n, dyon-n, zhon-n, zon-n, indyon-n, R. Jene. JEUNESSE nf. (tat, priode de vie) : jwin-nssa, dywan-nssa, jwan-nssa, zhwnssa , R.2 Jeune. JEUNET an. => dwan-n, -ta, -e, R. Jeune.

JU-woorden
De JU-woorden stammen over het algemeen direct uit de overeenkomstige Latijnse woorden, die over het algemeen op de rein vocale IU-stam van Jupiter (en Dyaus) baseren. JUBILATION nf. => moi, Joie. JUBILER vi. => Rjouir (Se). JUCHER111 => Percher. JUDAS pm.. - nm., tratre ; : Jud. JUDE npf. Jud. JUDICATURE nf. circonscription judiciaire, juridiction; tat /// charge /// fonction ~ de juge : judikatura. JUGE112 n. JUJO, -A, -E || mpl., dzudz. JUGER vt. JUJ (Met talloze verbuigingen....)

110Witte donderdag 111Hoog plaatsen 112rechter

JURON113 B2)) bon ~ dyu / dyou / zou / gu / gue [bon dieu], bon Dzu(083), bonjou(r)[bonjour] (dformation de bon dyou), non de bonjou[nom de bonjour], bont[bont] (dformation de bon Dye[bon dieu]) ; bon dyou d(e) bon dyou-n ; vin dyou, vin dyu, vin jou, vin zou || vin Dyou d(e) vin Dyou || mile dyou ; bon san, bon Dyu d'bon Dyu// bon gu d(e) bon gu [bon dieu de dieu = bon sang de bon sang], bon gue d'bon gue(Table), bon dyou d(e) bon dyou , bont de bont (juron surtout fminin).

JUSTE an., exact, prcis ; quitable, honnte : JUSTO, -A, -E || m., dzust. JUSTICE nf., for extrieur : dzustisse, JUSTISSE, justa.

YEU-woorden
YEUSE ( eik) YEUX ( ogen)

Oui-woorden
OUI ( ja) OUIN-OUINS (les): Les habitants de Genve, par extension les suisses114.

113vloek 114 Parler savoyard, het woordje OUIN baseert op het Franse woord OUI (ja)

Appendix II Onderzoek aan de drieklanken in Mirio115


Speurtocht naar de drieklanken ieu, iau en iou in de Full text in Occitan voor het gedicht Mireio

IEU-woorden
Page n21 - Beu Diu, Diu ami, sus lis alo Page n22 - beau, Dieu ami, sur les ailes Page n25 - L'estiu passa, nous fague faire Page n27 - e di miu estampa Page n28 - et des mieux dcoupls, Page n29 - e soun fiu trenavon. Page n30 - bon, gracieux, de main de maitre. . Page n33 - viei, Dieu lou bufo E fai vira coume baudufo? Page n34 - vieillard, Dieu souf- fle, Page n39 - ^re que ienieu Tempento I fla! ha! tamben, Page n40 - le vieux marin se cabrant de colere... Page n46 - , des lieux san- vages, Page n48 - mon Dieu ! Un Page n50 Dieu vous main- tienne en bonheur et Page n52 - coyreurs au milieu (de la lice) deja venaient Page n53 - roure, N'avieu just courregu qu apos apres li perdigaii Page n62 - locality reparait plusieurs ibis dans le pome, Page n63 - quenouille au milieu de ses neophytes. ** Page n64 - mouiir au lieu de leur debarquement. (Voyezle Chant Page n65 - de la F6te-Dieu. Les cavaliers les ajustenti leui* ceinture, Page n70 - le vieux Haitre Ramon : r gt apos Page n71 - du recalieu, Entanterin qak la cadaulo Quauque esperitoun siblo Page n74 - bien mieux qu apos elle, Page n75 - sorre, avieu grand gau d*ausi soun dous acord Page n78 - les vieux princes des Baux, Page n83 Boudieu ! digue Mireio en aparant, Page n84 - Bon Dieu ! dit Mi- reille en Page n86 - creux, ndieu ! A peine Page n91 - quand venieu subr apos ouro, Estrassa, moustous Page n93 - noum de Dieu ! Me fagu^s pas cr Page n94 - nom de Dieu ! Ne Page n95 - Valabrego, Sieu qu apos un gandard, Mir io, Page n96 - comme une lieuse (de gerbes). Page n97 - ceu, Tanarieu querre, E Dimenche Tauries, pendoulado Page n99 - , a ieu pauret! basto, uno fi Page n104 du Monde paieUj que publie en ce moment M. Page n107 - Tan de Dieu que nous sian marida. D u Page n108 - du vieux Maitre Ramon Spouse honor^e, Page n111 - vague, Poudieu ben, aqueu jour, barra moun

115a poem in Occitan by French writer Frdric Mistral. It was written in 1859.

Page n112 - Tenvieuse leur darde une Page n113 - bono, sieu b^n pauro I Acoumence la fi Page n114 - a pas lieu, repondit-elle, tons les jours: Page n115 - moun prince amarieu d apos escala. Souleto em apos Page n116 - plaisante et d6licieuse (que) Page n117 - davans ieu s*espandi E sa mar bluio Page n118 - grand el vieux chef de pasteurs Page n119 - rfeino, ieu! E que Marsiho eme si velo, Page n121 - Mai ieu, Azalals la r ino, Dins moun Page n122 - qui mieux cour- tise Page n124 - elleauraitle mieux aim j Page n125 - dimars venieu de busca apos a Coume anave Page n128 Dieu une fois montra miracle! Page n129 - Ome de Dieu ! crid Termito... Page n130 - Homme deDieu! s apos ecria Termite. Page n132 - elle aima mieux, toute vive, aller s apos enPage n137 - de mar ieu me farai, Tepoiirlarai! Page n139 - blanqueto, ieU) capelauj counfessai^aij E t apos ausirai Page n140 - apos un vieux ch^ne... Page n145 - qu*il vieut de ce c t^. Page n146 - trouvereste du milieu du dou- zieme si^cle. Page n154 - les vieux b^liers qui Page n156 - Oh! Dieul Ton iTi apos a dit vrai : Page n159 - ron vieu dins aquel ubrage... Senti Page n161 - vosto lieureio... K respinchavo. Pi i partigu^ Page n163 - trent dou dieu terrible, Qu apos en un barrejadis Page n164 - trident du dieu terrible, qui, Page n165 - u RoseCamarguen sieu, dis, un ribeirdu Sieii lou Page n166 - rable aieul avait trois rodes^^ (de Page n167 - Au Segnour Dieu, dins lis espaci Aubour^ si dos Page n168 - gneur Dieu, dans T^tendue Page n171 - Coume lou nieu qu apos un tron estrasso E Page n172 - Cependant au lieu determine, oil Page n174 - au lieu du marquement. La multitude cornue Page n178 - tous deux furieux, acham s, Page n179 - Santo de Dieu ! coume ro bello, Qiiand Page n185 - apos un gracieux campanile, que soutiennent dix colonnes corinthiennes Page n186 - signifie un lieu ousont de iiombreuses vaches. G apos Page n188 - une couple dlieures de haul Page n189 - Que Tamourouso pieuceleto I apos avie dicho un matin dessouto Page n191 - E Taurelo d'estieu que frusto, k jour fall, Page n192 - mi- lieu des glaciers Page n195 - lou fieu de Meste Ambrose, ra*no erbo, Page n196 - sur Teau rieuse, et laisse au Page n198 - aux rois Dieu envoie en abondance. Page n200 - que du vieux lambeau de toilo Page n204 - amour au milieu dcs typhas... Page n206 - ainsi, furieux, ils se gourmaient la t te, Page n207 - P^r mieu pica soun empegn^ire, Lou gaiard Page n208 - tes au milieu (de laplaine}* Page n209 - Li cieune, li fouco lusento, Li becaru, Page n210 - Ourrias,au milieu de lalande !...

Page n211 - lis estrieu, li grands esli apos ieii ferra, Page n212 - un pied viciorieux, pressait la poitrine Page n215 - Li cieurie, li f uco lus^nto, Li Page n219 - Bs ieu que mo troumpe ! ublidave Ques Page n220 - Tonnerre de Dieu ! )) crie le Page n224 - suivaient, silencieuses et lentes, le rivage. Page n225 - negadis ansin Dieu meme Dono un relais per se redeme. Page n226 - de Dieu, mangeurs de pauvres, Page n227 - long dou fieu que trai, Li pescadou (qu* Page n228 - Du milieu de I apos eau qui TemPage n230 - , au milieu d apos une foret vierge, pr Page n235 - Hegardes) pensatieu, li chato que fan gau I E Page n236 - aussi, Malthieu Anselme, qui, Page n237 - Maire de Dieu! pi^iquilo, e toumbo soun pani Page n238 - re de Dieu ! puis s Page n239 - Lou bon Dieu, car si^u b^n de plagne Page n240 - pareils malheurs Dieu vous d livre, Page n241 - sabe Qu'aurieu de vosto amour vougu lou vSire empli. Page n242 - en un lieu que la salamandre Page n243 - Di fieu dis ome s*aflam ron E, Page n244 - kme a Dieu, chemin faisant* Page n245 - signe de Dieu I Alor Mir^io la saludo Page n246 - signes de Dieu ! Page n250 - tout chemin glorieux a sa traversee Page n251 - soun fieu de lanoy E cr^i fiela de Page n252 - char- donneret,ieur fait alors : Page n254 - peux dire adieu !... Quel brouillon Page n256 - en ce lieu m^me avait pu etro Page n257 - E de pieu-pi^u, e de paraulo A mita dicho, Page n259 - de cieucle, de figuro, De raio luminouso e Page n262 - fantdmes ce (lieu) est le repaire, Page n269 - , inieu que gen de busco : Es Page n270 - ne brAle mieux : ce Page n276 - croix de Dieu plant^e au timon ! Page n277 - apos un fieudejour au bout ie raio. Menu, Page n278 - Dieu est adore dans son temple... Page n279 - plupart des lieux chant^s dans ce po me. Page n280 - , au milieu de ce cataclysmc de pierres, la Page n281 - Adieu, F^vrier! Avec ta gel^ Page n283 - apos en sieu f u I ... Page n284 - i son vieux p re. Page n288 - pi- iieuse fleur de cApre Page n289 - Lou bon Dieu que me ven esclaure D u soulet Page n290 - te bon Dieu qui vient m apos exclure Page n291 - que moun Dieu, mai que ma sorre ? Me Page n292 - adresse au vieux vannier (ces paroles) : Page n295 - : nioun Dieu li beu blad ! Quenti Page n296 - Provence, a'ieul? dit soudain un Page n298 - bon aieul! Page n300 - le bon Dieu vous envoie ! Page n303 - Tanii de Dieu ^ Ansin lou m^stre li Page n304 - Tami de Dieu ! Ainsi les

Page n305 - , E peieu di boiis an ^ron ii signe Page n307 - Se venieu dire lou countr^ri. Hai touto Page n309 - Ie vendrieu s^nso misleii. Que Page n310 - avec un pieu ! . Page n311 - davans Dieu e Nostro-Damo, Res autre qu Page n312 - et devant Dieu et Notre-Dame, Page n314 - a bouillons furieux s apos ^lance dans la rivi Page n315 - fio de Dieu ! De facharie niorno e malauto, Page n317 - que n avieu dins ma patrio Pas un terroun k Page n318 - Malheur de Dieul s apos cria-t-il soudain, Page n319 - de sang vieu ! Mai, de retour d Page n320 - le vieux grondeur ainsi remPage n321 - Toustau lou vieure abounde, P^r que de longo Page n322 - le grand Dieu avec ses anges Page n324 - la rouge liieur des fenx vers Page n325 - rare, precieuse, a laquelle on tient beaucoup Les sorciers Page n328 - Le venerable aieul, d apos aucune maniere, Page n330 - le bon aieul el^ve en Page n333 - li prt'';;o-nieu d apos estoublo, li parpaioun, Page n334 - .les mantes religieuses, les papillons avertissent Mireille. Page n335 - pousqu^sse vieure, E I apos embrassa coume fai I Page n340 - trois fois gracieusement elle les ceint Page n343 - Erne ieu, i Santi-Mario Res vou veni, Page n345 - treboulado Subran partieu k grand voulado E dins la Page n347 - Car, del'estieu fug^nt la flamo, Li noumbrous Page n348 - Dieu ouvre la main et le Mistral, Page n349 - Lou bon Dieu A ines i font d*aigo clareto, Page n350 - en ces lieux brules toute seule, Page n351 - soulet eme Dieu, i gorgo d u Bausset Vous trouv^ Page n352 - elail un vieux puits tout rev^tu de lierre, Page n353 - esta, ieu que vous parle ! Ai ! Page n355 - Mai, cieuta douQO e brunello, Ta mereviho courounello, Page n356 - garde de Dieu ! Page n358 - verrez le lieu oucelase passa. Depuis Page n360 - jour de Dieu) les yeux se creusent Page n364 - paix de Dieu aux marais) au Grand-Clar ^ Page n367 - apres un ieux roraan de cheva- Icrie aussi populaire Page n370 - Le vieux Ramon et son epouse, Page n371 - elo aro sieu desrusca ! D apos uno souleto Page n372 - le lieu, la caverne reculte Page n374 - jeunes filles rieuses, dans I apos Page n376 - apos precieux souvenir il Page n377 - redoulent, agradieu, Despuiavon la terro anavon Sus la Page n378 - les ardentes lieuses vite ramassaient les Page n380 - (flots) rieurs ou, au Page n382 - (aux lieux) ou chante la pordrix. Dans la Page n384 - vinrent les lieuses (de gerbes), Page n385 - , bdu Bondieu! que noun m* ro arnba! Page n386 - , beau Dieu! que cela ne m apos ^tait Page n388 - adieu le martelage (de la faux) Page n389 - en plourant pieutavo e li plagnie. Aqueu recit de Page n390 - furieuse, acharn^e, avide, les per-

Page n391 - Hanipau de Dieu ! adounc fagueron Li lougadie touti Page n392 - Pakne de Dieu ! dirent pour lors Page n393 - double, Vesieu lis erbo d u restouble Se clina Page n395 - . Erne ieu, i Sinti Mario, Res Page n396 - ^toiles deDieu clouaient leciel. tt Une aine, Page n397 - torse, ieu souleto Embrecarai sa daio bleto, E Page n398 - oins I'essieu, mouille les cercles (des moyeux), Page n401 - les dix lieures du matin. apos Jean Althen, Page n402 - tion dans plusieurs villes du Midi. ^ Tramontane Page n403 - La roumieuvo d apos amour se tirasso jusqu apos Page n410 - des essaims furieux, des essaims de Page n412 - , mon Dieu ! crier miracle ! Page n414 - mouvanls, odieux ! it Page n419 - apos alin sieu vengudo Querre eici la pas. Ni Page n423 - vdsticourouno, ieu mourirai ! Vosto voues m apos Page n424 - descendent, radieuses, descendent vers moi Page n428 - la mer furieuse, el la mer, Page n429 - Que dins Dieu meme nous tresporto! Dempi^i quouro Page n430 - qui en T)ieului-m6menoustransporte! Depuis quand asPage n431 - N^go Dieu dins soun cor e i^n tout Page n432 - ilnie Dieu dans son coeur et tient tout le Page n437 - noin designe plusieui's oiseaux de i apos ordre des ecliubPage n439 - a la cieuta d u crinrie, Endourmido avau dins Page n440 - sang de Dieu encore hiimide, Page n443 - , que Dieu enspiro, !s erso de la Page n445 - clavelles toun Dieu ! Aro, li vigno erne Page n446 - le vieux Trophime s apos enveloppe Page n448 - des ecueils Dieu nous garde, Page n451 - Houn Dieu, serVe-nous de timouu! M apos Page n452 - dans les cieux. a Du haut palais ou il triomphe, Page n456 - au milieu des palais, Page n458 - le vieux Trophime qui s* lance, Page n460 - Le Dieu qui a brise ton idole Page n461 - parlavo de Dieu, tout bon, tout pouderoiis E Page n462 - parlait de Dieu, lout bon, tout-puissant, Page n463 - n a Dieu, dou^o e cregnento, Oufri sa Page n464 - vient a Dieu, douce et craintive, Page n465 - nosto pauro cieuta... Sian mort sus n sti cambo ! Page n466 - au des dieux, erre... Ayez pitie ! Page n468 - pins du lieu. Page n469 - gau h Dieu : Tas agu remarca, Tre Page n470 - qui rejouissait Dieu : n apos as-lu pas Page n472 - que, vieux genie vres, Page n473 - auro de iieu, jilaran la blancour! Mai dou regret Page n475 - , ieu more. Gandissesvous ensen alin versTaveni, Page n476 - mes le lieu oii taient nos ossements : Page n477 - au Fieu, cm apos an Sant Esperit ! Page n478 - Adieu, Mireille!... L apos Page n479 - .line pieuse el poetique l^gende attribue son origine Page n480 - encore ce myst^rieux l antique monument : Page n481 - jour de Dieu s esvapouro E que li pescadou, Page n482 - oulejourde Dieu s apos evapore

Page n484 - MonDieu ! s apos crie-l-elle, Page n485 - Tautar de Dieu. Sus li pieloun dou santuari, La Page n486 - Tautel de Dieu. Sur los piliers du sanctuaire, Page n487 - Santo de Dieu, Santo amistousu ! D apos aquelo Page n488 - ma croix fieurie, et par villes Page n490 - des savanes prodigieuses. Page n493 - malan de Dieu ! p^r agu tant Page n494 - annee de Dieu' pour avoir tant de maux ? Page n497 - dou bon Dieu entrevese li Cor... Aqui Page n498 - du bon Dieu j apos entrevois les choeurs... Page n499 - ! i'aurieu di, reino celesto, Soulet recati Page n500 - pint k Dieu ! * Page n502 - miracle de Dieu ! leur barque vientici! Page n507 - .. Adieu, adi u!... Deja Page n508 - > adieu ! . . . Page n509 - noum de Dieu, boni g^nt que sia apos qui, Page n510 - noni de Dieu, bonnes ge ns qui tes l^, Page n511 - p^r ieu ce que vous dise : Per Page n512 - Vieux Maitre Ambroise, pleure ton ills ! Page n514 - apos aux Iieux ou elle tait, Page n520 - ieur fait la bienvenue. Page n521 Lieur^o d u paslra, lou coucourelet de Page n522 - retourne, furieux du refus de Mireille. Page n524 - les mantes religieuses, les papillons avertissent Mireille. Page n526 - flots avec plusieurs autres disci- ples, elles abord^ Page n528 - et radieuse mort de la jeune filler

IOU-woorden
Page n1 - public et serious heureux de vous etre utile. Page n11 - e do roprouducioun soiiii resorva. Page n19 - Mir^io questiouno Vinc^ii. Page n23 - IIou ! toul aco se fai ! Page n25 - per restiou, an la pinedo, Per dins i Page n29 - Digue Meste Ranioun, lou majourau dou mas. An ! Page n31 - eigagno Quesvalissie iouto magagno... Dis estello mens Page n43 - abeuravon li mioUi Page n49 - man aganto Em*afecioun lis os di Santo, (Lou Page n53 - Eh I iioum-d'un-garri ! iri apos escridei apos e, Page n55 - ! qirafecioun ! oh ! quelo estubo Page n62 - plaisir la descriptiou suivante, empruntde au mftme auteur : Page n64 - la loi iiouvelle quelques-unes des peuplades voisines , Page n67 - Escaufdslre e separaciouu di calignaire. Cantas, canlas, Page n69 - t ms qu'eilaniount Elo risi^ jitant de si^ule, Page n77 - de Taubre panouious Escoundu souto lou ramage, Dins rinnoucenci Page n78 - essayaient a Tauiour. Les crates, Page n79 - quau sara ineiour cuifeire, Madamisello, l*anan vMre Page n85 - Ve, ioutaro Dirai qu*as la man fado ! Page n87 - plego La chaiouno di Falabrego... Eu pamens Page n91 - Un uioumeaet se regarderon, E apos m* Page n100 - a geiiouX) comme a present, Page n105 - Azalats e Vioulano. La Court d

Page n106 - niour. Les amours de Page n107 - De Mirfeio ourgueiouso maire E Ii vesino e Ii Page n113 - Toun aguhioun fau toujour qu apos obre, Que! Page n129 - la santo assoulucioun. Aquelo barro que lou pr ire, Page n133 - e de viouloun. Ei plen d*estello, aperamount! Page n139 - aubre di nioure, leu lou clot d apos ^urre Page n143 - De si daioun la von la goumo... Page n167 - e la benedicioun ! Page n171 - E niounte un pople foui embarro un vaste round, Page n173 - batre Lou virouioun de ranfitiatre, Coume lou chin apres Page n175 - sulile, Aniourro a soun espalo, en ie troussant Page n181 - escalo De tourtouioun de serp verdalo ! Page n185 - Bessonniere (besiouttiero), brebis qui met bas des jumeaux. Page n187 - proucessioun di negadis sus lou dougan dou flum. Page n189 - matin dessouto raqfiourie. Dre coume un cani de Dur Page n190 - aux cailioux dont la Crau est pleine Page n191 - un sen trciouli E la joio desmemouriado Qu apos Page n193 - fague un pouioun ! Page n199 - dins lou draiou. Lou tron d apos uno chavano acipo Page n205 - Es I'AiTiour ponderous que li bwlo e li poun. Page n219 - La longo proucessioun adeja s*espandis, Page n221 - mounto, afeciouna, la ribo. Coume bevon Ter linde, Page n223 - au fres margaioun ves^n courre lave. Page n225 - Fin de miou, fm de cop de rounco ! Page n227 - varaio La proucessioun que tant t apos esfraio, Li Page n230 - apos encambo iou Gardoun), le pont du Card. Page n231 Lis aparicioun de la baumo : Li Fouletoun, Page n233 - le niounle li plagnoun venien toujour plus fort. Page n235 - tu, iou paure trenquejaire, Tavan, umble cansounejaire Page n239 - un pau d'agrioutat. , beuPage n243 - pipa, ioumberon d^amoundaut. Dins la gorgo estrechano Page n255 - TEsperiioun s apos enanavo eiiaiiu Eme soun rire. Page n259 dardaioua de fio que pougnon vosti cai apos Page n265 - a vcrlouioun, Boumbis la flainado gancherlo E d Page n269 - A proucesssioun e blanquinello, Milo colono, clarinello Page n277 - e soun vieiounge, Mount-Majour, Tabadi^ di mounge, Page n279 - Agriotat [agrioutat), liqueur composite d apos eau- dePage n283 - findignacioun de M^te Ambroi. Page n293 - E uiouuto d apos aut, Cargo sis auti Page n295 - : nioun Dieu li beu blad ! Page n305 - bleto e silenciouso, Plan-plan devans la riho au souleu Page n311 - aco dins sabenedicioun! Mai, afebrido e blavinello, L Page n313 - k boui fuioun s*esclafis dins lou riau : Page n315 - L*endignacioun, aquest, I apos enaure toutrevoi. Page n319 - apara lou iioum de Franco... Mai, Page n326 - fermenla- liou un goAt excessivement piquant. Ce mets Page n327 - d u vieiounge tranlraiavo,.. LVinat de Touslau Page n333 - phis soun leioun^u? Ourlanto sus-lou-cop, Lougiero e Page n345 - dourraien agrouniouli, De sa dourmido treboulado Subran partieu k Page n349 - ron Li parpaioun que la vogueron. Lis alo de Page n353 - k de biou marin que paisson dins si tes Page n359 - Lou mourraioun... Vengu^ Nostro-Damo d apos Avoust.

Page n363 - rau, niouriin^u Toussis la manado gancherlo Aperalin Page n365 - tibaneu, niouvento au ventouUt ! V^, Page n369 - apos ASSEMBLADO Desoulacioun de Meste Hamoun e de Jano-Vario, Page n370 - k la jioursuile de Mireille. Les grands inicocouliers pleurerent Page n375 - apos Alten preciouso remembrance Vei de pertout i apos Page n377 - Li ligarello afeciounado Leu acampavon li manado : E Page n379 - Li pavaioun d apos un camp de gueiTo : Page n387 - courso de biou, ilro un timoun, un fena ! Page n389 - que li miou estaca Tiron di grupi la luserno, Page n391 - eme sonn niourre Hieu que tu, gafagnard, laboure! Page n395 - grand cambado liou baile Ant^ume, pastre e m Page n403 - La visioun. Descours di SAnU Page n409 - sen, bouleguiou Coume dos oundo bessouneto Dins uno lindo Page n413 - front si dardaioun : vela, pecaireto ! Page n415 - Pietousamen li uiouissaleto Fasien viduloun de sis aleto, E Page n421 - Per li reniouli I i Sanli Mario, apos Page n425 - ome en perdicioun. Tres femo de b uta divino. Page n427 - setengueron, ianioubilo,e'm*ac6 ie parlavon. Tant dous E clarineu Page n429 - , Li proucessioun que van, fid^lo, En Page n431 - dins soun triounfle, N^go Dieu dins soun cor e Page n438 - lutin dont ractiou se inanifcste par des espiegleriess. Page n439 - -nin a Touiouso; Sant Estropi en Aurenjo. Page n441 - Se dins Sioun e Samario, Lou lume de la Page n445 - Di rous leioun saran lou pati, E ti muraio, Page n449 - espavourdi, niourenl! Quentis espaiuie I que deslouriie ! Page n451 - palais ounte Iriounflo Jesu Va vist sus la mar Page n455 - Vos^nli iourrc d apos Arle auboura i apos estendard. Page n457 - xi. inaladicioun ! o vergougno ! Page n463 - de la nacioun Jusiolo !i*an pres, Van Page n467 - un gros leioun porto lou mourre, E si^is Page n481 - Darriero visioun de Nireio : vei li Santi Page n487 - e li iouca ! b^u tems Aura sa Page n493 - ensignas-me iriounte es! Es Page n501 - piei TOuucioun estr^mo, E la vougnfe apos Page n503 - Car rafecioun que m apos ajudavo, De tu Page n505 - ma Hireiouno, e piti, se apos n cop Page n507 - Car la bluiour de Testendudo Tout amp Tentour se Page n519 - Lou drole apassiouna desboundo. La Page n521 - batesto ili ious rivau dins la Crau vaslo. Page n523 - li parpaioun, avertisson Mir^io. Page n525 - Counversioun dis Arlaten . -Page n527 Darriero visioun de Mireio : v^i li

IAU-woorden
Page n17 - les Iriphthongues iau, iiu, idu, prouon- cez Page n35 - ines que navegaviau, N*av^n vist degun, que Page n70 - elle riait IMiaut en jetant de Page n71 - siblo o miaulo, S^nso lume e s^ns grand Page n72 - siffle ou miaule quelque hi- tin, Page n87 - rejougne Lis enfourniau qu apos a dins soun jougne, Page n95 - reino davans qiiau tout plego... I u, Page n117 - Moun gai reiaume de Prouv^nQO Coiime un claus d Page n129 - apos un caiau lou paure guigno-co ! Page n175 - crestian e bestiau barrulon p r lou sdu. Uno Page n181 - k Seuvo riau, ounte la mar s apos entfend, Page n186 - Sylvar^al (S^uvo-riau), forSt de pins-parasols, situ^e Page n203 - eli li caiau regolon Un sus Tautre k la Page n211 - bidu de S^uvo-Uiau Vai, vai counta quento es ma Page n225 - lou perdoun celestiau!! Coume un bregand a-n-un recouide, Page n233 - Sus li caiau, *ine lou visage Uevessa per lou Page n257 - de catamiaulo, E de brandamen de cadaulo, E Page n258 - miaulements de chattomites, Page n259 - borno, niaufaian !... quau vous Page n283 - assela au caiau, E desruscaYO de redorto Lou jouiue, Page n287 - d u s'encliaure Se Tome ei brave e noun s Page n291 - n-te siau dins toun asclo nuso, Ben toun Page n292 - : iriauvaise ou gaie, Page n293 - pons lou treiau davere *n negadis ! Aqui Page n313 - dins lou riau : Page n314 - dait mille bestiaux! refuse Veranet lo Page n326 - de ce fabliau : Quand la Vieille eut perdu Page n368 - liaut cscarpement qui tire son nom de la Page n371 - leissa lou bestiau : Que v ngon m apos Page n375 - parte coume I'uiau ! Que li segaire c labouraire Page n377 - leissa lou bestiau : Que vengon m apos atrouva Page n379 - leissa lou bestiaui Page n381 - leissa lou bestiau. Page n389 - la Tremouutano Uiausso, e que lou t^ms de tout Page n390 - en pleurant piaulait et Ics plaignait. Page n431 - As beu cliausi sus la banasto L*arange, Page n433 - Urons adounc qiiau pren li peno, E quau en Page n437 - vei*s caiiaux derives do la Durance. Page n439 - Sant Marciau k Limoge Sant Savoui-nin a Page n445 - Marciau e Sayournin Soun ageinouia sus la poupo Page n447 - u blu reiaume Fasien ausi lou cant di Saume Page n449 - De longs uiau fendon lou sourne, E pelo cop Page n461 - E dou reiaume de soun Paire, Que noun sara Page n467 - agu^ Marciau Toulouso De Savournin fugu^ Tespouso Page n475 - Lou gai reiaume de Prouvenco bins lou sen de la Page n501 - E Taleii siau que li carrejo IjOu inai plan que Page n525 Sant Marciau h Limoge Sant Savournin A Toulouso

Appendix 3: Verklaring van het ontstaan van ieu-klanken 116.


In deze studie werd onderzocht, hoe de omvorming van enkele IEU-woorden in Provenaalse dialecten heeft plaatsgevonden. De overgang van EU -> IEU verschilt van I -> IU -> IEU, omdat de EU-combinatie in deum en meum in feite tot de religieuze fetisjen behoren en in tegenstelling tot andere toevallig ontstane vocale reeksen als gescheiden klanken uitgesproken moesten worden. Men kan deze hiaten in de Nederlandse schrijfwijze aanduiden door een trema: MEM en DEM. Initiale JU-klanken werden min of meer onveranderd overgenomen: Justitia Justicia. Hoe het ego-pronomen iu in de Provenaalse dialecten is ontstaan wordt in dit boek echter helaas niet uitgelegd.

De overgang van I -> IU -> IEU


I tonic or pretonic frequently combined with a vocalized I or V giving the diphthong iu in early Provencal. About the 13th century this diphthong passed to the triphthong117 ieu (Grand-gent 32): FILUM > fiu > fiu LIBERARE > liurar > liura LIBRA > liura liura CIVITATEM > ciutat > ciutat

Rem. This change may have been due to the influence of the great number of triphthongs in ieu coming from forms like Old Prov. greu where the e diphthongized before u giving grieu. A different explanation is proposed by E. H. Tuttle in Mod. Phil., Vol. XVI, no. II, p. 152.

De overgang van EU -> IEU


Latin i and u survive if they immediately follow an accented vowel: MEI > mei(miei) > mi MEUM > meu > miu DEUM > deu > diu

Overgangen V -> U
V followed by a consonant vocalizes to u: CIVITATEM > ciutat > ciutat VIVRE > viure > viure

Overgangen S Es
S initial followed by a consonant develops a prosthetic E in Folk Latin (160 ). This survived in Rhodanien:
SCRIBERE > escriure > escriure

116 Full text of "Modern Provenal phonology and morphology studied in the language of Frederic Mistral" (1921) gepubliceerd door Harry Egerton Ford, Ph,D. 117 In feite is het m.i. geen triftong, als alle drie klinkers los van elkaar uitgesproken worden.

Het verdwijnen van de B


B followed by other consonants usually disappears either by assimilation or vocalization: SUBTILEM > sobtil(sotil) > soutiu

Inhoud
Archasch fetisjisme.............................................................................................................................3 Runenschrift.........................................................................................................................................5 I, A, U...............................................................................................................................................5 IO als de Taxus-rune (venijnboom) ?..........................................................................................5 A O, (Es), A............................................................................................................................5 Mythologie ......................................................................................................................................6 De oudere Futhark...........................................................................................................................6 Extra runen zijn uitsluitend klinkers................................................................................................6 De AIFIK-rune..............................................................................................................................6 Tir, Tyr, Tiw ....................................................................................................................................7 Het jongere Futhark.........................................................................................................................8 De hemelse god Dyaus.........................................................................................................................9 Dis, Dieu, Djo, Dju, Dz, Dzu.....................................................................................................9 De pronomina possessiva ..............................................................................................................10 De weekdagen................................................................................................................................10 Het ego-pronomen (JE, d, do, dye, dzeu, dzou, zde, ze, zou...)........................................................12 Middeleeuwse kleurnamen.................................................................................................................13 Rood..........................................................................................................................................13 Blauw en Geel...........................................................................................................................13 De Franse vertalingen van Exodus 25:4....................................................................................14 Jaune..........................................................................................................................................15 Paars..........................................................................................................................................16 De kleuren van Tyrus..........................................................................................................................17 Geluiden.............................................................................................................................................19 Het IAU-balken (ian, giegagen) van de ezel...........................................................................19 Miauwen....................................................................................................................................20 Piauler (kwetteren, piepen, schreeuwen) en vyou (janken)......................................................20 De rechtspraak (Justitie).....................................................................................................................20 De overige IEU-, JE-, JOU- en IU-woorden......................................................................................21 Appendix 1: Woordenlijst met IOU, IAU en IEU-kernen..................................................................23 IOU-woorden.................................................................................................................................23 JOU-woorden.................................................................................................................................23 IAU-woorden.................................................................................................................................24 JAU-woorden.................................................................................................................................25 IEU-woorden.................................................................................................................................25 JEU-woorden.................................................................................................................................26 JU-woorden....................................................................................................................................26 YEU-woorden...........................................................................................................................27 Oui-woorden.............................................................................................................................27 Appendix II Onderzoek aan de drieklanken in Mirio....................................................................28 IEU-woorden.................................................................................................................................28 IOU-woorden.................................................................................................................................33 IAU-woorden.................................................................................................................................36 Appendix 3: Verklaring van het ontstaan van ieu-klanken.................................................................37 De overgang van I -> IU -> IEU....................................................................................................37 De overgang van EU -> IEU..........................................................................................................37 Overgangen V -> U........................................................................................................................37 Overgangen S Es.......................................................................................................................37 Het verdwijnen van de B...............................................................................................................38