You are on page 1of 21

Synthese van de Germanistische/Griekse

mythologie en etymologie
-Joannes Richter-

Fig. 1 Model of the roots for the Germanic/Greek mythology and etymology

Abstract (A synthesis of Germanic & Greek mythology respectively etymology)


A synthesis of Germanic (“Tiwian”) & Greek (“Ionic”) mythology respectively etymology may be
obtained by integrating the symbols for the dual forms (Old-English: “wit”, respectively Greek:
“νῶϊ”, “νᾠ” [“we two”]) along with the words for “wit” (“νους”, “wisdom”), the ego-pronoun “iou”
(“iō”, “I”), the gods “Tiwaz” (“Zeus”) and “Dious” (“Ziu”), the number “two” and the relevant
people's name “Dionysian“ or [Z]Iōn” (for “[Z]Iōnic people”).
The word “day” and the divine name “Wodan” had to be skipped to avoid an overload of the
graphics, but may be considered as equivalent to “Dious” respectively to “witan” and to the verb “to
wit”.
The model requires an equivalence between the Greek letter “ω” and the English “w” (“double u“
or “long u”) to map “wit” (“we two”) to “νῶϊ” (nōi, “we two”).
There is an inner correlation between the “N”-related words “νῶϊ” (nōi), “νους” (nous) and Iōn
(Iων).
Several links (such as “Tiw” ↔ “wit”, “wit” ↔ “two”, “iou” ↔ “νῶϊ” [nōi]) require a “bidirectional
reversal”, respectively a “letter switch” in the words.
Inleiding tot de dualis1
Vanaf het begin is taal eng verweven met de religie. De religie begon met een tweevoudige
scheiding van dag en nacht, licht en duister, hemel en aarde, water en grond, man en vrouw. Na de
scheiding werden de elementen tot samenwerking gemaand en de scheiding der antipoden vereerde
men eertijds met een dualis.
De woorden voor de persoonlijke voornaamwoorden dualis “wij twee” en “jullie twee” luiden in het
Oud-Grieks:
νῶϊ, νᾠ, (“wij twee”)
σφῶϊ, σφᾠ (“jullie twee”)
en zijn wellicht afgeleid van versmelting van de Indische mannelijke en vrouwelijke dualis
(nominatief & accusatief au = ω) met een dualis-uitgang ῑ voor de nominativus / accusativus.
Het Nieuwe Testament kent volgens Kühner geen dualis. In de Gothische versie van het Nieuwe
Testament (Joh. 17, 22) is de dualis echter wel identificeerbaar.
De dualis, die in feite een tweetal als “paar” beschrijft, is in het Latijn volgens Kühner alleen in de
beide woorden overgebleven:
duo (δύο of δυώ) (“twee”) en
ambo (ἄμβω) (“beide”)
Het achttal (lat. Octo) baseert kennelijk op een oude dualis, die in het Indo-Europees op een ō
(lange o, in het Grieks de Omega in ὀκτώ) eindigt. Het achttal wordt dus beschouwd als twee
viertallen2.

Lange klinkers
In feite vereist het archaïsche (filosofische en religieuze) symbolisme lange klinkers, die de
eeuwigheid benadrukken. De schrijfwijze voor de dualis “Octo”, “ambo” en “duo” vereist dan een
uitgang met een lange ō (ω), maar die eis schijnt af en toe in de loop der tijden door slijtage
(bijvoorbeeld van δυώ naar δύο) te zijn verdwenen.
In het Nederlands is het woord duo nog steeds een begrip. De lange uitgangs-“ō” (ω) van de dualis
wordt ook door Kühner beschreven. In de dichtkunst van de klassieke periode is de o kort (in duŏ)
om aan de “inkortingsregel” voor de jamben te voldoen. Pas later in de Keizerperiode wordt de
klinker weer lang (in δύω), wat volgens Kühner aan de invloed van het Griekse δύω toegeschreven
kan worden.
In de parallel aan duo gevormde dualis ambō blijft de ō zelfs nog tijdens de regeringsperiode van
Augustus lang, omdat het niet onder door de “inkortingsregel” voor de Jamben beïnvloed werd, en
werd pas later verkort.

Duo (2)
Duo = gr. δύω, δύο, skr. dvāu (Dual v. St. dvā). Das o in duo wird ursprünglich wie in
der Dualform δύω lang gewesen sein; bei den älteren Bühnendichtern läßt sich seine
Quantität nicht bestimmen, bei den Dichtern der klassischen Zeit aber ist es kurz: duŏ
infolge des Jambenkürzungsgesetzes, erst in der späteren Kaiserzeit wieder lang
vielleicht wegen des griech. δύω).

1 De inleiding baseert op gegevens uit Ausführliche Grammatik der griechischen Sprache Band 1 en Ausführliche
Grammatik der griechischen Sprache 2 (van Raphael Kühner, 1835) en de Ausführliche Grammatik der lateinischen
Sprache van dr. Raphael Kühner (1912)
2 “Die Bezeichnung der 8 zahl geht wohl auf eine alte Dualform (ig. ö endigend) (8 = 2 Yierheiten) zurück.”
Ambo (beide)
Das gleichfalls wie duo mit der griechischen Dualform gebildete ambō hat das Schluß-o
regelm., auch noch in der augusteischen Zeit lang, da es nicht jambisch war; erst später
kurz, wie Stat. Th. 374 ámbŏ pii caríque ambṓ, vergl. Auson. ep. 40, 2;

Octo
Octo, gr. ὀκτώ, skr. ashtau, got. athau. In diesen Formen erscheint die Dualform, wie in
duo, ambo; dies läßt sich daraus erklären, daß die Zahl acht die Zahl zwei viermal
genommen enthält, wie bei Homer Θ, 185 f. die Namen von vier Rossen, als zwei Paare
aufgefaßt, mit dem Duale verbunden werden. Das Schluß-o in octo war ursprünglich
ohne Zweifel nur lang, wie in duo und ainbo (s. Nr. 2), vergl. octö-ni, octöginta, Octö-
ber usw., nach der augusteischen Zeit aber wird es kurz gemessen, wie Manil. 5, 339.
Juv. &, 229.

Twintig
In het Latijn is viginti ontstaan uit Dvi-ginti (tweemaal tien). Het vi betekent twee.
Vor dem v ist vielleicht d geschwunden, vi ist also = dvi (zwei). Viginti steht also statt
dvi-decen-ti = 2 Zehner;

Het verdwijnen van de dualis


In het Grieks is de dualis rond de tijd van Alexander de Grote verdwenen en door het meervoud
vervangen:
An die Stelle der Dualformen treten oft die Pluralformen (selbst, wo paarweis
vorkommende Personen oder Sachen in Betracht kommen), und dies geschieht immer
häufiger, je jünger die Schriftsteller sind, bis endlich seit Alexander d. Großen der Dual
auch im Griech. gänzlich erstarb.
De dualis in het Grieks3
De Romeinen beschikte alleen in de woorden duo en ambo over een dualis:

2 De Romeinen beschikte alleen in de woorden duo en ambo over een dualis

Declinatie van de persoonlijke voornaamwoorden


De Grieken pasten de dualis toe in de Ionische en Attische dialecten, waarbij:
• het Ionische dialect een lange vorm νῶϊ (wij beide) en σφῶῐῐ (jullie beide) toepast
• en het Attische dialect een een korte vorm νώ (wij beide) en σφώ (jullie beide).
In de Ausführliche Grammatik der griechischen Sprache wordt vermeld, dat σφωέ (3e persoon
dualis: “zij beide”) in het Attische taalbereik alleen episch toegepast wordt.
Die Dualform: σφωέ, sie beide, kommt in der attischen Sprache nicht vor, sondern ist
bloſs episch, und zwar nur als Akkusativ.

Die längeren Dualformen: νῶϊ, wir, sie beide, νῶϊν4, unser beider, uns beiden, σφωϊ, ihr
beide, σφωϊν5 gehören dem ionischen Dialekte an, die Attiker haben nur die kürzeren
Formen: νώ, νῴν, σφώ, σφῴν. Die Formen: νώ und σφώ werden von Andern auch mit
dem ι subscr., als durch Kontraktion entstanden, geschrieben.

Das o in den Dualformen: σφώ, σφῴν scheint nicht radikal zu sein, sondern aus den
Singularformen angetreten zu sein: wenigstens widerstrebt sowol das Sanskrit (văs), als
auch die römische Sprache (vos). –

De afleiding van het meervoud ἡμεις (“wij”) und ὑμεις (“jullie”)


De afleiding van het meervoud ἡμεις (“wij”) en ὑμεις (“jullie”) luidt:
Die Pluralformen der ersten und zweiten Person haben sich in ihren ursprünglichen
Formen in dem äolischen Dialekte (ἄμμες, ὔμμες st. ἄσμες, ὔσμες) erhalten, wie man
deutlich aus der Vergleichung des Sanskrit ersieht, wo diese Pronominen die meisten
Pluralformen aus den Wurzeln: ăsm und jŭsm bilden. Nach Ausstoſsung des σ (ἄσμες,
ὔσμες = ἄμες, ὔμες), Dehnung des ă und ŭ in η und ū und Veränderung der Aspiration
entstanden: ἡμεις und ὑμεις6.

De ἡ (“as”, “ae”) (“wij”) bevindt zich aan het begin van het alfabet, terwijl de ὑ (“us”, “jullie”) zich
aan het einde bevindt.

3 Citaten uit: Ausführliche Grammatik der griechischen Sprache deel 1 van dr. Raphael Kühner (1834)
4 nominatief & accusatief
5 genitief en datief
6 Voetnoot: Vgl. Max Schmidt de prom. gr. et lat. p. 8. – geciteerd op pag. 384 in Ausführliche Grammatik der
griechischen Sprache deel 1 van dr. Raphael Kühner (1834)
De afleiding van de Griekse dualis
De woorden voor de persoonlijke voornaamwoorden dualis “wij twee” en “jullie twee” luiden: νῶϊ,
νᾠ, σφῶϊ, σφᾠ en zijn wellicht afgeleid van versmelting van de Indische mannelijke en vrouwelijke
dualis (nominatief & accusatief au = ω) met een dualis-uitgang ῑ voor de nominativus / accusativus.
Die uitgangen op -ιν: ἡμῖν en ὑμῖν, en de eolische woorden ἄμμε, en ὔμμε behoren qua betekenis tot
de meervouden, maar qua uitgang tot de enkelvouden.

3 Citaat uit Ausführliche Grammatik der griechischen Sprache Band 1 (Kühner, 1835)

In deel 2 van de Ausführliche Grammatik der griechischen Sprache schrijft Kühner (1835):
Niet overal waar twee dingen ter sprake komen, wordt de dualis toegepast. De dualis beschrijft twee
gelijksoortige door de natuur bij elkaar behorende elementen zoals de voeten of dingen die in onze
gedachten in een eng verband of verbond bij elkaar horen, zoals twee vechters.

4 Randvoorwaarden voor de toepassing van de dualis

In het huwelijk vormen de partners een eng verbond, dat door de dualis wordt bevestigd.
De Dualis in de Gotische taal
Het Nieuwe Testament kent volgens Kühner geen dualis:
Das neue Testament kennt keine Dualform, eben so Musäos 7, eben so das
Neugriechische, 2). In der äolischen Mundart ist der Dual am Frühesten verloren
gegangen; denn die Grammatiker berichten, dafs dieselbe der Dualform entbehre (§.
252. Anm.).8

In de Gothische versie van het Nieuwe Testament is de dualis echter wel identificeerbaar.

De Gotische dualis “Wit”9


In de Gotische vertaling van Joh. 17, 22 kan het woord “wit” (in de volgend zin in Gotische schrift
min of meer gespeld als “YIT” op de derde positie van achter naar voor geteld) geïdentificeerd
worden:

5: 1: (Joh. 17, 22)

Voor dit Bijbelse citaat heb ik de volgende vertalingen in Gotisch, Duits en Nederlands gevonden:
• Gotisch: „jah ik wulþu þanei gaft mis, gaf im,
ei sijaina ain, swaswe wit ain siju.“ (Joh. 17, 22)[3] 10
• D.: „ Und ich habe ihnen die Herrlichkeit gegeben, die du mir gegeben hast,
damit sie eins sind, wie wir eins sind,“[4]
• NL: En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt;
opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 11
Dit citaat is voor het symbolisme op de dualis als een “verbond tot eenheid” aangewezen.

7 Musäos of Musäos (?) – waarschijnlijk M. der Grammatiker, von ungewissem Zeitalter, wahrscheinlich aus dem 5.
od. 6. Jahrh., Verfasser des kleinen epischen Gedichtes Τὰ καϑ᾽ Ἡρὼ καὶ Λέανδρον, die Geschichte von Hero u.
Leander (s.d.) besingend, gepubliceerd vanaf: 1. Ausg. Vened. 1494 u. 1517;
8 Pag. 429 in deel 2 van de Ausführliche Grammatik der griechischen Sprache schrijft Kühner (1835)
9 Over het filosofische "Nous"-concept
10 Wilhelm Streitberg (Herausgeber): Die gotische Bibel. Der gotische Text und seine griechische Vorlage mit
Einleitung, Lesarten und Quellennachweisen sowie den kleinern Denkmälern als Anhang. Zweite
verbesserte Auflage. Erster Teil, Heidelberg 1919 (Archive.org), Johannes 17,22, Seite 77.
11 Statenvertaling online – Johannes 17
De dualis in het Latijn
Volgens de taalkundigen zijn er in het Latijn van de dualis slechts weinig sporen overgebleven.
Merkwaardiger zijn er als speling van de natuur van het “tweetal” (de vertaling van het Latijnse
woord “dualis”) toevallig slechts een tweetal woorden duo en ambo in het Latijn overgebleven.

Duo en ambo
De dualis, die in feite een tweetal als “paar” beschrijft, is in het Latijn volgens Kühner alleen in de
beide woorden duo (δύο of δυώ) en ambo (ἄμβω) overgebleven.

Die Dualform, welche die Zweiheit oder besser das paarweis Vorhandene bezeichnet,
findet sich im Lateinischen nur in den beiden Wörtern duo (δύο oder δυώ) und ambo
(ἄμβω), und zwar nur im Nom. und Acc. des Maskulins und Neutrums; das Feminin
aber und die übrigen Kasus haben auch bei diesen beiden Worten die pluralische
Flexion, die auch häufig auf den Accusativ des Maskulins überging, s. die Lehre von
den Zahlwörtern12.

Officieel telt “Octo” bij Kühner dus niet eens mee.

Octo
Men kan de tweeledige structuur van “octo” (“acht”) nalezen in de oude grammatica:
octo, ai. astā, astā-u, gr. ὀκτώ, got. ahtau, ahd. ahto „acht", ebenso ambō, duō (urspr.
Dualformen);13

Het achttal (lat. Octo) baseert kennelijk op een oude dualis, die in het Indogermaans op een ō (lange
o, in het Grieks de Omega in ὀκτώ) eindigt. Het achttal wordt dus beschouwd als twee viertallen14.

12 Ausführliche Grammatik der lateinischen Sprache van dr. Raphael Kühner (1912)
13 Ausführliche Grammatik der lateinischen Sprache van dr. Raphael Kühner (1912)
14 “Die Bezeichnung der 8 zahl geht wohl auf eine alte Dualform (ig. ö endigend) (8 = 2 Yierheiten) zurück.”
De dualis van de acht in moderne talen

De dualis “ocho” in de Spaanse taal


Ook in het Spaans is de dualis aanwezig. “Ocho” (“acht”) is immers uit het Latijn geërfd.

De dualis “huit” in de Franse taal


Opvallend is daarbij de Franse vertaling “huit” (“acht”), die met meerdere vormen van “wit”
correleert. De Etymology van huit15 luidt:
• From Old French uit, from Latin octō, from Proto-Indo-European *oḱtṓw, the h was added
to avoid confusion with vit16. Compare huile, huis, huître.
Het aangegeven vit is de aantonende wijs van vivre (leven). Er is echter nog een ander
Germanistisch woord ”vit”, dat als dualis “wij twee” betekent.
Het is duidelijk, dat het Oud-Franse woord uit (acht) samenhangt met de dualis “octō”.

De dualis “eahta” in de Engelse taal


Voor de Proto-Indo-European constructie *oḱtṓw (het getal “acht”) geldt:
• Formeel geldt *oḱtṓw als de dualis van de stam *(H)oḱto- (“vier vingers”). In Oud-Engels
luidt de afgeleide vorm eahta (→ Het Engelse eight).

De correlatie tussen de oud-Franse woorden uit (acht) en vuit (leeg)


Het toeval wil dat de oud-Franse woorden uit (het getal “acht”) en vuit (“leeg”) correleren, wat een
argement kan zijn om het getal “uit” (“acht”) eenduidig tegen vuit (“leeg”) af te laten steken:
Taal Acht “Leeg” indicatief (van vivre)
(in de betekenis van “zonder inhoud”)
oud-Frans uit vuit; (Alternatieven zijn: Voit, wit, wide, vuide) vit (van vivre [leven])
Katalaans vuit
Occitaans uèch
Frans huit
Old English eahta
Welsh wyth
Tabel 1 De correlatie tussen de oud-Franse woorden uit (acht) en vuit (leeg)

15 “huit” in le Trésor de la langue française informatisé (The Digitized Treasury of the French Language)
16 third-person singular present indicative of vivre
Man/vrouwelijke antipoden
Kühner beschrijft de relaties tot naburige Indo-Germaanse talen als volgt:
Zu duo, ae, o vergl. ai. (dual) dvāu, gr. δύω, δύο (dual) got. Twái, twôs, twa, ahd.
zwêne, zwô, zwei.

De vraag is of de diversiteit en het contrast oorspronkelijk:


• in ahd.: (1) zwêne, (2) zwô, (3) zwei en
• in Gotisch: (1) Twái, (2) twôs, (3) twa
de driezijdige categorisering (1) mannelijk, (2) vrouwelijk, (3) onzijdig markeert.

Zwo als vrouwelijke zijde van de dualis


Opvallend is het gebruik van de lange klinker ô in het Oud-Duitse woord zwô. De O-uitgang geldt
echter niet als dualis, maar wordt meestal als vrouwelijk beschreven.
Vergelijkt men een aantal verbuigingen kan men vaststellen, dat de o-uitgang in het woord
“tweetal” vrijwel in alle PIE-baserende talen als vrouwelijk beschouwd worden:

mannelijk vrouwelijk onzijdig


Ahd. (Old High German) Zwēne → zween zwō zwei
Proto-Germaans *twai *tw(a)ōz *twō? *twa-ō? *twai?
Oud Saksisch twēne, twēna twā, twō twē
Gothic Twái twôs twa

Luxembourgish zwéin zwou zwee


Old English twēġen (tƿēġen) twā tū, twā
Old Frisian twēne twā twā
North Frisian twäär tou tou
Mooring (North Frisian) tväär tou tou
Föhr-Amrum, Helgoland, Sylt tau tau tau
West Frisian twa twa twa
Saterland Frisian twäin two two
Tabel 2: Verbuiging van het tweetal
Saterland's Fries
In Saterland's Fries is geen dualis beschikbaar17. De getallendefinities onderscheiden echter wel
mannelijk en vrouwelijk / onzijdig. Deze opsplitsing tussen mannelijk en vrouwelijk / onzijdig
vindt plaats in drie getallen: een, twee en drie:

getal Runen Saterland's Fries Nederduits Duits Engels


vrouwelijk
mannelijk
/ onzijdig
1 ain aan (m.) een (f., n.) een eins one
2 tuai twäin (m.) two (f., n.) twee zwei two
3 þrir träi (m.) trjo (f., n.) dree drei three
4 fiur fjauer veer vier four
5 fieuw fief fünf five
6 säks söss sechs six
7 siau sogen söben sieben seven
8 oachte acht acht eight

9 nü njúgen negen neun nine


10 tjoon teihn zehn ten
14 fiurtan vierzehn fourteen
20 tiuhu zwanzig twenty
Tabel 3: De getallendefinities in Saterland's Fries
Het getal negen lijkt een “nieuwe” (Duits: neun = 9; neu = “nieuw”) reeks in te luiden.

Ook is er in het Bolserters dialect een verschil tussen de persoonlijke voornaamwoorden:

Taal Persoon mannelijk vrouwelijk onzijdig


Friesland Bolserters 2e persoon enkelvoud do jou
Saterland's Fries 1e persoon enkelvoud iek iek
2e persoon enkelvoud du du
3e persoon enkelvoud hie, er ju, ze (unstr.) dät, et, t
Tabel 4 De persoonlijke voornaamwoorden in Bolserters en Saterland's Fries

17 Howe, Stephen (1996). The Personal Pronouns in the Germanic Languages (1 ed.). Berlin: Walter de Gruyter & Co.
p. 192. ISBN 9783110819205. Retrieved 29 May 2017. geciteerd in Personal pronouns
Synthese van de Engelse & Griekse mythologie en etymologie
Met behulp van de dualis wordt een synthese van de Germanistische & Griekse mythologie en
etymologie gemodelleerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Engelse woordenschat, die een
ideale uitgangsbasis in de symbolische woordenschat vormt.
De synthese baseert op de integratie van zeven tot negen symbolische kernwoorden:
1. de ego-pronomina “ιω”, (“iou”, “iō”, “I”),
2. de dualis (Engels “wit” = “wij twee”, respectievelijk Grieks: “νῶϊ”, “νᾠ” = “wij twee”),
3. het getal “two” (“twee”), dat voor de dualis benodigd wordt,
4. de godennaam “Tiwaz” (“Tiw”, “Zeus”), waarin de consonant “w” geintegreerd is,
5. het woord “wit” (“νους” = “het weten”, “het denken”),
6. en de daarmee samenhangende godheid “Wodan”,
7. de PIE-godennaam “Dious” (“Ziu”), waarin de consonant “w” door een klinker (“ω”) wordt
vervangen
8. en de daarme samenhangende naam Dĭū (“dag”),
9. en een bijpassende naam voor het volk “Dionysisch” of Iōnisch, bijvoorbeeld “[Z]Iōn”
(voor het “[Z]Iōnische” volk).

Fig. 6: Synthese van de Germanistisch/Griekse mythologie en etymologie

De gelijkwaardigheid van de “w” en de “ω”


Het model baseert op de relatie tussen de Griekse letter “ω” en de Engelse letter “w” (“de dubbele
u“ of lange u) om “wit” met “νῶϊ” (nōi) te kunnen verbinden. Voor de overzichtelijkheid zijn enkele
woorden zoals “de dag” en de naam “Wodan” in de tekening weggelaten. Wodan mag als
gelijkwaardig met het werkwoord “to wit” (“filosoferen”, “denken”) beschouwd worden. Ook de
dag (Dĭū) is een van de bij Ziu passende woorden “Dĭū(s)”.
Het ego-pronomen van het Boeotisch dialect
Men kan terecht opmerken, dat het ego-pronomen in het Oud-Grieks als ἐγώ (egṓ, “Ik”) aangegeven
wordt. Om een passend persoonlijk voornaamwoord te verkrijgen wordt in de tabel het ego-
pronomen van het Boeotische dialect uit de Wiktionary aangehaald: ἰώ (iṓ), ἱών (hiṓn) – Boeotian,
resp. ἰώνγα (iṓnga), ἰώνει (iṓnei), ἰώγα (iṓga) – Boeotian, emphatic.

De Nederlandse versie
In het Nederlands kan men de relaties tussen wit, wut, Wodan, twee en Tiw 18 op een analoge wijze
opbouwen. Het ego-pronomen “ik” levert een onverwachte consonant op, maar deze uitschieter
vormt een uitzondering.

De “N”-baserende woorden
Ook bestaat er een samenhang tussen de op een “N”-baserende woorden “νῶϊ” (nōi), “νους” (nous)
en Iōn (Iων). De bijpassende naam voor het volk “[Z]Iōn” (voor het “[Z]Iōnische” volk) kan
natuurlijk ook Dionysisch zijn.

Omkering van de leesrichting en letterwisseling


Diverse overgangen (zoals “Tiw” ↔ “wit”, “wit” ↔ “two”, “iou” ↔ “νῶϊ” [nōi]) vereisen een
“omkering van de leesrichting”, respectievelijk een “letterwisseling” binnen de woorden.

De persoonlijke voornaamwoorden
Een hoofdrol spelen zowel de persoonlijke voornaamwoorden van de eerste persoon enkelvoud “I”
(“ik”) en dualis “wit” (“wij twee”) en wellicht het meervoud (“we”), maar eventueel ook die van de
tweede persoon “thou” (“tu”, “jij”) en “you” (“jullie”).

De Latijnse dualis “nōi”


Alhoewel het Latijn slechts een minieme bijdrage in de vorm van duo (δύο of δυώ) (“twee”) en
ambo (ἄμβω) (“beide”) en octo (“acht”) tot de dualis kan leveren past het drietal toch in het
hierboven geschetste syntheseschema.
Als denkbare maar nog onbewezen vorm van de Latijnse dualis voor “wij twee” kan men de van het
Latijnse meervoud “nos” (“wij”) een met het Grieks vergelijkbare dualis “nōi” (“wij twee”)
reconstrueren19.

De etymologie van Athene


In de dialoog Cratylus beschrijft Plato de etymologie van de godennaam Athena, godin van de
wijsheid. Vogens Plato betekent Atheonóa (Ἀθεονόα): "het verstand (nous) van de godin (theos)".

Nous in het Neo-Platonisme


In het Neo-Platonisme wordt de Nous ook als God, of liever gezegd als Afbeeld van God
beschreven, die dan ook wel Demiurg genoemd wordt. In het pantheon der Griekse godenwereld
bedoelt Plotinus daarmee Zeus. [6] 20

18 Wij twee | Taaldacht


19 Over het filosofische "Nous"-concept & Notes to the usage of Nos and Vos, Nosotros and Vosotros
20 Neoplatonism
Het Franse pronomen nous
Merkwaardigerwijze staat de Franse taal in bepaalde noordelijke, Franstalige regio's de toepassing
van een enkelvoud toe waar men normaal gesproken een meervoud verwacht: j'allons (“ik gaan”) in
plaats van nous allons (“wij gaan”). De regio met dit merkwaardige fenomeen grenst aan het
Germaanstalige bereik, waar de dualis wellicht iets langer geleefd heeft dan in het zuiden. De
beschrijving van deze verbuiging wordt als volgt gedocumenteerd:
In diverse Franse dialecten kan je in plaats van nous toegepast worden (zoals
bijvoorbeeld j'allons in plaats van nous allons, of je voyons in plaats van nous voyons
etc.). Dit woordgebruik werd als boers beschouwd en werd vanaf de 15e eeuw nogal
bespot (zoals bijvoorbeeld door Molière). De gewoonte werd daardoor niet verdreven en
verspreidde zich over een aantal regio's van de zogenaamde domaine d'oïl (een
dialectcontinuüm21 waar vanaf de 4e en 5e eeuw ten noorden van de Auvergne oïl-
varianten uit de Romaanse talen afgeleid werden.

De Franse regio's waar deze toepassing van “je” (van het Latijnse “ik”-woord “ego”) in
plaats van nous, nos (van het Latijnse meervoud nos, "we") werd geregistreerd in de
Normandië, in het Romaans sprekende Bretagne, Poitou en Anjou, Champagne, de
Ardennen, Bourgogne en Franche-Comté, Dauphiné, Berry, Touraine, Orléanais,
Bourbonnais, Maine.

Permutaties
De geschetste synthese baseert op de permutatie van de drie letters “T”, “U” en “I”, die in feite voor
leesbare woorden drie opties toelaten. Deze woorden kunnen ook met meer dan 3 letters gespeld
worden: “Witan” (“wit”), “Tiwaz” (De god Tiw), “Twain” of “Tween” voor het getal 2.
Door plaatsvervangende alternatieven ontstaat een keur van permutaties, die in feite op dezelfde
fonemen baseren:
stam Symbolische betekenis Alternatief (kort) Alternatief (lang)
WIT Het weten, het denken Vit, vid Witan, weten,
De dualis “wit” (“wij twee”)
VUT Wodan Vut (→ Grimm22) Wuotan
VIÐ Við (IJslands:“wij twee”) Wit
TIW De god Tiw Tue, Tis Tiwaz
DIW De dag Dĭū(s) IU, Dios Dious
ZIU De god Ziu (Tyr) IU, Tius Dious
TWI Het getal 2 (twee) Two, twa Twain, tween
TUI De god Tui Zui Tuïsto, Tuïsco
Tabel 5 De permutaties van de drie letters “T”, “U” en “I”

21 Van de 8e eeuw tot de 12e eeuw zijn er uit dat dialectcontinuüm diverse nieuwe Romaanse talen afgesplitst, zoals
het Oudfrans. Daarvan worden onder andere het Frans, Waals, Picardisch en Normandisch nog steeds gesproken.
Vanwege de vroege afsplitsing kunnen deze talen niet beschouwd worden als varianten van dezelfde taal.
22 Up in the Grisons country (and from this we may infer the extent to which the name was diffused in Upper
Germany) the Romance dialect has caught the term Vut from Alamanns or Burgundians of a very early time, and
retained it to this day in the sense of idol, false god, 1 Cor. 8, 4. (2) (See Suppl.) - Northvegr - Grimm's TM - Chap.
7 – Vidvut is the name for the Vodan of the Vides (Lettons), while Vogt 1, 141 makes Wideivud, Waidewud a
Prussian king ... (Grimm, Jacob - Teutonic Mythology - Volume 4 (1888)" )
De alfabetische volgorde, ie uit het Ugaritische alfabet stamt
Het Ugaritische alfabet wordt in het volgende overzicht gespecificeerd als een reeks letters, die
grotendeels de volgorde van het Latijnse en Grieks alfabet aanhoudt. Deze volgorde a, b, g, d, h,
k, l, m, n, p, q, r, t, u wordt in de onderstaande tabel lichtblauw gekleurd. Tussenliggende letters
zoals ḫ(x), d(ð) en ṣ worden lichtgeel gemarkeerd. De ṣ bevindt zich in de reeks p, ṣ, q, r, bijna
op de correcte positie. De h moet wellicht als e worden gelezen. De ?u kan eventueel de plaats van
de u, v, w innemen. De vocalen zijn lichtrood gemarkeerd. De volgorde van het alfabet luidt nu:
?a, b, g, ḫ(x), d, h, w, z, ḩ (ℏ), ṭ, y, k, š, l, m, d(ð), n, ẓ (θ),
s, Ҁ, p, ṣ, q, r, t (θ), ꬶ (γ), t, ?i, ?u, s2

De bovenstaande W is een digamma (Ϝ/Ͷ, Minuskel ϝ/ͷ) die in het Ugaritisch alfabet als “w” wordt
aangeduid en de Z is een Zeta, die de overeenstemming met het Griekse alfabet bevestigen.

Fig. 7: Het Ugaritische alfabet

Een derde deel van het Ugaritische alfabet bevat een grote inkeping, die men in het Duits
“Winkelhaken” noemt. Bij voorkeur worden deze letters (ḥ, ṭ, š, d, ẓ, ', q, t, ġ en s2) toegepast voor
de namen van de hemelgoden Dyaus, en de daaruit afgeleide namen Dius, Tius, Zius, enz.23
Door het selecteren van de overeenkomende Ugaritische letters met de grote inkepingen in de
Griekse en Latijnse alfabetten kunnen wij een kleine reeks consonanten samenstellen: D-G-H-Q-S-
T-Z, waarmee men samen met de klinkers U-A-I-J inclusief de H (Æ), men de godennamen Diæus,
Dius, Ziu, Tiu, Sius24, Šiwat, Thius en Quirinus kan vormen.
In de samenstelling D-G-H-S-T-Z vallen de consonanten op als de typische fundamentele letters
waarmee men godennamen opbouwt. Alleen de Q representeert een uitzondering, omdat daarvoor
geen godheid aanwijsbaar is.

23 Notes to the Corner Wedge of the Ugaritic Alphabet


24 DSiu-summin "our god," or "Our Sius," (The Proclamation of Anittas (Old Hittite))
De vier godennamen, die uit Futhark afleesbaar zijn 25

Tiw en Wit
Het is duidelijk, dat de elementen van “ᚠᚢᚦᚩᚱ” (“ϝuþor”) van elkaar afhankelijk zijn. De oorsprong
is kennelijk “Tiw”, omdat de PIE-wortel *Tīwaz is.
De daaruit afleidbare naam is de omgekeerde vorm “Wit” voor “witan” (“Wodan” en “weten”).
Daarmee is de capaciteit van het sleutelwoord “ᚠᚢᚦ” uitgeput. Elke daarop volgende godennaam
moet uit de daarop volgende letters afgeleid worden.

Thor en (K)Rod
De derde en vierde naam zijn dan ᚦᚩᚱ (þor) en de bijbehorende omgekeerde vorm “Rod” of door
toevoeging van een extra letter “Krod”.
Natuurlijk kan men ook alle vier woorden direct in “ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ ” (“ϝuþork”) coderen, waarbij men de ᚦ
als het centrale spilsymbool tussen “Tiw” en “Krot” toepast.
De afleiding is transparant en logisch. Er is geen geheime sleutel voor de ontcijfering van Ϝuþ”,
“Þor”, “Roþ” en “Þuw”nodig.26.

Fuᚦorc ᚠ ᚢ ᚦ ᚩ ᚱ ᚳ Day of the week God &


planet
→ f u th a/o r c ←
Reading Reading
1a VUTan V U T Wednesday Mercury

1b WODA W O D A Wednesday

2a WUT W U T TUW Tuesday Mars


2b WIT W I T TIW Tuesday

3a THOR Th O R Thursday Jupiter


3b D O R ROD Saturday Saturn
Krodo
3c U D O R RODU Saturday (Rod?)
3d O D O R K KRODO Saturday

Table 6: Krodo (Rodu), Woden (Odin), Thor, Tiw or Tuw


of the Germanic pantheon in the keyword ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (Futhorc)

25 The "Rod"-Core in Slavic Etymology


26 Het Germaanse pantheon in een runenwoord
Inhoud
Abstract (A synthesis of Germanic & Greek mythology respectively etymology) ............................1
Inleiding tot de dualis...........................................................................................................................2
Lange klinkers..................................................................................................................................2
Duo (2)........................................................................................................................................2
Ambo (beide)..............................................................................................................................3
Octo.............................................................................................................................................3
Twintig........................................................................................................................................3
Het verdwijnen van de dualis...........................................................................................................3
De dualis in het Grieks.........................................................................................................................4
Declinatie van de persoonlijke voornaamwoorden..........................................................................4
De afleiding van het meervoud ἡμεις (“wij”) und ὑμεις (“jullie”)..................................................4
De afleiding van de Griekse dualis..................................................................................................5
De Dualis in de Gotische taal...............................................................................................................6
De Gotische dualis “Wit”.................................................................................................................6
De dualis in het Latijn..........................................................................................................................7
Duo en ambo....................................................................................................................................7
Octo..................................................................................................................................................7
De dualis van de acht in moderne talen................................................................................................8
De dualis “ocho” in de Spaanse taal ...............................................................................................8
De dualis “huit” in de Franse taal ...................................................................................................8
De dualis “eahta” in de Engelse taal................................................................................................8
De correlatie tussen de oud-Franse woorden uit (acht) en vuit (leeg)........................................8
Man/vrouwelijke antipoden..................................................................................................................9
Zwo als vrouwelijke zijde van de dualis..........................................................................................9
Saterland's Fries .......................................................................................................................10
Synthese van de Engelse & Griekse mythologie en etymologie .......................................................11
De gelijkwaardigheid van de “w” en de “ω”.................................................................................11
Het ego-pronomen van het Boeotisch dialect................................................................................12
De Nederlandse versie...................................................................................................................12
De “N”-baserende woorden ..........................................................................................................12
Omkering van de leesrichting en letterwisseling...........................................................................12
De persoonlijke voornaamwoorden...............................................................................................12
De Latijnse dualis “nōi”.................................................................................................................12
De etymologie van Athene.............................................................................................................12
Nous in het Neo-Platonisme..........................................................................................................12
Het Franse pronomen nous............................................................................................................13
Permutaties.....................................................................................................................................13
De alfabetische volgorde, ie uit het Ugaritische alfabet stamt......................................................14
De vier godennamen, die uit Futhark afleesbaar zijn....................................................................15
Tiw en Wit.................................................................................................................................15
Thor en (K)Rod.........................................................................................................................15
Appendix – Overview Academia-publications JWR (1.3.2018)........................................................17
Appendix – Overview Academia-publications JWR (1.3.2018)
Title Source
Synthese van de Germanistisch/Griekse mythologie en etymologie JR
Notes to the Corner Wedge in the Ugaritic Alphabet JR
The Origin of the long IJ-symbol in the Dutch alphabet JR
Over de oorsprong van de „lange IJ“ in het Nederlandse alfabet JR
The Backbones of the Alphabets JR
The Alphabet and and the Symbolic Structure of Europe JR
The Unseen Words in the Runic Alphabet JR
De ongelezen woorden in het runenalfabet JR
The Role of the Vowels in Personal Pronouns of the 1st Person Singular JR
Over de volgorde van de klinkers in woorden en in godennamen JR
The Creation Legends of Hesiod and Ovid JR
De taal van Adam en Eva (published: ca. 2.2.2019) JR
King Chilperic's 4 Letters and the Alphabet's Adaptation JR
De 4 letters van koning Chilperik I en de aanpassing van het Frankenalfabet JR
The Symbolism of Hair Braids and Bonnets in Magical Powers JR
The Antipodes in PIE-Languages JR
In het Nederlands, Duits en Engels is de dualis nog lang niet uitgestorven JR
In English, Dutch and German the dual form is still alive JR
The Descendants of the Dual Form " Wit " JR
A Structured Etymology for Germanic, Slavic and Romance Languages JR
The “Rod”-Core in Slavic Etymology (published: ca. 27.11.2018) JR
Encoding and decoding the runic alphabet JR
Über die Evolution der Sprachen JR
Over het ontwerpen van talen JR
The Art of Designing Languages JR
Notes to the usage of the Spanish words Nos and Vos, Nosotros and Vosotros JR
Notes to the Dual Form and the Nous-Concept in the Inari Sami language JR
Over het filosofische Nous-concept JR
Notes to the Philosophical Nous-Concept JR
The Common Root for European Religions (published: ca. 27.10.2018) JR
A Scenario for the Medieval Christianization of a Pagan Culture JR
Een scenario voor de middeleeuwse kerstening van een heidens volk JR
The Role of the Slavic gods Rod and Vid in the Futhorc-alphabet JR
The Unification of Medieval Europe JR
The Divergence of Germanic Religions JR
De correlatie tussen de dualis, Vut, Svantevit en de Sint-Vituskerken JR
Title Source
The Correlation between Dual Forms, Vut, Svantevit and the Saint Vitus JR
Churches
Die Rekonstruktion der Lage des Drususkanals (published: ca. 27.9.2018) JR
Die Entzifferung der Symbolik einer Runenreihe JR
Deciphering the Symbolism in Runic Alphabets JR
The Sky-God, Adam and the Personal Pronouns JR
Notities rond het boek Tiw (Published ca. 6.2.2018) JR
Notes to the book TIW JR
Von den Völkern, die nach dem Futhark benannt worden sind JR
Designing an Alphabet for the Runes JR
Die Wörter innerhalb der „Futhark“-Reihe JR
The hidden Symbolism of European Alphabets JR
Etymology, Religions and Myths JR
Tabel 7 Overview Academia publications JoannesRichter (Status: 3.2.2019)
Title Sourc
e
The Symbolism of the Yampoos and Wampoos in Poe's “Narrative of Arthur Gordon Jr
Pym from Nantucket”
Notizen zu " Über den Dualis " und " Gesammelte sprachwissenschaftliche Schriften " Jr
Ϝut - Het Nederlandse sleutelwoord Jr
Concepts for the Dual Forms Jr
The etymology of the Greek dual form νώ (νῶϊ) Jr
Proceedings in the Ego-pronouns' Etymology Jr
Notities bij „De godsdiensten der volken“ Jr
The Role of *Teiwaz and *Dyeus in Filosofy Jr
A Linguistic Control of Egotism Jr
The Design of the Futhark Alphabet Jr
An Architecture for the Runic Alphabets Jr
The Celtic Hair Bonnets (Published Jun 24, 2018) Jr
Die keltische Haarhauben Jr
De sculpturen van de Walterich-kapel te Murrhardt Jr
The rediscovery of a lost symbolism Jr
Het herontdekken van een vergeten symbolisme Jr
De god met de twee gezichten Jr
The 3-faced sculpture at Michael's Church in Forchtenberg Jr
Over de woorden en namen, die eeuwenlang bewaard gebleven zijn Jr
De zeven Planeten in zeven Brabantse plaatsnamen Jr
Analysis of the Futhorc-Header Jr
The Gods in the Days of the Week and inside the Futhor-alphabet Jr
Een reconstructie van de Nederlandse scheppingslegende Jr
The Symbolism in Roman Numerals Jr
The Keywords in the Alphabets Notes to the Futharc's Symbolism Jr
The Mechanisms for Depositing Loess in the Netherlands Jr
Over het ontstaan van de Halserug, de Heelwegen en Heilwegen in de windschaduw Jr
van de Veluwe
Investigations of the Rue d'Enfer-Markers in France Jr
Die Entwicklung des französischen Hellwegs ( " Rue d'Enfer " Jr
De oorsprong van de Heelwegen op de Halserug, bij Dinxperlo en Beltrum Jr
The Reconstruction of the Gothic Alphabet's Design Jr
Von der Entstehungsphase eines Hellwegs in Dinxperlo-Bocholt Jr
Over de etymologie van de Hel-namen (Heelweg, Hellweg, Helle..) in Nederland Jr
Recapitulatie van de projecten Ego-Pronomina, Futhark en Hellweg Jr
Title Sourc
e
Over het ontstaan en de ondergang van het Futhark-alfabet Jr
Die Etymologie der Wörter Hellweg, Heelweg, Rue d'Enfer, Rue de l'Enfer und Jr
Santerre
The Etymology of the Words Hellweg, Rue d'Enfer and Santerre Jr
The Decoding of the Kylver Stone' Runes Jr
The Digamma-Joker of the Futhark Jr
The Kernel of the Futhorc Languages Jr
De kern van de Futhark-talen Jr
Der Kern der Futhark-Sprachen Jr
De symboolkern IE van het Nederlands Jr
Notes to Guy Deutscher's "Through the Language Glass" Jr
Another Sight on the Unfolding of Language (Published 1 maart, 2018) Jr
Notes to the Finnish linguistic symbolism of the sky-god's name and the days of the Jr
week
A modified Swadesh List (Published 12 / 17 / 2017) Jr
A Paradise Made of Words Jr
The Sky-God Names and the Correlating Personal Pronouns Jr
The Nuclear Pillars of Symbolism (Published 10 / 28 / 2017) Jr
The Role of the Dual Form in Symbolism and Linguistics (Oct 17, 2017) Jr
The Correlation between the Central European Loess Belt, the Hellweg-Markers and Jr
the Main Isoglosses
The Central Symbolic Core of Provencal Language (Oct 7, 2017) Jr
Tabel 8 Overview Academia publications Joannes richter (Status: 27.12.2018)