You are on page 1of 35

De miraculeuze transformatie van

de Europese samenleving
Joannes Richter

Abstract
From the 1st century the Spanish christening missions started by miraculous presentation of relics
and the modification of the divine names and the personal pronouns of the first person singular.
The inclusion of divine names Wodan (Vidvut or Vut), Tiw, Krodo (Rodu or Rod), Thor may be
identified inside the initial runic keyword for the “Fuᚦorc”alphabet. Wit and/or Wut may be
identified as the initial word “ᚠᚢᚦ” in the Futhorc-alphabet, in which the first character symbolizes a
digamma. Tiw or Tuw is another spelling variant for Wit or Wut.
These four names Wodan, Tiw, Rod and Thor correspond to the planets Mercury, Mars, Saturn,
Jupiter. The common set of planetary gods also included the sun, the moon and Venus. In European
territories the Germanic and Romansh names for the days of the week (1 st - 3rd or 4th century) have
been synchronized.
From the 7th century the dethronement of the Merovingians initiated the christening mission of the
missionaries Willibrordus and Boniface, who concentrated on the sanctification of the water wells
respectively the Vitus-cult.
In the 16th century the whistle-blower Desiderius Erasmus describes the status of the Church in an
essay titled “Laus Stultitiae” (“In Praise of Folly”1, 1511).
From the the 19th century modern miracles are recorded at Lourdes, Fátima and Medjugorje.
At the end of the European hegemony the dollar starts an era of of manipulated markets, in which
the dollar gradually looses its collateral foundation and turns into a genuine fiat currency.
This Dutch version of The Miraculous Transformation of European Civilization has been extended
by an analysis report of the Dutch manuscript Verhandeling over het Westland (1844) by Derk
Buddingh, who documents a great number of details of the religious water sources in the
Netherlands.

1 The Praise of Folly (Moriae encomium, sive Stultitiae laus) translated by John Wilson in 1668, at Project Gutenberg
Inleiding
Als mijn geheugen mij niet in de steek laat ben ik altijd overtuigd geweest, dat de religie en de taal
vanaf de Schepping met elkaar samenhingen.
Het verstrengelen van taal en religie verbieden echter ook de heidense religie eenvoudigweg door
het Christendom te vervangen en de heidense taal onveranderd te laten bestaan.
De oude vormen van het koningschap baseerde op een lange haardracht, dat uitzonderlijk lang moet
zijn geweest. Het meer dan een meter lange haar leverde vanzelfsprekend het bewijs van de
goddelijke bijstand en de goddelijke afkomst van de koninklijke familie. Een haarverlies resulteerde
onmiskenbaar een onttroning.
Tot de onttroning van de Merovingers (in 751AD) werden de lange haarvlechten van de koningen
eventueel opgerold in twee opstaande bonnetten. Voorbeelden daarvan vindt men in de sculpturen
van Holzgerlingen, Pfalzfeld en de Keltenprins van Glauberg, respectievelijk als voorbeeld voor een
opgerolde vlecht in de foto van Annette von Droste-Hülshoff.2.
Vanaf de onttroning 751AD konden de missionarissen beginnen met de vervanging van de heidense
goden door het Christelijke God.
Ook de taal moest aangepast worden op de nieuwe Godennamen zoals Dios, Déu, Dieu, God, etc.
Bijzondere aandacht werd besteed aan de veranderingen van de persoonlijke voornaamwoorden
voor de eerste persoon enkelvoud “ik” en de bijbehorende dualis, die in de Germaanse talen als
“wit” (“wij beide”), respectievelijk in de Graeco-/Romeinse taalomgeving als νώ (νῶϊ), “nooi”
ofwel “noui” in plaats van “nos” (“wij”) of “nous” gedefinieerd werd3.
Het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud moest aangepast worden op de
bijpassende naam van de Schepper Dios, Déu4, Diéu5. Het bijbehorende aangepaste “ik”-woord
Dios, Déu, Diéu werd respectievelijk io, éu, ieu.
In het Spaanse werd de pluralis “nos” voor het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon
meervoud in “nosotros” (“wij anderen”) veranderd ter onderscheiding van de dualis “nooi” of
“noui” voor “wij twee”6.
In de zuidelijke provincies concentreerde zich de missionaris Willibrord op de waterbronnen, terwijl
in het noorden Bonifatius zijn aandacht op de heiligmaking van de dualis “wit” (“wij twee”) in de
Germaanse religie richtte.
De dualis van de Germaanse persoonlijke voornaamwoorden van de eerste persoon paste door de
tweeledigheid niet bij het monotheïsme van het Christendom en moest zo nodig uitgeroeid worden.
De verwijdering is echter niet helemaal voltooid. In enkele noordelijke talen zijn nog steeds vormen
van dualis herkenbaar aanwezig, zoals het IJslandse “við”7 respectievelijk het Faroese “vit” en
Älvdalen “við”, die in afgelegen regio's de pluralis “wij allen” vervangen8. Deze afgelegen gebieden
waren voor de missionarissen kennelijk te afgelegen om de religieuze woordenschat op de nieuwe
religie aan te passen.

2 The Symbolism of Hair Braids and Bonnets in Magical Powers


3 The etymology of the Greek dual form νώ (νῶϊ)
4 Catalaans
5 Provençaals
6 Notes to the usage of the Spanish words Nos and Vos, Nosotros and Vosotros
7 Personal Pronouns Icelandic
8 The Descendants of the Dual Form " Wit " | Joannes Richter
De Spaanse missionering (vanaf de 1e eeuw)
Tot de eerste veldtochten der missionering behoorde de onderneming, die de apostel Jacobus vanaf
de monding van de Ebro stroomopwaarts in de richting van Santiago de Compostela ondernam. Zijn
missietocht verliep moeizaam tot de apostel in Saragossa een miraculeus uit de hemel werd
geschonken. Het betrof een kleine zuil, die als pilaar van Saragossa bekend staat en waarvoor men
de kathedraal El Pilar (De Pilar-kathedraal) opgericht heeft.
De kathedraal vereert Maria onder haar titel Nuestra Senora del Pilar, gekend als Onze-
Lieve Vrouw van de Zuil. Op deze plaats aan de rivier zou de Moeder Gods na haar
dood aan Jakobus de Meerdere zijn verschenen. Ze vroeg aan Jacobus er een heiligdom
te bouwen. Sindsdien is deze plek een bedevaartsoord, met nationale devotie. Volgens
de traditie is het de eerste kerk met Mariaverschijningen.9

In Spanje groeide het aantal relikwieën na de overhandiging van de pilaar aanzienlijk en verrijkte de
naamgeving bij de doop van de Spaanse kinderen. Omdat de Spaanse meisjes hoofdzakelijk met de
naam Maria gezegend worden kiest men bij voorkeur een bijpassende bijnaam zoals: Cinta,
Concepción, Pilar, Rosa, Estrella, Stella, Dolores, etc., die vaak van de bekende relikwieën afgeleid
worden. Voorbeelden van die uit voornaam en bijnaam samengestelde meisjesnamen zijn:
1. Maria Pilar (baserend op de Basílica del Pilar (in Saragossa). Volgens de overlevering
verscheen Maria op 2 Januari 40 AD[3] aan de oevers van de Ebro[6] aan Jakobus de
Meerdere en schonk hem een zuiltje van jaspis met de instructie voor Maria een kerk te
bouwen[4] 10
2. Maria Cinta, Cynta of Cynthia verwijst naar de ceintuur van Maria. Analoog aan de
schenking van de pilaar werd de ceintuur (in het Spaans Cinta) als heilige relikwie uit de
hemel door Maria geschonken en wordt bewaard in de kapel Mare de Déu de la Cinta. Deze
kapel is bestanddeel van de kathedraal van Tortosa. Omdat de heilige Maria deze ceintuur in
de hand houdt valt de relikwie de bezoekers nauwelijks op en moet door een gids op de
details worden gewezen.
3. Maria Concepción, waarin de bijnaam baseert op de onbevlekte ontvangenis (de conceptie).
Tot de populaire verkleinwoorden van Concepción behoren Conchita en in het Catalaans
Conxita. Conchita is overigens ook een verkleinwoord van concha (een schelp).
4. Maria Rosario11 of Rose, respectievelijk Rosa (die op de rozenkrans baseren).
5. Maria Estrella (Stella), waarin de naam op de ster baseert.
6. Maria-Dolores, baserend op de 7 smarten van Maria als de Mater Dolorosa.
In der regel kan men deze relikwieën en attributen ook in de Spaans achternamen waarnemen.

9 El Pilar (De Pilar-cathedraal)


10 Cathedral-Basilica of Our Lady of the Pillar - Apparition of Pilar / Our Lady of the Pillar
11 Rosario (“rosary”), from the Roman Catholic title of the Virgin Mary as "Our Lady of the Rosary".
De aanpassing van de persoonlijke voornamen
Nasst de namen moest ook de dagelijkse spreektaal zelf op de nieuwe godennamen aangepast
worden, zoals Dios, Déu, Dieu, God, etc.
Bijzondere aandacht werd besteed aan de veranderingen van de persoonlijke voornaamwoorden
voor de eerste persoon enkelvoud “ik” en de bijbehorende dualis, die in de Germaanse talen als
“wit” (“wij beide”), respectievelijk in de Graeco-/Romeinse taalomgeving als νώ (νῶϊ), “nooi”
ofwel “noui” in plaats van “nos” (“wij”) of “Nous” (“het bewustzijn”) gedefinieerd werd.
Het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud moest aangepast worden op de
bijpassende naam van de Schepper Dios, Déu12, Diéu13. Het bijbehorende aangepaste “ik”-woord
Dio, Dios, Déu, Diéu werd in het Italiaans, Spaans, Portugees en Frans respectievelijk io, yo, éu,
ieu.
In het Spaanse werd de pluralis “nos” voor het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon
meervoud in “nosotros” (“wij anderen”) veranderd ter onderscheiding van de dualis “nooi” of
“noui” voor “wij twee”14.
Het filosofische concept van de “Nous” (“het bewustzijn”) kan samenhangen met de “nos” (“wij
allemaal”), “nooi” of “noui”15.
Met Nous wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de
soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt,
plots 'ziet', als bij een goddelijke ingeving. Dit in contrast met de andere vorm van denken,
dianoia genoemd, waarbij je stap voor stap een redenering opbouwt naar een conclusie.
Het “Nous”-concept hangt samen met het Engelse “wit”-concept, waarin men zowel “wit”-ness als
“wisdom” (“wijsheid”, “intelligentie”) met de dualis van het persoonlijke voornaamwoord “wit”
(“wij twee”) afleidbaar is. In het Nederlands hangt de Germaanse dualis “wit” samen met de
Nederlandse woorden “weten” en “wet”.
Analoog aan Plato's beschrijving in de dialoog “Symposium” werd ook in de Germaanse filosofie
de eerste “Mens” vermoedelijk als afbeeld van de tweeledige godheid beschouwd met de naam
“Tuisco”,”Tuw” of “Tiwisco”.
De Germaanse schepper kon eveneens Woden, Wutan, “Wut” of “Vut” genoemd worden, wat Jacob
Grimm als volgt voor de wortel “Vut” specificeert:
In de omgeving van Graubünden heeft het Reto-Romaanse dialect de term Vut al vroeg
uit de Alemannische (of Westopperduitse) respectievelijk Boergondische dialecten al
vroeg overgenomen en tot op de dag van vandaag bewaard in de betekenis van idool of
afgod, 1 Cor. 8, 4. (2) (zie appendix) - Northvegr - Grimm's TM - Chap. 7

De naam Vidvut kan ook wel als Vut der Viden (Letten) geïnterpreteerd worden:
Vidvut is de naam van de god Vodan in de taal van de Viden (Letten), waarbij Vogt 1,
141 de naam Wideivud, Waidewud als Pruisische koning interpreteert ... (Grimm, Jacob -
Teutonic Mythology - Volume 4 (1888)" )

12 Catalaans
13 Provençaals
14 Notes to the usage of the Spanish words Nos and Vos, Nosotros and Vosotros
15 Notes to the Philosophical " Nous " -Concept
De overeenkomst van de Griekse en Germaanse filosofie

De overeenkomst van de Germaanse en Griekse wortels16


• Het woord Νώ wordt afgeleid van het Proto-Indo-Europesche *neh₃. Wat overeenkomt met
het Avestaanse “nā”, Oudkerkslavisch на (na17), Sanskriet न (nau) en Latijn nōs.
• Het Latijnse nōs (“wij”) hangt samen met νώ en νῶϊ (wij twee), die zich “spiegelen” in ἰώ
(iṓ), ἱών (hiṓn) (“Ik” - Boeotisch).
De naam Ioniërs wordt voor het eerst bij Homerus vermeld als Ἰάονες, iāones,[5]
Een andere dichter Hesiodus beschrijft de naam in enkelvoud als: Ἰάων, iāōn.[6] 18
Men kan deze Griekse formuleringen met Germaanse bewoordingen vergelijken:
• De namen Ἰάον (Ioniër) en het Boeotische “ik”-pronomen ἰώ (iṓ), ἱών (hiṓn) hangen samen
met de gespiegelde woorden νώ en νῶϊ (“wij twee” als dualis).
• Het spiegelen van woorden vindt in het Engels ook plaats als “Wit” – “Tiw”, waarin “wit”
(“wij twee”) overeenkomt met het Griekse νῶϊ (“wij twee”) en “Tiw” met de godennaam
“Ion” in Ἰάον (Ioniër) en het pronomen ἱών (hiṓn) (Boeotische “ik”-pronomen).
• νῶϊ (“wij twee”) betekent wellicht “niet ik” ofwel “niet Ego”, zoals het Germaanse “wit”
eventueel volgens Grimm ontstaan is door de toevoeging van een “t” aan het “wij”19.
• νῶϊ (“wij twee”) correleert met “wit” (“wetenschap”) zoals ook “nos” (Frans: “nous”) (“wij
allemaal”) met het Latijnse nous en het Griekse νοῦς of νόος (uit het oud-Grieks), in de
betekenis van “Nous” (“intelligentie”, “wijsheid”).

16 A Linguistic Control of Egotism


17 Proto-Slavic *na → Pronoun → *na → us two; accusative of *vě → Old Czech: vě ; Old Polish: wa ;Upper
Sorbian: wi ; Lower Sorbian Pronoun : wej (you two) (Declension)
18 Mycenaean
19 according to Jacob Grimm in his dictionary of German language: “neben der pluralform steht im älteren germ. der
dual wit (t ist angehängte zweizahl) 'wir beide', vgl. got. ags. asächs. wit, anord. vit (viþ), der sich auf deutschem
boden nur im nordfries. erhalten hat, sonst durch den plural ersetzt und schon ahd. nicht mehr bezeugt ist; vgl. lit.
vèd.”
De concentratie van woorden in het “Fuᚦorc” sleutelwoord
De navolgende tabel in The unification of medieval Europe documenteert een aantal correlaties van
heidense godennamen in de 5 of 6 beginletters ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (“Fuᚦorc”) van het standaard runenalfabet.
Tot de correlaties behoort ook de integratie van Rod(u) (Krodo) in het sleutelwoord ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ
(“Fuᚦorc”). Voor de godennamen wordt ook de bijbehorende weekdag aangegeven:

Fuᚦorc ᚠ ᚢ ᚦ ᚩ ᚱ ᚳ weekdag

→ f u th a/o r c ←
leesrichting leesrichting
1a VUTan V U T woensdag
1b WODA W O D A woensdag

2a WUT W U T TUW dinsdag


2b WIT W I T TIW dinsdag

3a THOR Th O R donderdag
3b D O R ROD zaterdag
3c U D O R RODU zaterdag
3d O D O R K KRODO zaterdag

Tabel 1: Krodo (Rodu), Wodan (Odin), Thor, Tiw of Tuw


van het Germaanse pantheon in het sleutelwoord ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (Futhorc)

Wodan, Vidvut of Vut


De Germaanse schepper kon eveneens Woden, Wutan, “Wut” of “Vut” genoemd worden, wat Jacob
Grimm als volgt voor de wortel “Vut” specificeert:
In de omgeving van Graubünden heeft het Reto-Romaanse dialect de term Vut al vroeg
uit de Alemannische (of Westopperduitse) respectievelijk Boergondische dialecten al
vroeg overgenomen en tot op de dag van vandaag bewaard in de betekenis van idool of
afgod, 1 Cor. 8, 4. (2) (zie appendix) - Northvegr - Grimm's TM - Chap. 7

De naam Vidvut kan ook wel als Vut der Viden (Letten) geïnterpreteerd worden:
Vidvut is de naam van de god Vodan in de taal van de Viden (Letten), waarbij Vogt 1,
141 de naam Wideivud, Waidewud als Pruisische koning interpreteert ... (Grimm, Jacob -
Teutonic Mythology - Volume 4 (1888)" )

Tiw
Wit is de nominatieve dualis “wit” (“we two”) voor de persoonlijke voornaamwoorden van de
eerste persoon. In de omgekeerde leesrichting representeert “Tiw” de hemelgod “Tue”, waaraan de
dinsdag (Tuesday) ons herinnert.
Krodo
De Saksische kroniek (Saxon Chronicle) uit de vijftiende eeuw beschrijft de verering van de
godheid "Krodo" bij de Saksen, die in het noorden en oosten van het huidige Duitsland samen met
een aantal West-Slavische volkeren samenleefden[6]20. In de omgekeerde leesrichting kan men de
naam “Krodo” in “Fuᚦorc”-aflezen.

Rodu or Rod
In het Oudkerkslavisch en Oudrussisch21 wordt de naam "Rod" (als Rodu) als de voorchristelijke
godheid beschouwd, die de schepping, afstamming en voortplanting vertegenwoordigt [7]. De
negatieve versie van deze naam is urod, die duidt op een gedegenereerd, misvormd monstrueus
wezen.[8] 22

Thor
De naam Thor is een horizontaal gespiegelde schrijfwijze van de naam Rod.

20 Rod
21 Het Oudrussisch (Old East Slavic) is de voorganger van de moderne Oost-Slavische talen (Oekraïens, Russisch en
Wit-Russisch).
22 Etymology: Rod and Deivos (Rod )
De oorsprong van de namen voor de dagen van de week (1 e - 3e à 4e
eeuw)
Over het algemeen hebben de Europese volkeren toegestemd de weekdagen overal aan dezelfde
goden toe te wijden23.
In een aantal regio's besloten de Germaanse en Slavische volkeren samen een Krodo- en/of Rod
godheid te vereren, die soms (volgens onzeker bronnen?) in verband staat met Kronos24 (Saturnus).
Om deze redenen kan Kronos of Cronos (Saturnus) in verband gebracht worden met de zaterdag:25
Volgens de Wikipedia-documentatie “Names of the days of the week” heeft men de namen
voor de weekdagen toegewijd aan de zeven zichtbare “planeten” (de “zwervende sterren”,
inclusief de zon en de maan) zon, maan, Mars (Ares), Mercurius (Hermes), Jupiter (Zeus),
Venus (Aphrodite) en Saturnus (Cronos).
Drie van deze goden representeren mannen, die samen een nauwkeurig vastgelegde
stamboom vormen: Saturnus (Cronos) → Jupiter (Zeus) → Mars (Ares). Om deze redenen
is de opname van de aartsvader Saturnus van belang.
Mercurius (Hermes) en Venus (Aphrodite) behoorden tot de onbeduidendere planeten.
Afgezien van de zon en de maan waren vier van de goden mannelijk en alleen Venus
vrouwelijk.
Alhoewel de Slavische volkeren in de Oost-Duitse landen geschikte namen (Krodo
respectievelijk Rod(u)) voor de planeet Saturnus ter beschikking stelden is er officieel geen
enkele Germaanse taal in staat geweest een bruikbare Germaanse naam voor de zaterdag en
de aartsvader Saturnus vast te leggen.
Merkwaardigerwijze kan men alle vier Slavisch/Saksische namen Krodo ofwel Rod(u),
Wodan (Odin), Thor, Tiw of Tuw van het her Germaanse pantheon voor de goden Saturnus,
Jupiter, Mars en Mercurius in de vijf tot zes beginletters van het ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (Futhorc) alfabet
aflezen.
Natuurlijk kunnen de namen voor de dagen van de week al gefixeerd zijn voordat de
Slavisch/Saksische namen Krodo ofwel Rod(u) vastgelegd werden.
De opvallende structuur van het sleutelwoord ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (Futhorc) kan natuurlijk door een
merkwaardige samenloop van omstandigheden ontstaan zijn. De eerste drie letters ᚠᚢᚦ
(Futh) stellen ons in staat kernwoorden te vormen zoals Vid, Vud, Wut. De overige kernen
Tuw. Thor en Rod zijn afleidbaar uit ᚦᚩᚱ (thor).
Zowel de Germaanse namen Wit, Wut, Tiw, Tuw, Thor en de Slavische bijdragen Vid, Rodu,
Krodo en Rod zijn identificeerbaar in ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (Futhorc).
Krodo kan correleren met het Griekse concept van Cronos.
In Oudkerkslavische en Oudrussische26 bronnen wordt de naam "Rod" (als Rodu) als de
voorchristelijke godheid beschouwd, die de schepping, afstamming en voortplanting
vertegenwoordigt [7].

23 The names of the days of the week


24 (Oudgrieks: Κρόνος)
25 The Role of the Slavic gods Rod and Vid in the Futhorc-alphabet
26 Het Oudrussisch (Old East Slavic) is de voorganger van de moderne Oost-Slavische talen (Oekraïens, Russisch en
Wit-Russisch).
Michel Mathieu-Colas (2017) definieert "Rod" als een "oorspronkelijke God", maar de toegepaste
term “primordial” omvat ook de ontplooiingsenergie van de familie, het geslacht, de geboorte en de
daarop volgende ontwikkelingen[1] De negatieve versie van deze naam is urod, die duidt op een
gedegenereerd, misvormd monstrueus wezen.[8] 27
De Saksische Kroniek (Saxon Chronicle) uit de vijftiende eeuw beschrijft dat "Krodo" door de
Slavische en Saksische bevolking (in het noordoosten van het huidige Duitsland) aanbeden werd [6]
28
.
Ten opzichte van de "oorspronkelijke God" Rod(u) (Krodo) behoorden de overige goden tot de
tweede categorie. Voor de Saksen was de Rod(u) (Krodo) wellicht een acceptabel compromis naast
de Germaanse keuze voor Saturnus..
De Saksen verkozen echter niet Rod(u) (Krodo) als naamgever voor de zaterdag. In het Oud-
Saksisch koos men voor *Sunnunāƀand [♄3], en *Satarnesdag en in het Nedersaksisch voor
Sünnavend [♄3], en Saterdag.
De Slavische, Baltische en Uralische talen (uitgezonderd de Finse en gedeeltelijk ook de Estische
taal) verkoos voor de dagen van de week het nummersysteem, maar begon (in plaats van de zondag
als begindag) met de maandag als eerste dag [18]. Van alle Slavische talen en dialecten is er niet
een, waarin de “zaterdag” naar de "oorspronkelijke God" Rod(u) (of Krodo) werd benoemd.

27 Etymology: Rod and Deivos (Rod )


28 Rod
Een laatste reddingspoging om de runen te redden (~550 AD)
De wellicht laatste verandering in het runenalfabet (~550 AD) heeft wellicht plaatsgevonden onder
de regie van de Merovingische koning Chilperik I. Zijn uitbreiding betreft de vier alfabetische
symbolen “Wi”, “OO” of “OU”, “ᚦ” en “Æ”, waartoe ook het drietal runen “ᚠᚢᚦ” behoort.
Chilperic I (c. 539 – 584) was de Merovingische vorst van Neustria (ofwel Soissons) van 561 tot
zijn gewelddadige dood.
Wat wij over Chilperik I weten stamt grotendeels af van de geschiedschrijving over de Franken
(“The History of the Franks”) van de auteur Gregorius van Tours.
Chilperik I's opleiding omvatte religieuze en culturele thema's. Tot zijn studies behoort ook een
uitbreiding van het Latijnse alfabet, dat destijds bij de wetgeving aan het Merovingische rechtbank
in gebruik was.
De aanpassing van het alfabet werd als uitbreiding gespecificeerd en wel in de vorm van 4 extra
symbolen: uui (met het symbool Δ), ω (met als symbool Θ), the ( met als symbool Z), en æ ( met
als symbool Ψ).
Merkwaardigerwijze komen deze symbolen uui (als Δ of ᚹ), ω (als Θ of ʘ), the (als Z) en æ (als Ψ)
overeen met de vier beginsymbolen van het runenalfabet ᚠᚢᚦᚩᚱᚳ (Futhork) respectievelijk ᚠᚢᚦᚬᚱᚳ
(Younger Futhark).
In dit geval ga ik ervan uit, dat het eerste alfabetische runensymbool ᚠ (de “F” in “Futhark”) als een
universeel symbool digamma (Ϝ, respectievelijk als kleine letter ϝ) beschouwd mag worden, dat een
/w/ vertegenwoordigt en ook de fonemen /v/, /f/, /u/, /y/ kan representeren. Dit is ook het eerste van
de door Chilperik I toegevoegde letters.
In de archaïsche religie vormden de eerste drie runes (“Futh” of “Wuth”), ᚠ (de digamma “ϝ”), “ᚢ”,
“ᚦ” een sleutelwoord, dat zowel de dualis van het het persoonlijke voornaamwoord van de eerste
persoon (“wut” of “wit” = “wij twee”) en de sleutel voor het woord “wutan” (“Wodan”, “weten”
[“to wit”], “witness” → “inzicht”) vertegenwoordigt.
Het sleutelwoord “Wutha” (respectievelijk “Futha”), dat door de aaneenschakeling van de vier door
Chilperik's toegevoegde “runentekens” (ΔΘZΨ) ontstond, resulteert meer of minder in het woord
“Wioothæ” of “Wodan”29.
Mijns inziens heeft Chilperik I geprobeerd een restant aan runenkennis te redden door tenminste
nog het sleutelwoord “Wutha” of “Wuthan” aan het Latijnse alfabet toe te voegen en de ware
symbolische kern van de oude filosofie in de vorm van vier letters naar de nieuwe filosofie over te
dragen.
Alhoewel Chilperik de klooster opdroeg de oude spelling in alle boeken in de Merovingische
bibliotheken te corrigeren door de vier nieuwe letters in te voeren, werd deze opdracht geïgnoreerd.
Analoog aan de invoering van de drie letters van Claudius mislukte ook de invoering van de vier
nieuwe letters van Chilperik. Wat er overbleef was alleen een notitie in de annalen van Gregorius
van Tours.

29 King Chilperic's 4 Letters and the Alphabet's Adaptation


De onttroning van de Merovingische dynastie (7e eeuw)
Een van de grootste successen in de missionering bestond in de onttroning van de oude
dynastie door het afsnijden van de lange haren, die als symbool voor de magische
wetenschappelijke macht bekend stond.
Vanaf de onttroning kregen de missionarissen van de nieuwe Christelijke overheid de kans
de missionering te beginnen met de verwoesting en heropbouw van de locale heiligdommen,
die vooral rondom de waterputten geïnstalleerd waren.
Het verlies van de lange haren gold als de onttroning van een koninklijke dynastie en markeerde in
de oude samenleving het einde van een leiderschap. In maart 751 werd Childeric door Paus
Zachaias onttroond en van een tonsuur voorzien. Na de onttroning werden Childeric en zijn zoon
Theuderic in het klooster van Saint-Bertin[6] of in Saint-Omer (respectievelijk Theuderic in Saint-
Wandrille) opgeborgen.
In de oudheid gold de tonsuur als teken van rouw, slavernij, onderwerping of toewijding aan de
goden. Het lange haar gold als symbolische macht van de dynastie, van het koningschap en
wetenschappelijk leiderschap (eventueel ook wel ontaardend in “magische toverkunst”).
Het lange haar van de hoogste kaste werd soms openlijk zichtbaar gedragen en op sculpturen of
munten getoond, maar kon soms ook in bonnets (“haarkappen”) verborgen gedragen werden. In
vele sculpturen worden hoofdbedekkingen gedragen waarvoor de archeologen geen verklaring
hebben. In Wikipedia wordt de hoofdbedekking dan als volgt beschreven:
On his head, he wears a hood-like headdress crowned by two protrusions, resembling
the shape of a mistletoe leaf. Such headdresses are also known from a handful of
contemporary sculptures. As mistletoe is believed to have held a magical or religious
significance to the Celts, it could indicate that the warrior depicted also played the role
of a priest.[12].30

De uitleg als blad van een mistel is echter nogal merkwaardig als de opperpriester van de clan zeer
lange vlechten draagt en deze ergens rond het hoofd moet kunnen opbergen. Omdat de bevolking
destijds wist, dat de leiders lange haarvlechten droegen wist men dat er in de bonnets haarvlechten
opgeborgen waren.
In diverse musea in Zuid-Duitsland vond ik aanwijzingen dat de oudste sculpturen van de leiders
die gevonden werden in Holzgerlingen, Pfalzfeld en in het prinsengraf van Glauberg.
De opbergruimte voor lange haren is omvangrijk en wordt geïllustreerd in een foto van Annette von
Droste-Hülshoff.31

30 The Keltenfürst (Celtic prince) of Glauberg


Informatie: http://www.denkmalpflege-hessen.de/Keltenfurst/keltenfurst.html, Herrmann 1998
31 (PDF) The Celtic Hair Bonnets en The Symbolism of Hair Braids and Bonnets in Magical Powers
Over de hoofddeksels voor de geestelijke leiders
Oorspronkelijk werden er bonnets gedragen zoals die in de sculpturen van Holzgerlingen, Pfalzfeld
en de Keltenprins van Glauberg afgebeeld worden. In deze bonnets werden de meer dan een meter
lange haren opgerold gedragen.
Na het afsnijden van de haren van de laatste Merovingers (in 751) had men de bonnets als
overbodige luxe kunnen afschaffen. Dit is echter niet gebeurd. De hoofdbedekking van de
wetenschappers heeft ook later nog steeds de relatief veel kleinere “horens” (van de “bonnets” of
“baretten”) als “symbolische opbergruimte” voor het virtuele lange haar blijven dragen omdat het
symbolen voor de wijsheid bleven.

In de “Hoofddeksels van de clerus” wordt beschreven in welke vormen de “academische baret” (de
“birett” met drie of vier vleugels32) gevormd wordt, bijvoorbeeld:
Academisch vak hoofdkleur “horens” kwast

filosofen blauw 3 blauw


rechten violet 4 violet
medicijnen zwart 3 Groen of zilver
ingenieur zwart 4 oranje
….
2: Vormen van de academische baretten (“birett”) volgens“Hoofddeksels van de clerus”.

Een complexe kleurcode wordt in Square academic cap voor een lijst academische vakken
gedocumenteerd.
De drie tot vier vleugels zijn veel kleiner dan de bonnets (“haarkappen”) van de sculpturen van
Holzgerlingen, Pfalzfeld en Glauberg, maar in de huidige hoofdbedekkingen worden ook geen
lange haarvlechten meer opgeslagen. Het zijn vermoedelijk alleen nog maar symbolen, die van de
oude bonnets overgebleven zijn.

32 [Ähnlich dem in USA bekannten "Doktorhut", Bachelor's Cap, Graduation Cap, Academic Cap, Masters Cap,
Doctoral Tam, Mortarboard (Maurerbrett).
De missionering van de waterbronnen (in de 8e eeuw)
In Nederland, dat zich tijdens de Romeinse bezetting op de grenslijn tussen het Romeinse en het
“vrije” Germaanse territorium bevond werd de noordelijke sector in de achtste eeuw door de heilige
Bonifatius (675 – 5 Juni 754 AD) gekerstend. De bekering van de zuidelijke sector was toegewezen
aan Sint Willibrord (658-739).

De missionering van Sint Willibrord (de Brabantse wijstgebieden)


Sint Willibrord had zich gespecialiseerd op de Brabantse waterbronnen, die zich in het zuiden op de
geologische breuklijnen bevinden. Natuurlijk wist de locale bevolking precies, waar men schoon en
betrouwbaar water uit bronnen kon tappen. Deze gebieden noemde men Wijstgronden, die zich
bijvoorbeeld bij bevinden. Omdat men echter niet wist waarom uitgerekend dat putwater ook in de
droogste zomers en koudste winters uitstroomde en niet verontreinigd was, noemde men die
vindplaatsen ook wel “hellegaten”.
De missionaris Sint Willibrord baseerde zijn kerstening op de heiliging van de betrouwbare
waterbronnen, die vanaf die inwijding als Sint Willebrordusputten bekend stonden. In Brabant werd
de missie voor Willibrord vanuit het klooster te Echternach gecoördineerd.

Fig. 1 Hellegat-locaties, Sint Willebrordusputten en Willibrord kerken bij de Feldbiss-breuklijn

Uit de interactieve kaart in De bronnen van Brabant (de Helleputten aan de Brabantse breuklijnen)
De Feldbissbreuk
In de tabel van de Google-maps kaart Reconstructie van de Helleputten aan de Brabantse
breuklijnen worden enkele opvallende Helleputten, Hellegaten en Hellestadjes met de
Willebrorduskerken gedocumenteerd.
De Feldbiss-breuklijn omvat een groot aantal steden zoals Roermond, Eindhoven, Tilburg, Breda,
Hellevoetsluis, inclusief enige Hellegat-locaties, Sint Willibrord putten en Willibrord kerken.
In de volgende publicaties heb ik een aantal Hellegat-locaties, Sint Willibrord putten en Willibrord
kerken gedocumenteerd:
• De bronnen van Brabant (de Helleputten aan de Brabantse breuklijnen),
• De fundamenten van de samenleving,
• De rol van de waterbronnen bij de kerstening van Nederland en
• De etymologie van "wijst" en "wijstgrond"
De Feldbissbreuk strekt zich uit over het traject:

Nr. Plaatsnaam Notities


0 Tinte In Tinte worden geothermische boringen doorgevoerd
1 Hellevoetsluis
2 Helleke
3 1. Baksven
4 2. Schaapsven
Het ven schijnt veel cadmium te bevatten (cadmium is
5 3. Galgeven
een zwaar metaal). Vroeger werd hier de wol gevold.
6 Helle-akker bij de Eddyhoeve
7 Café 'Mie Pieters'
8 Laag- Heukelom 3 Helleputten
9 1. Helleput bij Laag Heukelom De Helleputten zijn de enige vennen die ten noorden
10 2. Helleput bij Laag Heukelom van de Voorste Stroom liggen (bij Laag Heukelom). Zij
11 3. Helleput bij Laag Heukelom schijnen uitzonderlijk diep te zijn.
12 Grollegat, Berkel-Enschot
13 Sint-Willibrorduskerk, Veldhoven
14 • Gat van Waalre •

15 Willibrorduslaan, Waalre
16 Heilige Willibrorduskerk,Waalre
17 Oude Willibrorduskerk, Waalre
18 Sint-Willibrorduskerk, Stramproy
19 Kirche St. Willibrord Herzogenrath
3 Hoofdlijn van de Feldbissbreuk

St. Willebrord behoort tot de vijf gemeentes rond Rucphen, dat op een zijlijn van de Feldbiss-
breuklijn ligt (bij de lichtgroene markering), die zich over Noord-Brabant uitstrekt van zuidoost
naar noordwest. De Sint-Willibrorduskerk en de Lourdesgrot stammen uit 1925 en zijn niet echt
oud.
kerstputten of kerstpoelen
Alhoewel in Zuid-Nederland voldoende bewijzen voor de geneeskrachtige bronnen gevonden
worden, zijn er ook in Noord-Nederland soortgelijke waterbronnen beschikbaar geweest. Voor die
bronnen worden namen zoals kerstputten of kerstpoelen gedocumenteerd:
Aldus vinden wij wijding en veredeling van oorden, feestdagen, feestgebruiken,
volksvoorstellingen enz. Kenschetsend en teekenend is b.v. de geschiedenis onzer
Nederlandsche kerstputten of kerstpoelen. Het meerendeel is van heidenschen
oorsprong d.w.z. stond met een heidenschen kultus in verband. Maar doordat in die
bronnen gedoopt werd, zijn zij gekerstend en in dienst van Christus gesteld. Vandaar het
groot aantal putten, die den naam der heilige geloofsverkondigers Bonifacius en
Willebrordus dragen.

Te Dokkum vindt men b.v. drie Bonifaciusbronnen; Willebrordusputten treft men aan te
Osch, Diessen, Deurne, Zoutlande, Bakel, Asten, Maashees, Geisteren, Venray,
Stamproy, Wulpen en eertijds te Berchem bij Antwerpen. Natuurlijk werd ook een groot
aantal bronnen aan Maria gewijd. Verder zijn om meermalen vermelde reden
verscheiden bronnen met den satan in verband gebracht; vandaar de Duivelsput te
Herdersem en te Hekelgem, het Heintjesbörreken te Meerbeke (men denke aan
‘Heintjepik’) en de Helleput te Dendermonde. 33

In het noorden van Nederland bevinden zich geen breuklijnen. Ondanks het ontbreken van een
wijstverschijnsel bevinden zich ook in Noord-Nederland vele bronnen met geneeskrachtig water.

De documentatie van Derk Buddingh


In Verhandeling over het Westland34 (1844) van Derk Buddingh vond ik een passage, die nog meer
informatie over de Helleputten, respectievelijk St. Willibrord- en St. Bonifacius-putten oplevert. Het
lijkt erop dat de auteur Buddingh destijds geen onderscheid maakte tussen de bronnen in Noord- en
Zuid-Nederland. De relevante citaten zijn gedocumenteerd in Appendix 1 – Verhandeling over het
Westland (1844) van Derk Buddingh.
In een groot aantal citaten overtuigt Derk Buddingh de lezers, dat de naam “Loo” op het water
baseert. Bij de kerstening werden de vroegere Loö-en in Sancten-putten veranderd. In loo = lo
(waterloop) wordt als etymologie (naast loo = lo (bos)) gedocumenteerd35:
• lo 2 naam voor waterlopen (in Zeeland en aangrenzende gebieden van N. Brab. en Z. Holl.),
uit oudere vorm lode.
Buddingh overtuigt de lezers dat de missionering van zowel H. Willebrord als ook Bonifacius de
heilige bronnen in Sancten-putten heeft getransformeerd.
De naam Helleput baseert op de onbegrepen, duivelse geneeskundige krachten. Een aantal putten
(de Helleput te Dendermonde en de St. Willebrordusput te Heil-lo) werden ter wering van het
bijgeloof door de Hervormde predikanten gedempt.
Op Helgoland werd de heiligheid van de wateropname uit de waterput werd door het verplichte
stilzwijgen versterkt. Bij andere bronnen wordt het luiden van Kerkklokken waargenomen. In de
trou d'enfer te Kamerrijk (Cambrai), hoorde men het gejubel en gejuich des duivels.

33 Jos. Schrijnen, Nederlandsche volkskunde · dbnl – Nederlandsche volkskunde (2 delen) – 1ste druk1915-1916
34 Verhandeling over het Westland, ter opheldering der loo-en, woerden en hoven (1844) van Derk Buddingh
35 Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2010), Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/
De inwerking van het bijgeloof wordt met name te Dokkum, Tinte (op Voorne), Heil-lo (Noord-
Holland) aangeduid. In de lijst worden St. Willebrords-putten vermeld in Asten, Driessen,
Maashees, Oss. Er worden ook aan andere heiligen (St. Valentinus, St. Oels, Wolfs-put, St. Job)
toegewijde bronnen vermeld te Brakel, Best, Rixtel, Westerhoven.
De waterbron in de plaats Tinte op het eiland Voorne-Putten (ca. 5km ten noorden van
Hellevoetsluis) behoort ongetwijfeld tot de locaties op de breuklijn, omdat ter plaatse
geothermische boringen doorgevoerd worden36. Het dubbeleiland bestaat uit de eilanden Voorne en
Putten, wat wellicht op waterputten duidt. De naam Tinte (“Tente” vanaf 1589) is afgeleid van de
rode meekrap (rubia tinctorum), die in de omgeving als kleurstof geteeld werden.
Het overzicht van de door Buddingh gedocumenteerde bronnen kan in een tabel samengevat
worden. In 1844 bestond er nog een welig tierend geloof en bijgeloof. De geneeskrachtige bronnen
werden als werkzaam bestanddeel der geneeskunde beschouwd. Het vertrouwen in putwater was
wellicht groter dan in de gangbare medicijnen.
In de Nederlandse regio's zijn de geneeskrachtige putten relatief gelijkmatig verdeeld. Elke
provincie beschikte minstens over een geneeskrachtige put. Er werd ook niet geaarzeld bij
watergebrek zoals in de Gertrudiskapel ook regenwater en zo nodig leidingwater (?) bij het
bronwater te mengen.

36 Geothermie in Tinte en Westvoorne


De heiliging van de Vitus-cult (vanaf de 8e eeuw)
In de zuidelijk provincies van Nederland concentreerde de missionaris Willibrord (658-739)
de kersteningsmissie op de bronnen, die om onbekende redenen constant geneeskrachtig
water leverden. In het noorden concentreerde zich Bonifatius meer op de heiliging van de
“vit”-woorden (“wij twee” en “weten”) in de op dualiteit gebaseerde religie der Germaanse
bevolking.
Om de heidense “Vit”-goden uit te schakelen voerden de missionarissen relikwieën in van de
Siciliaanse heilige Sint Vitus en overtuigden de bevolking kerken, kloosters en kapellen te bouwen,
die met name aan St. Vitus gewijd werden. De Vitus-cult omvat ook de naamgeving van stadjes,
straten, bruggen en bewoners, die naar St. Vitus genoemd werden37.
Voor de bekering der Friezen, Saksen en Slaven en de coördinatie van de missies maakten de
missionarissen gebruik van de ondersteuning door de kloosters Saint Denis, Corbie, en Corvey.
In het oosten (in de Slavische en Duitse regio's) culmineerde de integratie van de oude “Vit”-
godheden in de St. Vitus-cult in de gigantische St. Vitus kathedraal te Praag, waar men enkele
beduidende relikwieën van Sint Vitus bewaart. In het noordwesten (Friesland) werden slechts
enkele kerken gesticht, die na de reformatie onteigend werden. Daardoor kwamen de missie en de
St. Vitus-cult tot stilstand38.

De “Wit” en “Vit”-woordkernen
In het Noord-Friese dialect hebben de “wit”-woorden (“wij twee”) de kersteningsfase van d Vitus-
cult overleefd en zijn tot ongeveer een eeuw geleden in de spreektaal in gebruik geweest. Nog
steeds kunnen wij teksten lezen waarin de dualis voor het persoonlijk voornaamwoord van de eerste
persoon “wit” als “wij twee” toegepast wordt 39. De Engelse vertaling van de tekst luidt dan als
volgt:
10. Two Women of Föhr describe their Journey to Sylt.
(Western dialect of Föhr — in the dual.)

It was on 1st July 1862, that (when) we two women of Föhr made a pleasure trip by the
steamship "Hammer" to Sylt. We set out from Föhr at 6 o'clock in the evening and at 8
o'clock arrived at Nösse, the eastern point of Sylt. Many wains stood there, ready to
convey the people who arrived to the villages. We drove off immediately, first through
Morsum, then past Archsum, and next to Keitum.....40

In het volgende raadsel “What (how)?” kan men (in de Engelse vertaling) aflezen hoe het Noord-
Friese “wat” (wij twee) met “wit” (intelligentie, wijsheid) correleert:
What (how)? We two (dual) should have only a little wit (intelligence)? We (dual) will show
you, that we (dual) are thus wise (intelligent), that we (dual) can calculate some what.41

37 The Correlation between Dual Forms, Vut, Svantevit and the Saint Vitus Churches
38 A Scenario for the Medieval Christianization of a Pagan Culture ...
39 Concepts for the Dual Forms
40 The North Frisian dialect of Föhr and Amrum. Grammar and texts with specimens of other dialects
(by Schmidt-Petersen, Jürgen; Craigie, James, 1928)
41 The North Frisian dialect of Föhr and Amrum. Grammar and texts with specimens of other dialects
(by Schmidt-Petersen, Jürgen; Craigie, James, 1928)
Om de dualis uit te roeien beval missionaris Bonifatius de bevolking een groot aantal St. Vitus-
kerken te bouwen waarin de “vit”-cult van de dualistisch denkende bevolking in de noordelijke
Germaanse provincies in de nieuwe religie geïntegreerd kon worden.42
Kennelijk verving Bonifatius de dualis “wat” (“Wij twee”) en het daarmee samenhangende woord
“wit” (intelligentie, wijsheid”) door het “St. Vitus”-symbool dat door een reeks relikwieën in de St.-
Vitus kerken vertegenwoordigd werd.
Diezelfde strategie werd ook toegepast bij de heiliging van de Slavische Vitus-cult, die op het eiland
Rügen de verering der goden Svetovid, Svantovit of Sventovit aanhing. Uiteindelijk culmineerde de
Vitus-cult in de enorme St. Vitus Kathedraal (met de officiële titel “the Metropolitane Kathedraal
van de heilige Vitus, Wenceslaus en Adalbert” - de RK metropolitane kathedraal) in Praag43.

Wit en Wut als de beginletters in het Futhorc-alphabet


De missietochten in de Nederlanden werd vanuit speciale kloosters in het buitenland gecoördineerd:
• Willibrord's missies werden vanuit Echternach (in het hedendaagse Luxemburg)
gecoördineerd.
• Voor de noordelijke provincies werden de missies van Bonifatius vanuit de kloosters Saint
Denis, Corbie, en Corvey gecoördineerd, vanwaaruit ook de relikwieën voor de nieuwe
kerken werden verdeeld. Deze distributie kon men tot in de St. Vitus kathedraal in Praag
vervolgen.
Kennelijk waren zowel de dualis “wit” (“wij twee”) van het persoonlijke voornaamwoord van de
eerste persoon als de Germaanse godheid “Vit” geïntegreerd in de eerste drie runen van het
Futhorc alphabet44.
Er werden echter nog andere wapens toegepast waarmee men de Friezen, Saksen en Slaven wilde
onderwerpen en daarbij de afschaffing van de diverse “Vit”-vereringen beoogde.
Daartoe behoorde wellicht ook de afschaffing van het duale “wat”-concept (van “wij twee”) en het
daarmee samenhangende “wit”-concept (van de “intelligentie” en “wijsheid”).
De afschaffing van de Engelse woorden “wit” is vergelijkbaar met de het verbranden van de Maya-
literatuur. Tot de methoden een volk te verslaan behoorde steeds de verbranding van alle heidense
relikwieën en de houten runentekens. Alleen een klein aantal runentekens overleefden deze
kersteningsfase.

ᚠᚢᚦ
De bestudering van de diverse Futhark alfabetten viel mij op dat de over geheel Europa verdeelde
varianten sterk verschillen, maar vrijwel allemaal met dezelfde eerste drie runen beginnen, en wel
met de tekens ᚠ , ᚢ , ᚦ (die men kan lezen als „Fuᚦ“, “Wut” respectievelijk „Vuᚦ“).
Elk Futhark-alphabet lijkt te beginnen met de drie letters ᚠ , ᚢ , ᚦ die voor talloze elementaire
woorden toegepast worden. Achterstevoren gelezen kan men “Wut” ook als “Tuw” lezen. Daarin
kan de letter “F” bovendien als digamma “W” (hoofdletter: Ϝ, kleine letter: ϝ, getal: ϛ)
geïnterpreteerd worden, die diverse verschillende symbolen vertegenwoordigt, zoals bijvoorbeeld
“V”, “F”, “U”, “UU” (en eventueel zelfs “B” of “P”...).
De tweede letter “u” kan variëren tussen “U”, “Y”, “I”. Men kan dus het runenwoord “ ᚠᚢᚦ” ook
lezen als „Fuᚦ“, “Wut”, “Wit” of „Vuᚦ“ respectievelijk als“Tiw” of “Tuw”.

42 The Correlation between Dual Forms, Vut, Svantevit and the Saint ...
43 The Slavic religion switched to a monotheistic concept named “Rod”.
44 An Architecture for the Runic Alphabets
Tiw of Tuw
De ondergang van het Germaanse symbolisme betrof natuurlijk ook het omgekeerd gespelde woord
“Tiw”, dat over een onbepaalde tijdsperiode kan worden beschouwd als de oppergod van de
Germaanse religies.
Tiw wordt een oud manuscript toegepast als titel voor een boek TIW 45, waarin de auteur de Engelse
woordenschat afleid van 50 Duitse kernwoorden.46
Het overzicht van de woordenlijst in TIW omvat het grootste deel van de “FuþiR” /
“Faþir”-patronen in een aantal Germaanse talen, maar alleen in de Engelse taal kan men alle
9 tot 10 “Fuþ”- categorieën binnen het patroon “Fuþir” / “Faþir” identificeren, die correleren
met de “fuþ”-kern in “fuþark”47:
1. voeden, opvoeden (in de letterlijke zin van “voeden”: Engels: “to feed up”),
2. vet (Engels: “fat”),
3. vader (Engels: “father”),
4. water (Engels: “water”),
5. voeder (Engels: “fodder”),
6. pleegouder (Engels: “foster”-parents, de “voedvader”),
7. Wodan (Engels: “woden”),
8. vagina (Schots: “fud”)48,
9. achterwerk, bips (Engels: “butt”),
10. foeteren (seksuele omgang hebben, copuleren; Engels: “to futter”),
11. boei (Engels: “fetter”).
Een groot aantal van deze woorden kan men ook in de lijst van de auteur William Barnes
terugvinden, die het boek TIW geschreven heeft. Hij heeft als titel voor het werk TIW
gekozen, omdat hij TIW als de godheid van het Duitse volk beschouwde.
Alhoewel wij ongeveer de helft van de 10 categorieën in de lijst van TIW kunnen vinden
zijn er wellicht enkele voor de preutse lezers schokkende begrippen met betrekking tot het
geslachtsverkeer in de woordenlijst weggevallen, zoals: fud & butt (vrouwelijk resp.
mannelijk) en “to futter” (copulatie). Ook de “fatsoenlijke” woorden “fat” en “feed up”
ontbreken.
De belangrijke begrippen “wit” en “witness” (in het Nederlands “weten”, en in het Duits
“wissen”, die wellicht samenhangen met “wod” of “Wodan”) ontbreken volgens Barnes in
het relatief compacte “overzicht de Duitse taal”.
Voor de Germaanse religie in de Germaanse samenleving behoorden deze woorden allemaal tot de
geheiligde woordenschat, die steeds met respect behandeld werd. Het respect ging pas verloren
tijden en na de ondergang van de Germaanse religie.

45 Tiw; or, A view of the roots and stems of the English as a Teutonic tongue. By William Barnes, B.D (1862) .
The vocabulary of William Barnes, who wrote a book named TIW, which he had identified as the name of the god from
which the Teutonic race seem to have taken their name.
46 Notes to the book TIW
47 De kern van de “Futhark”-talen
48 "fud" is widely accepted in Scotland as being a slang term for the female reproductive organs (urbandictionary: fud)
De klokkenluider Desiderius Erasmus (15e eeuw)
In een essay met de titel Lof der zotheid49 (1511) heeft Desiderius Erasmus van Rotterdam tegen het
einde van de middeleeuwen de zotheid van het menselijke gedrag beschreven.
Erasmus schreef het werk in het Latijn in 1509, nadat hij was teruggekeerd van een reis
naar Italië en in Engeland, in de week dat hij bij zijn vriend Thomas More verbleef. Hij
liet het in 1511 in Parijs publiceren. Het wordt beschouwd als een van de meest
invloedrijke werken van de westerse beschaving en ook als een boek dat de weg
vrijmaakte voor de reformatie.[1]

De Lof der zotheid is wellicht geïnspireerd door een voorafgaande publicatie van de
Italiaanse humanist Faustino Perisauli [it] De Triumpho Stultitiae, dat het bijgeloof en
andere tradities van de Europese samenleving en van de westerse Kerk op satirische
wijze onder de loep neemt.

De Lof der zotheid was ongelofelijk populair. Het is een wonder, dat Erasmus als priester de
publicatie zonder grote kleerscheuren overleefd heeft. Om deze redenen beschouw ik Erasmus als
de eerste klokkenluider van de Renaissance50.

49 The Praise of Folly (Moriae encomium, sive Stultitiae laus) translated by John Wilson in 1668, at Project Gutenberg
50 Bericht van de altaarschellist over de Lof der Zotheid
Moderne wonderen
Het aantal wonderen, dat door de Kerk na een gedegen onderzoek wordt aanvaard, loopt sterk terug.
De meeste als “religieus wonder” geaccepteerde gebeurtenissen hebben een relatie met water en/of
vinden plaats in de omgeving van waterbronnen.

Lourdes
In Lourdes worden ongeveer 5 miljoen pelgrims per jaar geregistreerd.
In 1858 verklaarde Bernadette Soubirous, toen een 14-jarig meisje, tussen 11 februari en
16 juli verschillende verschijningen te hebben gezien, die door de belangrijkste
hoogwaardigheidsbekleders van die tijd werden beschouwd als die van de Heilige
Maagd Maria in de verre grot van Massabielle te Lourdes.

In 1864 werd er een standbeeld opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes
bij de plaats van de verschijningen. Er werd een kapel gebouwd die al spoedig te klein
werd en ging dienen als crypte voor de eerste basiliek, de Basiliek van de Onbevlekte
Ontvangenis.

Het hele jaar door maar vooral vanaf maart tot oktober komen pelgrims uit heel Europa,
maar ook uit andere delen van de wereld, naar het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw
van Lourdes om er te bidden en zich te laven aan het bronwater van de grot waaraan
heilzame kwaliteiten toegedicht worden.

In het hoofdstuk Lourdes van zijn Pyrenäenbuch (1927) heeft Kurt Tucholsky de geneeskundige
wonderen onderzocht. Vanaf maart tot oktober (als er veel pelgrims arriveren) neemt het aantal
wonderbaarlijke genezingen sterk toe. In de winter vinden er geen genezingen plaats. Ook de
genezingen onder de locale bevolking zijn minimaal.
De gedocumenteerde uitspraak tijdens de verschijning in het Occitaans (Qué soï era immaculado
councepcioũ, a phonetic transcription of Que soi era immaculada concepcion) baseert op een kort
tevoren door de Kerk uitgesproken dogma van de Onbevlekte Ontvangenis.51.[4]

Fátima
Ook het heiligdom ter ere van Maria te Fátima in Cova da Iria wordt sinds 1916 met name op de
dagen der verschijningen (13 mei en 13 oktober) door ca. 4 miljoen pelgrims per jaar bezocht.

Medjugorje
Medjugorje is een relatief nieuw pelgrimsoord in de regio Herzegovina van Bosnië-Herzegovina.
Sinds 1981 zijn er reeksen verschijningen van de Maagd Maria aan 6 kinderen[2] waargenomen, die
nog steeds voortduren.[1] 52
Inmiddels is het met 1 miljoen pelgrims per jaar voor de Katholieken tot een van de populairste
Europese pelgrimsoorden aangegroeid.

51 Dated 1858
52 Medjugorje
Het einde van de Europese hegemonie

De ondergang van de Keltische en Germaanse religies


Met een gedisciplineerd leger en een efficiënt management stuurt het Romeinse Rijk de Keltische
en Germaanse religies in de ondergang.

De expansie en ondergang van het Romeinse Rijk


Volgens de History of the Roman Empire eindigde het Romeinse Rijk met de afdanking van de
laatste westerse keizer Romulus Augustulus53 in 476 AD. De laatste keizer werd opgevolgd door de
Germaanse warlord Odoacer.
Rome expandeerde kort na de oprichting van de republiek in de 6e eeuw BCE alhoewel de expansie
buiten het Italiaanse schiereiland pas na de derde eeuw BCE begon.
De ondergang in het westerse Romeinse Rijk zette in de vijfde eeuw in na de toenemende golven
Germaanse invallers en migranten, die de opnamecapaciteit van migranten en de afweerkracht tegen
de invallen overspoelde.

De perioden der Europese hegemonie54


• Portugal 1494 → 1580 – gebaseerd op de Portugese dominantie in navigatie.
• Spanje 1516 → 1659 - gebaseerd op de Spaanse overmacht op Europese slagvelden en
globale exploratie en kolonisatie van de Nieuwe Wereld.
• De Nederland 1580 → 1688 - gebaseerd op de Nederlandse beheersing van de krediet- en
geldmarkt.
• Britain 1688 → 1792 - gebaseerd op de Britse textielindustrie en de overmacht op hoge zee.
• Britain 1815 → 1914 - gebaseerd op de Britse industriële overmacht en spoorwegen.

Het einde van de Europese hegemonie


Alhoewel de VS de globale leiding al overgenomen had markeerde voor velen de overdracht van
Hong Kong naar China in 1997 het einde van de Britse wereldmacht55.
Het eerstvolgende einde van de hegemonie markeert vermoedelijk ook het einde van de overmacht
der Engelssprekende wereldmachten56. Deze wereldmachten baseerden op de geïntegreerde religies,
de geïntegreerde taal, de monetaire, de politiek concepten en het bijbehorende management.
De meeste bovenstaande concepten zijn ingestort door de overmacht in dure en illegale 57 oorlogen ,
die uiteindelijk steevast het monetaire systeem ruïneren. In een essay World's Monetary Reserves
and the End of an Era van de eerlijke en kundige Hugo Salinas Price wordt het huidige monetaire
systeem geruïneerd door de corruptie van de wereldmunt (dollar).
Ieder zinnig mens hoopt dat wij allen de eerstvolgende, aanstaande crash overleven...

53 last Western emperor


54 In The Politics of International Political Economy, Jayantha Jayman describes several hegemonic powers and
contenders that have attempted to create the world order in their own images." He lists several contenders for
historical hegemony. (Hegemony)
55 British Empire
56 Hugo Salinas Price: Decline in world's monetary reserves signals end to dollar as reserve currency
57 → oorlogen, die door valse vlaggen begonnen werden
Appendices (Status: 13.5.2019)

Appendix 1 – Verhandeling over het Westland (1844) van Derk Buddingh


In een oud manuscript58 (1844) van Derk Buddingh vond ik een passage, die nog meer informatie
over de Helleputten, respectievelijk St. Willibrord- en St. Bonifacius-putten oplevert. Het lijkt erop
dat de auteur Buddingh destijds geen onderscheid maakte tussen de bronnen in Noord- en Zuid-
Nederland.
In een groot aantal citaten overtuigt Derk Buddingh de lezers, dat de naam “Loo” op het water
baseert. Bij de kerstening werden de vroegere Loö-en in Sancten-putten veranderd. In loo = lo
(waterloop) wordt als etymologie (naast loo = lo (bos)) gedocumenteerd59:
• lo 2 naam voor waterlopen (in Zeeland en aangrenzende gebieden van N. Brab. en Z. Holl.),
uit oudere vorm lode.
Buddingh overtuigt de lezers dat de missionering van zowel H. Willebrord als ook Bonifacius de
heilige bronnen in Sancten-putten heeft getransformeerd.
De naam Helleput baseert op de onbegrepen, duivelse geneeskundige krachten. Een aantal putten
(de Helleput te Dendermonde en de St. Willebrordusput te Heil-lo) werden ter wering van het
bijgeloof door de Hervormde predikanten gedempt.
Op Helgoland werd de heiligheid van de wateropname uit de waterput werd door het verplichte
stilzwijgen versterkt. Bij andere bronnen wordt het luiden van Kerkklokken waargenomen. In de
trou d'enfer te Kamerrijk (Cambrai), hoorde men het gejubel en gejuich des duivels.
De inwerking van het bijgeloof wordt met name te Dokkum, Tinte (op Voorne), Heil-lo (Noord-
Holland) aangeduid. In de lijst worden St. Willebrords-putten vermeld in Asten, Driessen,
Maashees, Oss. Er worden ook aan andere heiligen (St. Valentinus, St. Oels, Wolfs-put, St. Job)
toegewijde bronnen vermeld te Brakel, Best, Rixtel, Westerhoven.

De bijmenging van regenwater voor de pelgrims


Vermoedelijk in 1538/1539 werd aan de voet van de heuvelrand, pal onder de kapel, een
zogeheten fontein gebouwd. Een van de talrijke ter plaatse aanwezige natuurlijke
bronnen, gevoed door opwellend zoet grondwater, werd voorzien van een reservoir en
een putopstand. Om de fontein van extra water te voorzien, werd regenwater via goten
naar het reservoir geleid. Datzelfde gebeurde met het hemelwater van het dak van de
Gertrudiskapel dat via een goot naar de lager gelegen fontein werd gevoerd.

Na dijkdoorbraken en een daaropvolgende grote overstroming in 1570 veranderde de


situatie ter plaatse aanzienlijk. Daarbij werd de bij de kapel behorende bron telkenmale
overspoeld, met als gevolg dat de bron uiteindelijk buiten gebruik raakte.

In de jaren tachtig van de 20e eeuw werd in Bergen op Zoom het initiatief genomen tot
de bouw van een nieuwe Gertrudiskapel. Deze verrees weliswaar op de hoge wal aan de
Zeekant, maar niet op de plaats van de oude middeleeuwse kapel. Men koos voor een
locatie halverwege de voormalige kapel en de voormalige stadsfontein, een
zoetwaterbron ten noorden van de verdwenen kapel die sinds de 17e eeuw als St.
Geertruidsbron bekend stond (zie Verering, Verwarring). 60

58 Verhandeling over het Westland, ter opheldering der loo-en, woerden en hoven (1844) van Derk Buddingh
59 Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2010), Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/
60 St. Gertrudiskapel, behorend tot de stadsparochie van St. Gertrudis te Bergen op Zoom
Het overzicht van de door Buddingh gedocumenteerde bronnen kan in een tabel samengevat
worden. In 1844 bestond er nog een welig tierend geloof en bijgeloof. De geneeskrachtige bronnen
werden als werkzaam bestanddeel der geneeskunde beschouwd. Het vertrouwen in putwater was
wellicht groter dan in de gangbare medicijnen.
In de Nederlandse regio's zijn de geneeskrachtige putten relatief gelijkmatig verdeeld. Elke
provincie beschikte minstens over een geneeskrachtige put. Er werd ook niet geaarzeld bij
watergebrek zoals in de Gertrudiskapel ook regenwater en zo nodig leidingwater (?) bij het
bronwater te mengen.
Provincie Omschrijving Plaats Opmerking
Groningen bron bij de heilige graven te Selwerd
Selwerd
Friesland St. Bonifacius-put Dockum
Noord-Holland St. Willebrords-put Heillo gedempt
Noord-Holland Runxputten nabij Osdam en Heiloo
Zeeland Sacre-bosch Schaker-loo
Zuid-Holland Bron ( → Putten) Schoonderloo aan de Maas
Zuid-Holland H. put Tinte (op Voorne)61 Geothermie in Tinte en
Westvoorne
Zuid-Holland put Voorburg
Drenthe, Loo-bronnen Langeloo, Borculoo
Overijssel, Groenloo, Roderloo
Gelderland Hengelo, Balloo
Hellegat Rousse (?)
Oost- helleput Melden 62 aan de Schelde
Vlaanderen bij 9700 Oudenaarde
Zeeuws- Hellegat tusschen Axel en Hulst
Vlaanderen
helrivieren
Oost- Helleput te Dendermonde Aan de Dender en
Vlaanderen (St. Rochus als patroon tegen de Schelde
pest) gedempte put
Frankrijk trou d'enfer Kamerrijk (Cambrai)63 Aan de Schelde
gejubel en gejuich des
duivels
Brabant St. Willebrordus put Oss
Brabant fonteintje der H. Geertruidis Bergen op Zoom documentatie →
Gertrudiskapel
4 Overzicht van de door Buddingh in Verhandeling over het Westland (1844) van Derk Buddingh
gedocumenteerde bronnen

61 Tatsächlich kann man den Ortsnamen (Tinte) wohl daraus ableiten (aus der lateinischen Bezeichnung rubia
tinctorum). Westvoorne: Ooostvoorne, Rockanje, Tinte, Oostvoornse Meer
62 Melden is een langgerekt, kronkelend straatdorp, langs de Schelde. (Melden )
63 een heel vruchtbare streek met löss-bodem en van oudsher een belangrijke graanleverancier van de verstedelijkte
Nederlanden.
Het dualisme
In Verhandeling over het Westland heeft Buddingh het dualisme in diverse antipoden (mannelijk o-o
vrouwelijk) waargenomen:
Het Eeuwige en tijdelijke, geest en stof, koude en warmte, licht en duisternis, gelijk dag
en nacht, zomer en winter, lichtwereld en nevelheim, treden daarom ook in de
noordsche mythe als dualistische beginselen, als zamenwerkende oorzaken op, doch
over dat alles zweeft het denkbeeld van Alvader, van Geest, boven de stof.

(a) Het zal hier de regte plaats wezen op te merken, dat het heidendom, waarin zoowel
het dualisme als de trilogie, overal te voorschijn treedt, steeds de beide geslachten naast
elkander plaatst; zoo bijv. in den twee-slachtigen Mundilföri, voorts de zon (vr.) en
maan (m); nacht (oorspr. vr.) en dag (m); - zoo ook weder in maan en nacht, zon en dag,
gelijk ook op gedenksteenen: Hercules, en Nehalennia.

St. Vitus
Opvallend is dat St. Vitus in Verhandeling over het Westland slechts op één plaats vermeld wordt,
waarin de naam Svante-viti ook nog als “Heilig Wit” :
Ook St. Viti, nog als de oude Svante-viti (“heilig Wit”), die dezelfde Vitus schijnt, wien
het heidendom met Viteldans vereerde, welke in de middeleeuwen, wij zouden bijna
zeggen, tot eene razernij oversloeg.

De putten in Dokkum, Heiloo, Tinte, Voorburg, enz.


Opvallend is de interpretatie van “loo” als “water”: (pag. 11). De bron in de plaats Tinte op het
eiland Voorne-Putten behoort ongetwijfeld tot de locaties op de breuklijn, omdat ter plaatse
geothermische boringen doorgevoerd worden. Het dubbeleiland bestaat uit de eilanden Voorne en
Putten, wat wellicht op waterputten duidt..
Nabij Dockum (het oude Dockinga) in Friesland, zag ik, in 1826 zulk eene heilige
waterbron, buiten de stad in het weiland gelegen, door mij op eenen schoonen Mei-
morgen bezocht, en ongetwijfeld reeds sedert verscheidene eeuwen de St. Bonifacius-
put geheeten, omdat, volgens de legende, het paard van dien Heilige, die put of bron
met zijnen hoef zoude geslagen hebben. In Noord-Holland vindt men eene dergelijke
put of bron, de St. Willebrords-put ook Heillo of Heiliga-loo (d. i.: heilig water)
genoemd. In het Schaker Sacre-bosch, en in Zeeland, vindt men een dergelijk Schaker-
loo (d. i.: heilig water); het eerste door mij bezocht, even als Schoonder-loo aan de
Maas, waarvan het spreekwoord “Scharlookeren” (d.i.: zich met heilig water
bevochtigen) ontstaan is. En niet verre van daar, op het tegenover gelegene Voorne,
vindt men al mede eene “heilige waterbron of put” te Tinte, doch om nader bij huis te
blijven, te Voorburg vindt men een dergelijk Loo, dat, hoezeer ook genoegzaam
verdwenen, alle kenmerken der door mij bezochte Bonifacius-put oplevert. Ik ga hier
wijders een aantal dier Loo-plaatsen, waarvan inzonderheid in Drenthe, Overijssel,
Gelderland (en daarin voornamelijk in het Zutphensch gedeelte) velen worden
aangetroffen, voorbij, als: Langeloo (lange water), Borculoo (het borrelende water ?)
Groenloo, Roderloo (misschien naar de kleuren aldus genoemd), Hengelo, Balloo
(Baldr.-loo?) enz. Alleen merk ik hier nog aan, dat in “Water-loo,” het voorgevoegde »
Water” de beteekenis van “Loo” verklaart, en, dat in andere woorden dit Loo als
voorvoegsel verschijnt, gelijk in het oude Lorek, Lorech, Lobeke, – in Lo-chem,
benevens Loos-drecht, Los-dorp, en andere dorpen en plaats-namen onzes lands (14).
Heilige waterbronnen
In een groot aantal citaten overtuigt Derk Buddingh de lezers, dat de naam “Loo” op het water
baseert. Bij de kerstening werden de vroegere Loö-en in Sancten-putten veranderd. In loo = lo
(waterloop) wordt als etymologie (naast loo = lo (bos)) gedocumenteerd:
• lo 2 naam voor waterlopen (in Zeeland en aangrenzende gebieden van N. Brab. en Z. Holl.),
uit oudere vorm lode.
Doch waren nu al deze en andere Loo-en, die ook Gelderland in de Overbetuwe,
alsmede het Westland oplevert, heilige waterbronnen? Voor mij ik twijfel daaraan niet in
het minst, en geloof dit verder door voorbeelden te kunnen staven. De Germaan en
Batavier pleegden eene Natuurdienst, waarin de water-dienst geen gering gedeelte
uitmaakte. Deze strekte zich uit, niet slechts tot heilige bronnen, maar zelfs tot rivieren
en zee-en. Claudius Civilis streed, volgens Tacitus, in het aangezigt des Rijns en der
Germaansche Goden, onder wier bescherming men den strijd aanving. Ook het
Westland, waartoe wij ons bepalen, levert voor den onderzoeker nog merkwaardige
sporen op.

De transformatie in heilige putten


Buddingh overtuigt de lezers dat de missionering de heilige bronnen in Sancten-putten heeft
getransformeerd.
Bij de invoering des Christendoms werd het raadzaam geacht, zoodanige heilige
bronnen in Sancten-putten te veranderen, en de landzaat eenmaal gewoon aldaar zijne
goden te vereeren, gewende zich nu ligt aan dezelfde bron, in eenen Sancten-put
herdoopt, dezen of genen Sanct of Sanctin zijne hulde te bewijzen64.

De bronnen op Heiligoland, in Osdam, Heillo, Selwerd


Buddingh overtuigt de lezers dat de missionering van zowel H. Willebrord als ook Bonifacius de
heilige bronnen in Sancten-putten heeft getransformeerd.
Dat men zoodanige eer aan den H. Willebrord en Bonifacius heeft toegebragt, zal
niemand bevreemden, die zich hunnen geloofs-ijver tegen de oude Godendienst
herinnert; doch zij konden niet alles uitroeijen, maar wijzigden veelal, wat zij aantroffen
in deze gewesten. Zoo bleef dit gebruik door de geheele middeleeuwen, aan
inzonderheid heilig geachte bronnen gehecht. Zoo bijv. aan de H. bronwel op
Heiligoland, aan de gemelde Bonifacius-put, de Runxputten nabij Osdam, de St.
Willebrords-put te Heillo, zelfs nog tot in de XVIIIe eeuw; de bron bij de heilige graven
te Selwerd (Prov. Groningen), op verzoek der Hervormde geestelijkheid gedempt, en
verscheidene anderen.

64 (a) Het hindere niemand, dat wij hier bij voorkeur deze middeleeuwsche benamingen verkiezen, voor de ml. en vr.
Heiligen in de R. C. Kerk vereerd,
De benaming van Helleput, Hellegat en helrivieren
De naam Helleput baseert op de onbegrepen, duivelse geneeskundige krachten.
Dit kan verder ook blijken, zoo het schijnt, uit de benaming van Helleput, waar de
duivel onder de vereerders van St. Rochus verscheen, (Wolf, Niedl. S. n°. 180), en
welke put eene andere Sage aan den duivel zelven toeschrijft (a. w. n°. 463), het
Hellegat te Rousse (n°. 576), de helleput te Melden (n°. 580), aan de Schelde, welke
misschien met het Hellegat (tusschen Axel en Hulst) kan vergeleken worden ; ten ware
men hierbij, gelijk wij verder zien zullen, aan helrivieren65 te denken hebbe. In elk
geval, trachtte men van de bron- of Loo-dienst, waaronder wij ook de bronwel in de
Schelle-guurkens-Belt betrekken, afkeerig te maken. Wat vroeger, ook zelfs in
geneeskundig opzigt, aan den brongod werd toegekend, werd, om het verachtelijk,
gehaat te maken, aan den hatelijken middel-eeuwschen Duivel toegekend.

Het dempen van de Helleput te Dendermonde


Op verzoek van de Hervormde predikanten werden de Helleput te Dendermonde en de St.
Willebrordusput te Heil-lo ter wering van het bijgeloof gedempt.
Van die vroegere heilende, genezende kracht, welke men aan sommige Loo-bronnen
toekende, getuigt ook het eerst vermelde voorbeeld uit Van Loon. Dit schijnt almede het
geval te zijn geweest met de put of bron te Solwert in Groningen, welke heilige of
heilende bron in eene oude kapel zich bevond: derwaarts begaven zich zieken ter
herstelling hunner gezondheid. (St. Rochus, wiens feest wij in 1840 te Bingen mede
vierden, komt bij de Helleput te Dendermonde voor als patroon tegen de pest). Dit
gebruik, dus reeds van voorchristelijken oorsprong, nam zelfs nog in de XVIe Eeuw
zoodanig toe, dat de Hervormde predikanten in 1608 zich deswege bij het Hooge
Landsbestuur beklaagden, tevens met het verzoek om die put te dempen, ter weering
van het bijgeloof (Dr. Westendorp, Bijv. en Aant., blz. 162).

Dit zelfde was ook het geval, met de St. Willebrordusput te Heil-lo, naardien, zelfs nog
na de hervorming in deze gewesten, velen zich derwaarts begaven, om aan O. L.
Vrouwe hunne devotie te brengen, terwijl men veel op had met de heiligheid des waters.
Mr. Corn. Cau, (Groot Placaatb., I D. fol. 219 enz.), deelt eene resolutie mede, door de
Staten des lands uitgevaardigd in 1647, om dit bijgeloovige gebruik af te schaffen66.

De Runxputten tusschen Heillo en Limmen, nabij Osdam


Dat almede de Runxputten67 tusschen Heillo en Limmen, nabij Osdam, tot de vroegere
Loo-bronnen behoord hebben, heeft ook reeds Dr. Westendorp (Verh. Blz. 106) vermeld.
In later tijd ontving er insgelijks O. L. Vr. Maria de hulde, die men waarschijnlijk
vroeger aldaar gewoon was eene heidensche godin te bewijzen. Of zoodanige Loo-
dienst bij onze voorgeslachten met zang vergezeld zij geweest, is thans moeijelijk te
bepalen; doch telkens komt het ons bij de lezing van het navolgend “lied aan O. L.
Vrouwe van Runxputten” voor, als hoorden wij daarin nog nagalm van vroegere
natuurdienst, waarbij men aan de vroegere bron-godin een brandoffer ontstak.

65 Acheron, Styx, Flegeton en Kocytus, (v. 119) zijn de 4 grote Helrivieren. Dante's goddelike komedie (De hel.)
Styx , Acheron , Cocytus , Phlegeton , en de Lethe (De Beweging. Jaargang 6 · dbnl)
66 (a) Zie dezelve overgenomen onder onze Bijlagen.
67 De Runxputten in den omtrek van Heilo waren aan de H. Maagd toegewijd en eene bedevaartsplaats, waar O. L. V.
van Runxputte wonderen deed
De stilzwijgende wateropname op Helgoland
Op Helgoland werd de heiligheid van de wateropname uit de waterput werd door het verplichte
stilzwijgen versterkt.
Uit de oud-friesche bron op Helgoland, waarin St. Willebrord het eerst drie mannen
doopte, mogt alleen stilzwijgend geschept worden, volgens den beroemden Alcuin (in
vita Sancti Willibrordi): “nec etiam a fonte, qui ibi ebulliebat aquam haurire nisi tacens
praesu mebat.” –

Klokgeluiden en gezangen, die in de bronnen weerklinken


Bij andere bronnen wordt het luiden van Kerkklokken waargenomen. In de trou d'enfer te
Kamerrijk (Cambrai), hoorde men het gejubel en gejuich des duivels.
Daarentegen hoort men in andere bronnen en kolken nog het luiden van Kerkklokken,
zoo bijv. in het Gat van der Aa (van draogen) tegenover Driel in de Overbetuwe, (zie
mijn opstel in den Geld. Alm. 2e jaarg. 69, 70), in de Duivelskolken, (Staring, Mnem. I
Dl. 1829) en ook in eene kolk of wiel nabij Ruimel, (het vroegere Ruime-lo?) (Zie Dr.
Hermans, Mengw. 1. 4 St. 310). Ook in het gat achter den Konijnenberg te Vosselaere,
ligt, volgens berigt van Stroobant, eene klok verzonken (Wolf, Wodana 1843. 24), en in
de trou d'enfer te Kamerrijk (Cambrai), hoorde men het gejubel en gejuich des duivels
(Wolf, a. w. n° 129); en wat wij van het gat van der Aa (aa - water) zeiden, verhaalt de
Sage ook van de Helleput te Melden (aan de Schelde): ook daar hoort men nog de klok.
Deze, en onderscheidene andere klokken, die men vooral in kersnacht in bronnen of
water kolken hoort, schijnen althans ons vermoeden te wettigen, dat de Loo-dienst, zoo
al niet door zang, althans door klokkengelui of rumoer van muzyk zal vergezeld zijn
geweest.

De ingebruikname door een slag of stoot


De inwerking van het bijgeloof wordt met name te Dokkum, Tinte (op Voorne), Heil-lo (Noord-
Holland) aangeduid.
Welke superstitieuse vereering aan de St. Bonifaciusput te Dokkum kan zijn verbonden
geweest, en welke bijgeloovigheid weleer vele R. Catholijken aan de H. put te Tinte (op
het eiland Voorne) kunnen gehecht hebben, is ons niet gebleken, doch beide putten
stonden steeds in den roep van groote heiligheid. Het verdient hier tevens onze
opmerkzaamheid, dat de eerste, de Bonifacius-put buiten Dokkum, volgens de
Christelijke legende, die ik daar naar mondelinge overlevering vernam, door den
hoefslag van het paard des H. mans, zoude ontstaan zijn, even als die te Heil-lo, door
den slag of stoot op den grond van Willebrord, met zijnen bisschops- of herdersstaf.
Ook de N. Mythe laat door den hoefslag van het ros Sleipner, eene bron ontspringen.
Andere, spokende rossen, die in het water verdwijnen, zullen wij onder de dierendienst
vermelden.

De St. Willebrords-putten in Noord-Brabant


In de lijst worden St. Willebrords-putten vermeld in Asten, Driessen, Maashees, Oss. Er worden ook
aan andere heiligen (St. Valentinus, St. Oels, Wolfs-put) toegewijde bronnen vermeld te Brakel,
Best, Rixtel, Westerhoven.
Dat vroegere Loo-bronnen, aan dezen of genen bron god gewijd, naderhand aan Sancten
zijn toegeheiligd geworden, is, onzes erachtens, uit het aangevoerde reeds duidelijk
geworden. In Noord Braband inzonderheid, waar het bijgeloof nog het langst heeft
stand gehouden, schijnt men nog een aantal dier Sancten-putten (vermoedelijk vroegere
Loo-bronnen) te bezitten, waaraan bij voortduring wonderlijke krachten worden
toegeschreven. Dr. Hermans, Mengelw. 1 St. blz. 83, noemt aldaar de navolgende:

te Asten, de St. Willebrords-put,


» Brakel, de Endschijdse of booze put.
» Best, de St. Oels (Odulphus?) put.
» Driessen, St. Willebrords-put en Kapel.
» Maashees, St. Willebrords-put en Kapel.
» Oss, St. Willebrords-put.
» Rixtel, Wolfs-put.
» Westerhoven, St. Valentinus-put.

De geneeskrachtige bronnen te Oss en Bergen op Zoom


Bij de kerstening werden de vroegere Loö-en in Sancten-putten veranderd.
Alhoewel men de bron voor het water niet kende bleef er toch een vertrouwen in de geneeskundige
hracht van het water, dat met name uit de St. Willebrordus putten te Oss en het fonteintje der H.
Geertruidis te Bergen op Zoom bestaan.
En op blz. 82 van genoemd werk lezen wij, geheel naar onze meening, nopens deze
verandering van vroegere Loö-en in Sancten-putten: » De geloofspredikers vonden bij
hunne aankomst die heilige bronnen: het zou onverstandig geweest zijn de bewoners te
hebben willen beduiden, dat de genezingskracht (die men daaraan toeschreef) slechts
denkbeeldig ware, daar ieder zich van het tegendeel, dikwijls bij eigen ondervinding,
verzekerd hield. Wat moesten zij dus doen? Met de natuurkunde onbekend (dus ook met
de minerale bestanddeelen, die deze bronnen eigen waren, gelijk Dr. Hermans meent)
en met de denkbeelden hunner eeuw bevooroordeeld, schreven zij de kracht der H.
bronnen aan de tusschenkomst des duivels toe, (men denke slechts aan de
bovengenoemde Duivelskolken en helleputten) bezweerden uit dien hoofde den booze,
om die bron te verlaten, en wijdden dezelve vervolgens aan dezen of genen Heilige 68.
Dat deze bezweering doel trof, bleek elken inwoner, daar hij zag, dat dezelfde gene
zingen bij de nu Christelijk ingewijde bron bleven voortduren. Ik verbeeld mij, dat de
St. Willebrordus putten te Oss, en het fonteinje der H. Geertruidis te Bergen op Zoom,
dergelijke minerale bronnen zijn”.

Hoedanig het nu ook met deze laatste veronderstelling wezen moge ; wij voor ons
houden den zamenhang der heilende (genezende) putten, en de ontwikkeling der
daaraan gehechte denkbeelden, met vroegere Germaansche Loo-dienst, benevens de
plaatsvervanging der oudere bron-goden, door Sancten en Sanctinnen, voor
ontwijfelbaar. Wat men nog ter genoemder Loo-plaatsen aan een heiden-god of godin
zal hebben toegekend, werd later aan O. L. Vrouwe, Maria, werd aan de Sanctin
Geertruida, of aan St. Willibrord, St. Bonifacius, St. Oels (Odulphus) 69, St. Job en
anderen toegeschreven.

68 (a) Wij verkiezen liefst de eigenaardige middeleeuwsche benaming van Sanct en Sanctinne, waar wij die ook verder
behoeven.
69 (b) Over wien men zie Van Alkemade en Van Der Schelling, Displ. II, 490, 491, mijne Oude en latere
Drinkplegtigh.., 's Grav.
Appendix 2 - Overview Academia- and Scribd-publications J. Richter
Het onderstaande overzicht documenteert Joannes Richter's publicaties in Academia.edu (in
chronologische volgorde tussen 07.10.2017 en 15.03.2018):
Titel bron
The Miraculous Transformation of European Civilization JR
The Duality in Greek and Germanic Philosophy JR
Bericht van de altaarschellist over de Lof der Zotheid jwr47
De bronnen van Brabant (de Helleputten aan de Brabantse breuklijnen) JR
De fundamenten van de samenleving JR
De rol van de waterbronnen bij de kerstening van Nederland JR
De etymologie van "wijst" en "wijstgrond" JR
The Antipodes Miᚦ and Wiᚦ jwr47
The Role of the Dual Form in the Evolution of European Languages JR
De rol van de dualis in de ontwikkeling der Europese talen JR
The Search for Traces of a Dual Form in Quebec French JR
Synthese van de Germanistische & Griekse mythologie en etymologie JR
De restanten van de dualis in het Nederlands, Engels en Duits -
Notes to the Corner Wedge in the Ugaritic Alphabet JR
The Origin of the long IJ-symbol in the Dutch alphabet JR
Over de oorsprong van de „lange IJ“ in het Nederlandse alfabet JR
The Backbones of the Alphabets JR
The Alphabet and and the Symbolic Structure of Europe JR
The Unseen Words in the Runic Alphabet JR
De ongelezen woorden in het runenalfabet JR
The Role of the Vowels in Personal Pronouns of the 1st Person Singular JR
Over de volgorde van de klinkers in woorden en in godennamen JR
The Creation Legends of Hesiod and Ovid JR
De taal van Adam en Eva (published: ca. 2.2.2019) JR
King Chilperic's 4 Letters and the Alphabet's Adaptation JR
De 4 letters van koning Chilperik I en de aanpassing van het Frankenalfabet JR
The Symbolism of Hair Braids and Bonnets in Magical Powers JR
The Antipodes in PIE-Languages JR
In het Nederlands, Duits en Engels is de dualis nog lang niet uitgestorven JR
In English, Dutch and German the dual form is still alive JR
The Descendants of the Dual Form " Wit " JR
A Structured Etymology for Germanic, Slavic and Romance Languages JR
The “Rod”-Core in Slavic Etymology (published: ca. 27.11.2018) JR
Encoding and decoding the runic alphabet JR
Über die Evolution der Sprachen JR
Over het ontwerpen van talen JR
The Art of Designing Languages JR
Notes to the usage of the Spanish words Nos and Vos, Nosotros and Vosotros JR
Notes to the Dual Form and the Nous-Concept in the Inari Sami language JR
Over het filosofische Nous-concept JR
Notes to the Philosophical Nous-Concept JR
The Common Root for European Religions (published: ca. 27.10.2018) JR
A Scenario for the Medieval Christianization of a Pagan Culture JR
Een scenario voor de middeleeuwse kerstening van een heidens volk JR
The Role of the Slavic gods Rod and Vid in the Futhorc-alphabet JR
The Unification of Medieval Europe JR
The Divergence of Germanic Religions JR
De correlatie tussen de dualis, Vut, Svantevit en de Sint-Vituskerken JR
The Correlation between Dual Forms, Vut, Svantevit and the Saint Vitus Churches JR
Die Rekonstruktion der Lage des Drususkanals (published: ca. 27.9.2018) JR
Die Entzifferung der Symbolik einer Runenreihe JR
Deciphering the Symbolism in Runic Alphabets JR
The Sky-God, Adam and the Personal Pronouns JR
Notities rond het boek Tiw (Published ca. 6.2.2018) JR
Notes to the book TIW JR
Von den Völkern, die nach dem Futhark benannt worden sind JR
Designing an Alphabet for the Runes JR
Die Wörter innerhalb der „Futhark“-Reihe JR
The hidden Symbolism of European Alphabets JR
Etymology, Religions and Myths JR
Tabel 5: Overzicht van de Academia publicaties van JoannesRichter (Status: 3.2.2019)

Titel bron
The Symbolism of the Yampoos and Wampoos in Poe's “Narrative of Arthur Gordon Pym Jr
from Nantucket”
Notizen zu " Über den Dualis " und " Gesammelte sprachwissenschaftliche Schriften " Jr
Ϝut - Het Nederlandse sleutelwoord Jr
Concepts for the Dual Forms Jr
The etymology of the Greek dual form νώ (νῶϊ) Jr
Proceedings in the Ego-pronouns' Etymology Jr
Notities bij „De godsdiensten der volken“ Jr
The Role of *Teiwaz and *Dyeus in Filosofy Jr
A Linguistic Control of Egotism Jr
The Design of the Futhark Alphabet Jr
An Architecture for the Runic Alphabets Jr
The Celtic Hair Bonnets (Published Jun 24, 2018) Jr
Die keltische Haarhauben Jr
De sculpturen van de Walterich-kapel te Murrhardt Jr
The rediscovery of a lost symbolism Jr
Het herontdekken van een vergeten symbolisme Jr
De god met de twee gezichten Jr
The 3-faced sculpture at Michael's Church in Forchtenberg Jr
Over de woorden en namen, die eeuwenlang bewaard gebleven zijn Jr
De zeven Planeten in zeven Brabantse plaatsnamen Jr
Analysis of the Futhorc-Header Jr
The Gods in the Days of the Week and inside the Futhor-alphabet Jr
Een reconstructie van de Nederlandse scheppingslegende Jr
The Symbolism in Roman Numerals Jr
The Keywords in the Alphabets Notes to the Futharc's Symbolism Jr
The Mechanisms for Depositing Loess in the Netherlands Jr
Over het ontstaan van de Halserug, de Heelwegen en Heilwegen in de windschaduw van Jr
de Veluwe
Investigations of the Rue d'Enfer-Markers in France Jr
Die Entwicklung des französischen Hellwegs ( " Rue d'Enfer " Jr
De oorsprong van de Heelwegen op de Halserug, bij Dinxperlo en Beltrum Jr
The Reconstruction of the Gothic Alphabet's Design Jr
Von der Entstehungsphase eines Hellwegs in Dinxperlo-Bocholt Jr
Over de etymologie van de Hel-namen (Heelweg, Hellweg, Helle..) in Nederland Jr
Recapitulatie van de projecten Ego-Pronomina, Futhark en Hellweg Jr
Over het ontstaan en de ondergang van het Futhark-alfabet Jr
Die Etymologie der Wörter Hellweg, Heelweg, Rue d'Enfer, Rue de l'Enfer und Santerre Jr
The Etymology of the Words Hellweg, Rue d'Enfer and Santerre Jr
The Decoding of the Kylver Stone' Runes Jr
The Digamma-Joker of the Futhark Jr
The Kernel of the Futhorc Languages Jr
De kern van de Futhark-talen Jr
Der Kern der Futhark-Sprachen Jr
De symboolkern IE van het Nederlands Jr
Notes to Guy Deutscher's "Through the Language Glass" Jr
Another Sight on the Unfolding of Language (Published 1 maart, 2018) Jr
Notes to the Finnish linguistic symbolism of the sky-god's name and the days of the week Jr
A modified Swadesh List (Published 12 / 17 / 2017) Jr
A Paradise Made of Words Jr
The Sky-God Names and the Correlating Personal Pronouns Jr
The Nuclear Pillars of Symbolism (Published 10 / 28 / 2017) Jr
The Role of the Dual Form in Symbolism and Linguistics (Oct 17, 2017) Jr
The Correlation between the Central European Loess Belt, the Hellweg-Markers and the Jr
Main Isoglosses
The Central Symbolic Core of Provencal Language (Oct 7, 2017) Jr
Tabel 6: Overzicht van de Academia publicaties van Joannes richter (Status: 27.12.2018)
Inhoud
Abstract.................................................................................................................................................1
Inleiding................................................................................................................................................2
De Spaanse missionering (vanaf de 1e eeuw)......................................................................................3
De aanpassing van de persoonlijke voornamen...............................................................................4
De overeenkomst van de Griekse en Germaanse filosofie...................................................................5
De overeenkomst van de Germaanse en Griekse wortels................................................................5
De concentratie van woorden in het “Fuᚦorc” sleutelwoord................................................................6
Wodan, Vidvut of Vut......................................................................................................................6
Tiw...................................................................................................................................................6
Krodo...............................................................................................................................................7
Rodu or Rod.....................................................................................................................................7
Thor..................................................................................................................................................7
De oorsprong van de namen voor de dagen van de week (1e - 3e à 4e eeuw).....................................8
Een laatste reddingspoging om de runen te redden (~550 AD)..........................................................10
De onttroning van de Merovingische dynastie (7e eeuw)..................................................................11
Over de hoofddeksels voor de geestelijke leiders..........................................................................12
De missionering van de waterbronnen (in de 8e eeuw)......................................................................13
De missionering van Sint Willibrord (de Brabantse wijstgebieden)..............................................13
De Feldbissbreuk .....................................................................................................................14
kerstputten of kerstpoelen.........................................................................................................15
De documentatie van Derk Buddingh ......................................................................................15
De heiliging van de Vitus-cult (vanaf de 8e eeuw)............................................................................17
De “Wit” en “Vit”-woordkernen....................................................................................................17
Wit en Wut als de beginletters in het Futhorc-alphabet.................................................................18
ᚠᚢᚦ..................................................................................................................................................18
Tiw of Tuw.....................................................................................................................................19
De klokkenluider Desiderius Erasmus (15e eeuw)............................................................................20
Moderne wonderen.............................................................................................................................21
Lourdes..........................................................................................................................................21
Fátima............................................................................................................................................21
Medjugorje.....................................................................................................................................21
Het einde van de Europese hegemonie...............................................................................................22
De ondergang van de Keltische en Germaanse religies.................................................................22
De expansie en ondergang van het Romeinse Rijk........................................................................22
De perioden der Europese hegemonie...........................................................................................22
Het einde van de Europese hegemonie.....................................................................................22
Appendices (Status: 13.5.2019)..........................................................................................................23
Appendix 1 – Verhandeling over het Westland (1844) van Derk Buddingh ................................23
De bijmenging van regenwater voor de pelgrims.....................................................................23
Het dualisme.............................................................................................................................25
St. Vitus.....................................................................................................................................25
De putten in Dokkum, Heiloo, Tinte, Voorburg, enz................................................................25
Heilige waterbronnen................................................................................................................26
De transformatie in heilige putten.............................................................................................26
De bronnen op Heiligoland, in Osdam, Heillo, Selwerd........................................................26
De benaming van Helleput, Hellegat en helrivieren.................................................................27
Het dempen van de Helleput te Dendermonde.........................................................................27
De Runxputten tusschen Heillo en Limmen, nabij Osdam.......................................................27
De stilzwijgende wateropname op Helgoland...........................................................................28
Klokgeluiden en gezangen, die in de bronnen weerklinken.....................................................28
De ingebruikname door een slag of stoot..................................................................................28
De St. Willebrords-putten in Noord-Brabant............................................................................28
De geneeskrachtige bronnen te Oss en Bergen op Zoom.........................................................29
Appendix 2 - Overview Academia- and Scribd-publications J. Richter .......................................30