You are on page 1of 14

Verslag verkenning Stavoren III

en
Hindeloopen
IJsselmeer
2004

berging naaldhout bij Hindeloopen

AWN Archeo-team Miramar Friesland


LWAOW Jos Heemstra

Regio Noord november 2005


Algemeen

Project Stavoren Klooster

Cordinatie Winfried Walta, regiocordinator

Periode april 2004 - september 2004

Onderwerp Vervolgonderzoek naar mogelijke restanten van het voormalig Sint


Odulfusklooster westelijk van het huidige Stavoren en andere gescan-
de posities alsmede onderzoek naar een verdronkenbos bij Hindeloo-
pen.

Basis Sonarbeelden en gegevens sub-bottom profile scans en aanwijzingen


van de provinciaal archeoloog.

Plaats Een rechthoekig gebied van 1200 x 2500 meter westelijk van het hui-
dige Stavoren en een gebied zuidwestelijk van Hindeloopen.

Uitvoering Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water (LWAOW).


Jules de Jagher, Albert Zandstra, Jan Venema, Erwin Brouwer, Win-
fried Walta, Gerard Dijkstra en Jos Heemstra.

Archeo-team Miramar Friesland.

Tekst en
Samenstelling Jos Heemstra

Fotografie Winfried Walta

2
Inhoudsopgave

- Algemeen 1

- Inhoud 2

- De onderzochte objecten 4

- Theorie 7

- Hindeloopen 8

- Berken en Naaldhout 9

- C14 methode 10

- Meer houtvondsten 13

- Vervolg 14

- Dankwoord 14

3
De onderzochte objecten
Op deze en de volgende paginas volgt een overzicht van de door ons onderzochte objecten
op de door de scan aangegeven posities. Zie hiervoor de voorgaande verslagen Stavoren I en
Stavoren II

Positie 1 en 2
Het gebied met de posities 1 en 2 staat bekend als de kapel is in 2004 aan een nader onder-
zoek onderworpen. Door SNAP (Stichting Natte Archeologische Projecten) gemaakte side
scan sonar beelden kregen we een plaatje voorgeschoteld dat een aantal onnatuurlijke recht-
hoeken bevatte. (figuur 1)
Doordat de posities exact bekend zijn, konden we met behulp van GPS plaatsbepaling een
boei op positie 2 uitzetten. Vanuit dit punt hebben we op de bodem in de richtingen noord,
oost, zuid en west lijnen gespannen met een lengte van 30 meter gespannen die aan het einde
steeds weer verankerd werden.
Met behulp van dwarslijnen op deze hoofdlijnen en deze steeds zwemmend te volgen kon een
gebied van ongeveer 50 x 50 meter nauwkeurig verkend worden. (figuur 2)
Vooral de omgeving van het einde van de noordlijn had bij ons wel enige verwachtingswaar-
de omdat hier enige jaren geleden de zijkant van een zandstenen sarcofaag werd gevonden.
Ter plekke is bij onverstoorde omstandigheden ongeveer 25 cm zicht, maar als eenmaal er-
gens langs gezwommen is, is er dermate veel sediment opgedwarreld, dat het zicht nihil ge-
worden is. Hier moet dus gewoon op de tast worden gewerkt.
Gelukkig is, met enige ervaring, het verschil tussen en zwerfsteen en een kloostermop, ook
zijn ze enigszins gelijkvormig, op basis van het gewicht wel te maken.

Wat troffen we aan?

In nagenoeg alle richtingen werden zwerfstenen gevonden, vaak in zeer grote hoeveelheden.
De zandbodem was meestal niet meer te vinden. De stenen leken duidelijk bij elkaar
geduwd. De grootte van de stenen lag meestal tussen de 10 en 25 cm diameter. Vooral rich-
ting noordoost werden ze groter, rond de 50 cm diameter. Aan het einde van de oostelijke lijn
lagen enkele grote keien tot 150 cm diameter.
Slecht een drietal kloostermoppen vormden het resultaat van 4 duikdagen met vele uren on-
der water. Het waren ook nog misbaksels die de kloosterlingen destijds vermoedelijk niet
meer konden gebruiken.

Van de op de scans te herkennen rechthoekige onnatuurlijke vormen werd onder water niets
herkenbaars aangetroffen en zeker niets dat aan menselijke bewoning herinnert.

Op de posities 1 en 2 werd op 29 juli, 1 en 2 augustus 2004 gedoken.

4
N

Positie 3

Vindplaats sarcofaag

paal

Positie 2

Positie 1

Figuur 1
Side scan sonar beeld gemaakt door de stichting SNAP op 8 en 9 april 2000 waar de posities 1, 2 en 3 ingetekend zijn met de onnatuurlijke op-
vallende rechte hoeken.
5
N

Positie 3

Vindplaats sarcofaag

paal

Positie 2

Positie 1
Vindplaats sarcofaag

Figuur 2
Side scan sonar beeld gemaakt door de stichting SNAP met ingetekend de raaien welke de duikers hebben verkend op de bodem van het Ijssel-
meer rondom positie 2
6
Theorie van de schrijver
In de tijd dat het klooster ten westen van het huidige Stavoren gevestigd was, zullen de kloos-
terlingen het daar gebouwd hebben omdat het een veilige plaats was bij hoog water. Hoewel de
zeespiegel rond het jaar 1000 wellicht iets lager is geweest, zal een flinke springvloed, bij een
stormachtige noordwestenwind al snel voor een verhoging van 1.5 meter geleid hebben.

We kunnen er dus vanuit gaan dat het land of strandwal minstens enkele meters boven de zee-
spiegel uitgestoken heeft.

Er is niets zo veranderlijk als land dat aan de invloed van de zee onderhavig is. We zien dit
thans op het Wad waar de veranderingen in diepte in n jaar soms wel enkele meters kunnen
zijn.
Zeker na een zware storm.

Het verdwijnen van het gebied waar het klooster eens stond, heeft, bij een huidige waterdiepte
van ongeveer 5 meter derhalve 7 a 8 meter in hoogteverschil verloren. Het wegspoelen van dit
land, zal ook geleid kunnen hebben tot het wegspoelen van de mogelijke fundering van het
klooster.

Mochten zich in de eerdergenoemde 7 a 8 meter ook nog eens veenpakketten hebben bevon-
den, hetgeen gezien de directe omgeving waarschijnlijk is, dan zullen deze pakketten op een
gegeven moment gaan drijven en met alles wat zich erop of erin bevond afgevoerd worden op
de stroom.
Het vinden van het sarcofaagdeel is een toevalstreffer geweest en we zullen er nooit zeker van
zijn dat er een relatie is met het klooster.
Op de Waddenzee zijn op diverse plaatsen sarcofaagdelen gevonden. Zijn deze delen destijds
op de stroom meegevoerd?
Wij kunnen het niet aantonen.

Het is derhalve, naar mijn mening, logisch dat we geen zaken gevonden hebben die een directe
relatie met het klooster hebben. Als er 7 meter aardlaag weggespoeld is, mag je er ook geen
restanten meer verwachten.

Wel weten we nu dat er prachtige formaties (eind)morene liggen uit een vorige ijstijd die heel
erg mooie plaatje geven op de diverse elektronische onderzoeksapparatuur. Ook hier blijkt:
eerste zelf even onder water kijken alvorens de apparatuur te geloven.

Daarnaast zijn twee interessante wrakken gevonden die, in overleg met her ROB aan een nader
onderzoek zullen worden onderworpen.

7
Hindeloopen
Niet in het project opgenomen was een bezoek aan Hindeloopen. Ook hier was een melding
gedaan aan de provinciaal archeoloog dat er zich op of in de bodem van het IJsselmeer hout-
resten bevonden. Er waren van dit gebied geen side scan sonar gegevens bekend en er werd
dan ook besloten tot het ouderwets zoeken met een lijn overboord met daaraan een flink ge-
wicht.

Door zeer langzaam te varen en de lijn in de hand te houden, kan nagenoeg elke oneffenheid
op de bodem gevoeld worden. Natuurlijk moet de samenstelling van de bodem zich hier wel
voor lenen. Dat geluk hadden we en het duurde dan ook maar kort totdat het gladjes schuiven
over de bodem overging in een hobbelend geheel waarbij de lijn op een gegeven moment zelfs
uit de hand werd gerukt. De van te voren gemonteerde drijver was daarna de exacte aanwijzer
om naar beneden te gaan.

zoekgebied

Het bovenstaande kaartje geeft het onderzochte gebied aan.

De plaatselijk bodemdiepte is ongeveer 2,5 meter. Naarmate verder uit de kust gezocht wordt, en
het dus dieper wordt, treffen we geen hout aan. Ook dichter bij de kust (ondieper) vonden we
niets. Het lijkt dat het hout zich op een bepaalde diepte in de bodem bevindt
8
Berken
De eerste stammetjes berkenhout worden naar boven gehaald en zien er uit als ware de boom
een uur geleden gekapt. Zodra de stam boven water komt, blijkt het hout volledig in een spons-
achtige vorm te zijn overge-
gaan. Het valt dan ook uiteen.

Er zijn een aantal van deze


stammetjes geborgen en direct
onder water bewaard.
Op basis van de kwaliteit en de
houtsoort kon geen datering
volgens dendrochronologisch
onderzoek worden gedaan.

Berkenstam

Naaldhout
Tijdens dezelfde duik kwamen ook de eerste kleine stammetjes van naaldhout naar de opper-
vlakte. In een volgende duik werd een dikkere stam gevonden die met veel moeite aan de bo-
dem werd onttrokken. Het viel op dat dit hout op de een of andere manier goed geconserveerd
was en zelfs vrij hard. Dit laatste mochten we aan de lijve ondervinden toen we een flinke stam,
met een diameter rond de 25 cm, wilden doorzagen. Met een handzaag natuurlijk. Ondanks de
watersmering (met een emmer) en een scherpe zaag met een zeer grove vertanding, kostte het
meer dan een half uur om de stam
door te halen.

Hiernaast treft u de foto aan


waarop de stam in de takels
hangt, klaar om aan boord gehe-
sen te worden.

De bedoeling van het doorzagen


was een schijf hout te verkrijgen
op basis waarvan een leeftijdsin-
dicatie kon worden afgegeven.
Helaas, voor naaldhout blijkt de
dendrochronologische methode
niet toepasbaar.

Berging naaldhout Hindeloopen

9
Koolstof-14-datering
Eerst even een korte uitleg over deze dateringsmethode.

Koolstof-14 (14C) is een isotoop van koolstof die wordt aangemaakt in onze atmosfeer uit stikstof-
kernen, door kernreacties ten gevolge van de kosmische straling waaraan de aarde voortdurend
bloot staat.
Planten nemen deze licht radioactieve vorm van koolstof op via hun gaswisseling en bouwen deze
in door hun fotosynthese en stofwisseling, net als dieren die van die planten leven, en daarna
weer dieren die van dieren leven, enzovoort. Alle levende wezens hebben in hun lichaam dus de-
zelfde verhouding tussen 14C en de stabiele koolstofisotopen als bestaat in de atmosfeer.

Zodra echter de dood intreedt houdt de uitwisseling van koolstofbevattende verbindingen op, en
gaat het gehalte aan koolstof-14 dus (zeer langzaam) afnemen. Zoals alle radioactieve isotopen
vervalt 14C met een constante snelheid, die (nagenoeg) niet door externe invloeden verandert. De
halfwaardetijd van 14C is ca. 5730 jaar, ongeacht wat er chemisch met het materiaal gebeurt. Dat
wil zeggen dat na 5730 jaar de helft van alle 14C is verdwenen, na 2 maal 5730 driekwart, en na
57300 jaar 99,9%. Materiaal dat erg oud is (bijvoorbeeld steenkool) zal daarom vrijwel geen 14C
meer bevatten. Met behulp van massaspectrometrie kunnen de relatieve gehaltes aan verschillen-
de isotopen nauwkeurig worden bepaald.

Het radioactieve 14C vormt dus een 'klok' die tikt met constante snelheid. De aanvangsconcentra-
tie van het 14C is echter niet altijd gelijk, (met andere woorden: de klok is niet altijd precies even
goed opgewonden op het moment dat de dood intreedt), omdat het productieproces, en daarmee
het 14C gehalte van de atmosfeer, een beetje wisselvallig is.

(bron Wikapedia)

Rijks Universiteit Groningen


De schijf hout werd naar de Rijksuniversiteit te
Groningen verzonden die het onderzoek konden
uitvoe-ren. We waren toch wel behoorlijk ver-
baasd toen een aantel weken later de op de vol-
gende pagina afgedrukte brief bij ons binnen-
kwam. Naast het gegeven dat men in Groningen
het onderscheid tussen Hindeloopen
(vindplaats) en Stavoren niet kan maken bleek
wel dat het stuk hout de respectabele leeftijd
van ongeveer 5.600 jaar heeft.
Wij waren in onze eerste veronderstellingen uit-
gegaan van een 1000 jaren oud. Wellicht de res-
tanten van het Kreilerbos dat veelvuldig be-
schreven is. De onderstaande tijdschaal op een
van de volgende bladzijden geeft een indicatie
van de periode waarin de boom geleefd moet
hebben.

10
11
Archeologische tijdschaal

LWAOW tijdschaal en datering technieken.

12
Meer houtvondsten
Tijdens het graven van vijverpartijen binnendijks, een aantal honderden meters ten zuidoosten van
onze vindplaats, werd een aantal jaren geleden ook hout gevonden. Wellicht dat dit hout uit de-
zelfde periode stamt. Of hier onderzoek naar is gedaan is niet bekend.
Bij baggerwerkzaamheden bij de Lemsterhoek liep de baggermachine vast in hout. Ook hier lijkt
het om oud bos te gaan maar verdere gegeven hierover zijn bij ons niet bekend.

13
Vervolg
Het duikonderzoek naar het klooster lijkt tot zijn einde te komen. Weliswaar zijn er nog enkele
plaatsen die we met een bezoek zullen vereren, maar we hebben er, gezien de huidige ervarin-
gen, geen hoge verwachtingen van.

In 2005 hadden we het geheel graag afgerond. Weersomstandigheden, groot onderhoud aan de
boot die voor het binnenwater wordt gebruikt en de beschikbaarheid van een aantal vrijwilligers
die het geheel draaiende houden, weerhielden ons hiervan. We zullen proberen de opgelopen
achterstand in 2006 goed te maken.

Dat we actief zullen blijven op het IJsselmeer staat buiten kijf. Zoals al eerder genoemd liggen
er enkele interessante wrakken die samen met de mensen van het Rijksinstituut Oudheidkundig
Bodemonderzoek aan een nader onderzoek zullen worden onderworpen.

Dank
Veel dank zijn we verschuldigd aan Provinciale Waterstaat die de voor dit werk onder de naam
varende Archeos (PW206) ter beschikking stelt. Ook de Provincie Frysln die de kosten van het
C14 onderzoek voor haar rekening nam, willen we niet onvermeld laten.
Zonder de gemeente Nijefurd, Staverse vissers, de havenmeester, plaatselijke bewoners met
een bijzondere interesse in het verleden en vele anderen hadden we dit deel van het werk niet
kunnen uitvoeren. Hiervoor nogmaals onze dank.

14